NIEUWS

Ouder worden en een ode aan Corrie van Gorp - even bellen met cabaretier Richard Groenendijk

Richard Groenendijk in de openingsscène van zijn programma 'Voor iedereen beter'.
Richard Groenendijk in de openingsscène van zijn programma 'Voor iedereen beter'. © Roy Beusker
Vijftig wordt ie, na de zomer, de Rotterdamse cabaretier Richard Groenendijk. Dezer dagen staat hij in het Oude Luxor in Rotterdam met zijn programma ‘Voor iedereen beter’ en in dat programma heeft hij het meermaals over ouder worden. Houdt hem dat bezig, het klimmen der jaren? En mogen we die ene geweldige grap over Corrie van Gorp weggegeven die hij in zijn show maakt? Even bellen met Richard Groenendijk.
Richard Groenendijk op het toneel, en aanprijzingen op de ruiten van het Oude Luxor in Rotterdam.
Richard Groenendijk op het toneel, en aanprijzingen op de ruiten van het Oude Luxor in Rotterdam. © Roland Vonk (links) en Roy Beusker (rechts).
Zit je ermee dat je straks vijftig wordt?
Nou, ik vind dat ouder worden op zich niet zo erg. Dat je niet meer bij de nieuwe garde hoort, ach, daar heb ik me sowieso nooit zo bij thuis gevoeld. Ik heb altijd oudere vrienden gehad. Maar ik ben wel bezig met het feit dat er minder tijd overblijft. Het leven wordt steeds leuker, maar de tijd wordt steeds korter. Ik heb het nu naar mijn zin en het gaat goed. Ik ben ook wel blij met deze voorstelling, mensen worden er heel gelukkig van, en ik ook, maar ik zie om me heen bij echt oude mensen dat de laatste tien jaar van je leven niet per se de leukste zijn. Die kunnen heel zwaar zijn, met mankementen.
Op zeker moment ga je natuurlijk denken: als ik dít of dát nog wil doen in mijn leven, moet ik niet te lang wachten. Hoeveel jaar heb ik statistisch gezien nog? En hoeveel gezonde jaren?
Ja, heel lang heb je de vanzelfsprekendheid van een pad dat nog voor je ligt. En vijftig is nog geen leeftijd dat je denkt: wordt het ebbenhout of wordt het grenen? Maar het is geen twintig meer.
Bij de voorstelling die ik laatst bijwoonde waren je ouders ook. Die heb je nog. Er komt natuurlijk een moment dat ze wat gaan mankeren.
Ja, of niet. Maar het komt natuurlijk maar weinig voor dat mensen negentig worden en kerngezond in hun slaap overlijden. Ik moet er helemaal niet aan denken dat mijn ouders ooit wegvallen. Ik heb zó’n goede band met mijn ouders. Maar ja, ik kan daar nu wel over gaan zweten, maar straks gaan ze nog twintig jaar mee.
Hebbie voor niks staan zweten.
Ja, hebbie voor niks staan zweten. En ik heb al veel te veel voor niks staan zweten in mijn leven.
Richard Groenendijk in zijn theatershow 'Voor iedereen beter'.
Richard Groenendijk in zijn theatershow 'Voor iedereen beter'. © Roy Beusker
Als je denkt aan de afzienbare hoeveelheid tijd die je hebt, zijn er dan dingen die je nog graag gedaan wilt hebben?
Nou, ik wil wel nog een paar mooie reizen maken. Dat lijkt me hartstikke mooi. En ik heb altijd nog het gevoel dat ik in het groen wil wonen, ergens buiten. Ik heb wel een huisje in Goedereede, maar soms rijd ik door het land en dan zie ik ergens in Drenthe zo’n klein leuk boerderijtje staan en dan denk ik: joh, ik ga heel de teringzooi verkopen en dáár zitten. Maar Marko, mijn man, is zo’n stadsmens. Die is ook in een stad opgegroeid. In Bosnië weliswaar. Maar toch: een stad. Dus nee. Maar met Rotterdam en Goedereede hebben we het beste van twee werelden nu.
En de toekomst wat het theater of andere creatieve uitingen betreft?
Ik hoop dat ik in goede gezondheid nog een aantal mooie theaterprogramma’s kan maken. En ik zou nog weleens een mooie serieuze rol willen spelen in een serie. Want ik word natuurlijk altijd gevraagd voor de olijke grappenmaker. Terwijl: ik weet zeker dat ik ook een serieuze rol kan spelen.
Zoiets als de oude Kraaykamp op zijn oude dag? Of André van Duin?
Ja, wat Van Duin heeft gedaan spreekt me enorm aan. In The Sunshine Boys en Hendrik Groen. Dat was fantastisch. Ik weet nog dat ik hem in de draaiperiode van Hendrik Groen tegenkwam en dat ie zei: ‘Nou Richard, wat dít moet worden? Er zit geen lach in, het wordt helemaal niks.’ Ja, totdat het natuurlijk een grote hit werd en mensen zagen dat ie heel fantastisch mooi klein spel kon leveren. Ik kan me wel voorstellen dat ik op latere leeftijd nog eens een paar mooie rollen speel. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik - zoals sommige collega’s - op mijn 75e als cabaretier nog op het podium met een vinger sta te wijzen van: je moet dít en je moet dát. Maar ja, het zou ook zomaar kunnen dat ik op mijn negentigste met een haak het toneel af wordt getrokken. Dat weet je niet.
Nou, als je nu al zelfinzicht toont zal je dat tegen die tijd ook wel hebben.
Ja, ik wil dat niet.
De Zomerweken van Richard Groenendijk in het Oude Luxor.
De Zomerweken van Richard Groenendijk in het Oude Luxor. © Roland Vonk
Dit programma ‘Voor iedereen beter’ speel je nog heel veel keer.
Ja, in het Oude Luxor sta ik nog tot en met 3 juli, en volgend seizoen gaat ie nog 120 keer in de reprise. Ik kom in juni volgend jaar ook terug in het Oude Luxor. En waarschijnlijk doen we er in het seizoen daarna nog een stuk of dertig, veertig. Dat is heel fijn.
Krijg je dan niet heel erg genoeg van jezelf?
Nee, nee, ik zou er genoeg van krijgen als ik 340 dagen per jaar hypotheken moest afsluiten bij de Rabobank. Ik heb een fantastisch vak. Heel soms als ik weer de file in moet denk ik: godver, daar gaan we weer. Maar als het doek open gaat en die mensen zitten weer allemaal te kijken alsof het de eerste keer is dan komt het weer goed.
Ik heb zelf al bijna de neiging om me te verontschuldigen als ik aan iemand een verhaal vertel in het bijzijn van mijn vrouw die het verhaal al ként.
Ha ha! Nee, daar heb ik geen last van hoor. Hoewel, laatst had ik op zondag twéé voorstellingen. Eentje om drie uur ’s middags, en nog eentje om acht uur ’s avonds: dat is veel. Dat is eigenlijk onmenselijk. Dat doe ik even niet meer. Maar verder is mijn truc: als het doek dicht is en ik zit in het bed van het decor, dan beeld ik me in dat dit de allereerste keer is dat ik dit verhaal ga vertellen en dat dit de allereerste keer is dat dit publiek dit verhaal gaat horen. Dat helpt enorm. Ik kán er ook niet anders in staan want ik voel me heel erg verantwoordelijk voor zo’n zaal vol mensen die allemaal een kaartje hebben gekocht en misschien door die corona al twee jaar hebben zitten wachten.
Quote over Richard Groenendijk uit recensie op een ruit van Oude Luxor.
Quote over Richard Groenendijk uit recensie op een ruit van Oude Luxor. © Roland Vonk
In je programma zit een soort eerbetoon aan comédienne Corrie van Gorp die jaren heeft geschitterd naast André van Duin, en die je beter hebt leren kennen nadat jullie de kleedkamer deelden bij een speciale voorstelling rond het honderdjarig bestaan van het Oude Luxor in 2017. Daarna heb je je ingespannen om Corrie alsnog een waardig afscheid als artieste te geven. Want daar was het nooit van gekomen. In 1987 was het haar allemaal te veel en is ze van het podium verdwenen.
Ja, die is zomaar gestopt en in de vergetelheid geraakt. Maar voor mij was ze jeugdsentiment. Ik ging vroeger bij mijn opa en oma op de bank naar André van Duin en Corrie van Gorp kijken. Dat vind ik wel leuk aan het ouder worden en aan die carrière: dat je al die mensen die je vroeger van een afstand bewonderde nu tegenkomt. Mies Bouwman kwam een keer naar me kijken, en André van Duin, en Jenny Arean. Allemaal mensen tegen wie je altijd hebt opgekeken zitten nu bij jou in de zaal. Dat vind ik wel bijzonder. Zij zijn voor mij toch een beetje royalty.
Mag ik één grap uit je show weggeven?
Welke?
Wat je zegt over het overlijden van Corrie van Gorp. Jij hebt in 2020 na haar overlijden een eerbetoon aan haar georganiseerd in - wederom - het Oude Luxor. Je zegt in de voorstelling: ‘Ze is twee jaar geleden overleden. Althans: dat is te hopen. Want we hebben haar gecremeerd.’
Ja, goeie is dat, hè?