ROTTERDAM

10 jaar Nationaal Programma Rotterdam Zuid: dit is wat het heeft opgeleverd

In de 2e Carnissestraat in Rotterdam-Zuid komen nieuwe huizen
In de 2e Carnissestraat in Rotterdam-Zuid komen nieuwe huizen © Rijnmond
Na tien jaar investeren in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid koopt de gemeente komende twee jaar duizend huizen op van particuliere eigenaren. Doel is ze door te verkopen aan woningcorporaties om ze op te knappen of te slopen en er nieuwbouw voor in de plaats te zetten. Nu laten huisjesmelkers ze verpauperen en buiten ze huurders uit. Ook komt een extra programmaonderdeel dat moet voorkomen dat criminelen kinderen ronselen.
Dat staat in het maandag gepresenteerde rapport over de resultaten van het investeringsprogramma waarin de gemeente samen met het Rijk en woningcorporaties afgelopen tien jaar meer dan een miljard euro investeerden.
Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) ging in 2013 onder voorzitterschap van burgemeester Aboutaleb van start en heeft een looptijd van 20 jaar. De uitvoerder van het plan en directeur van het programmabureau is voormalig Leefbaar Rotterdam-wethouder Marco Pastors. Het rapport analyseert hoe het gaat met dit ambitieuze project nu het op de helft van de looptijd is.

Nog veel werklozen

Het streven was om in 2022 een kwart van de einddoelen te hebben behaald. Uit het rapport blijkt dat dit niet gelukt is. Er staat wel dat de resultaten in de buurt komen. Volgens de opstellers van het rapport dat onder leiding van oud-minister Martin van Rijn (PvdA) tot stand kwam, gaat het erom dat er sprake is van een opwaartse beweging. Die is er ondanks tegenslagen wel.
Focuswijken van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid
Focuswijken van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid © NPRZ
De werkloosheid in Rotterdam-Zuid is nog altijd veel hoger dan elders. Zo'n 40 procent van de Rotterdamse bijstandsbestand woont in Rotterdam Zuid, terwijl het doel was om dat onder de 37,9 procent te krijgen. De instroom is nog altijd hoog, zo blijkt. Mogelijk speelt de coronapandemie van de afgelopen twee jaar hierbij ook een rol. Bewoners die bijvoorbeeld in de evenementensector werkten zoals bij Ahoy verloren vaak hun baan omdat de evenementen niet doorgingen.
Wat is het NPRZ? In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan de verbetering van het leven in Rotterdam-Zuid. Doel is ervoor te zorgen dat opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en woonkwaliteit op Zuid in 20 jaar stijgen tot het gemiddelde van de vier grote steden: Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag.
Met de uitstroom naar werk gaat het wel goed, zo blijkt. Die is volgens het rapport anderhalf keer hoger dan in Rotterdam-Noord. De aard van de werkloosheid is veranderd, zo blijkt. Er is werk genoeg, maar soms vinden mensen geen aansluiting bij werkgevers. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Werkgevers stellen soms onhaalbare eisen, zo blijkt. 'Job carven' kan dan een oplossing zijn. Dat betekent dat de werkgever baan aanpast in overleg met de begeleider die de werkzoekende helpt een baan te vinden.

10 uur extra les voor schoolkinderen op Zuid

Het doel van het NPRZ is van meet af aan geweest om arme Rotterdammers een betere opleiding te geven en ze zo toe te leiden naar goedbetaalde banen waardoor ze een stabiel leven kunnen opbouwen. Dat leek te lukken door kinderen op scholen 10 uur per week extra les te geven. Door corona is het resultaat daarvan ingezakt. Doordat ze vaak in kleine huizen wonen en er vaak stress is omdat er te weinig geld is, en ze thuis moesten leren, zijn de extra schooluren erbij ingeschoten.
Een belangrijk onderdeel van het project is de grootschalige verbetering van de huizen en woonwijken. Die waren en zijn in bepaalde delen van Rotterdam-Zuid nog steeds in verpauperde toestand. Tijdens de interviews die de opstellers van het rapport met bewoners van de wijken hadden bleek dat als ze geld hebben, ze bijvoorbeeld water in flessen bij de Aldi kopen omdat de leidingen van hun kraan oud zijn en vol lood zitten.
De gemeente wil daar iets aan doen door zelf woningen van huisjesmelkers op te kopen en ze door te verkopen aan woningcorporaties. Doel is ze op te knappen, of ze te slopen en er nieuwe huizen voor in de plaats te zetten. Voor de komende twee jaar koopt Rotterdam duizend huizen in Rotterdam-Zuid op.

Huizen met kale kozijnen

Lange tijd leek er weinig vooruitgang te zitten in het opkrikken van het welzijn in de armste wijken van Rotterdam-Zuid, zoals Carnisse, een dichtbebouwd stukje stad dat wordt ingeklemd door drukke verkeersaders die beginnen na de Maastunnel, de Pleinweg en de Dorpsweg. Daar wonen sinds de grenzen voor lidstaten van de Europese Unie voor de arbeidsmarkt open gingen in 2006 veel contractarbeiders uit Oost-Europa zoals Polen en Bulgaren. Nog steeds staan er huizen waarvan verf van de de kozijnen afbladdert en het hout van de portalen rot is. Maar vergeleken met tien jaar geleden zien deze oude stadsbuurten er wel beter uit.
Volgens de rapporteurs komt dat doordat het lang duurde voordat de plannen vastgoedvernieuwing rond waren en uitgevoerd konden worden. Bovendien startte het NPRZ tien jaar geleden toen de vastgoedcrisis in een dieptepunt zat en het moeilijker was dan nu om geld te vinden voor nieuwbouw en het opknappen van bestaande woningen.
In de 2e Carnissestraat zijn sommige huizen opgeknapt, en andere nog niet.
In de 2e Carnissestraat zijn sommige huizen opgeknapt, en andere nog niet. © Rijnmond
Ook al gaat dat nu beter, de problemen met huisjesmelkers zijn daarmee voor de bewoners niet voorbij. In het rapport staat dat huurders die weinig verdienen vaak worden uitgebuit door huurbazen. Omdat de huurders in een afhankelijke positie zitten, wil de gemeente extra investeren in toezicht dat onafhankelijk van de bewoners plaats zal vinden. Dan kan de huurbaas hen de schuld niet geven als de gemeente langskomt en ze na een controle sommeert om de woningen aan te pakken en de huren te verlagen.
Extra inzet in samenwerking met politie en justitie moet er komen om te voorkomen dat kinderen geronseld worden om klusjes te doen door criminelen. Ook komt er extra inspanning om criminele carrières van jongeren die al op het verkeerde pad beland af te breken. Dat kan onder andere door ze te interesseren voor een opleiding met werkgarantie of een leerwerktraject. Die zijn er op gebied van technologie en zorg, waarin veel werk is.
Extra zorg hierbij is dat er op Zuid meer dan elders veel kinderen zijn met lichte verstandelijke beperkingen (LVB) waardoor ze makkelijker door criminelen in de buurt te beïnvloeden zijn.

'Nieuw stadion Feyenoord City belangrijk voor NPRZ'

Opmerkelijk is dat in het rapport staat dat het belangrijk is dat de bouw van het stadion in het plan voor de gebiedsontwikkeling van Feyenoord City doorgaat. De Rotterdamse voetbalclub zette namelijk vorig jaar november een streep door het plan omdat het stadion te duur werd en de club er geen geld voor heeft.
Volgens het bestuur van het NPRZ, waarin onder andere Dick van Well, oud-directievoorzitter van bouwbedrijf DuraVermeer en voormalig president-commissaris van de voetbalclub Feyenoord zit, is de bouw van het nieuwe stadion in de oksel aan de Maasoever naast het Mallegatpark belangrijk voor de 'structuurversterking' van Rotterdam-Zuid.
"Het zou een gemiste kans zijn als dit alleen een woongebied wordt en de wijk niet wordt verrijkt met een iconische voorziening, nieuwe werkgelegenheid en aantrekkelijke mogelijkheden in de vrije tijd", zo staat over Feyenoord City in het rapport dat overigens de titel 'Tot hier en nu verder' draagt.
Een ander iconisch project dat Rotterdam-Zuid structureel aantrekkelijker moet maken om te wonen is volgens het rapport de bouw van een "beeldbepalend Cultuurwetenschappelijk Instituut op Zuid".
Het nieuwe stadion Feyenoord City was gepland in de oksel van de Maas
Het nieuwe stadion Feyenoord City was gepland in de oksel van de Maas © OMA
Verder zijn investeringen nodig voor de aanleg van tram- metro en/of busverbindingen die Rotterdam-Zuid beter bereikbaar maken. Ook dat zou meer welgestelde huizenkopers naar de zuidoever moeten lokken.
Een meer gevarieerde bevolking van de wijken, en dan met name de focuswijken (Tarwewijk, Bloemhof, Carnisse, Hillesluis, Feijenoord, Afrikaanderwijk en Oost-Charlois) die het allerarmst zijn is noodzakelijk voor een blijvende samenhang in de wijk. Nu worden deze oude, arme wijken doorgangswijken of hotelwijken genoemd omdat de bewoners er zo snel mogelijk vertrekken als ze de kans krijgen. Dat betekent dat iemand die meer gaat verdienen niet blijft en daar dus niet investeert in zijn huis. Dat is niet alleen een probleem voor de kwaliteit en het onderhoud van het vastgoed, maar ook voor de scholen.
Ze krijgen daardoor steeds nieuwe kinderen, die vaak ook weer een achterstand hebben op gebied van taal en motorische ontwikkeling. In het rapport staat dat scholen peuters krijgen die de ouders op de eerste schooldag zittend in een buggy komen brengen. Ze kunnen dan nog niet goed lopen. De school moet ze dat dan gaan leren. Ook spreken de ouders en daardoor ook het kind de Nederlandse taal vaak niet goed. Met voorschoolse educatie kan de gemeente deze kinderen helpen zich te ontwikkelen.
Als een wijk bewoners krijgt die er langer blijven ontstaat een stabielere sociale structuur, is de gedachte.

Lerarentekort zorgt voor nieuwe achterstand

Maar beter is het als er in de wijk ook mensen wonen die hun kinderen dat zelf al hebben kunnen leren. Dat scheelt de school en de gemeentelijke diensten werk. Scholen op Zuid hebben het moeilijker om leerkrachten aan te trekken, schrijven de rapporteurs, omdat het werk er zwaarder is en de omgeving minder aantrekkelijk. Het lerarentekort zorgt ervoor dat de kinderen meer achterstand oplopen.
De steun van het Rijk voor het NPRZ loopt tot eind dit jaar. Het is nog niet bekend hoeveel het Rijk de komende tien jaar investeert. Inmiddels zijn er 19 langlopende ontwikkelingsprogramma's in Nederlandse steden voor achterstandswijken waar bij elkaar meer dan een miljoen mensen wonen, zoals in Amsterdam-Zuidoost, Zaanstad, Groningen, Eindhoven, Breda en Heerlen. Het NPRZ is de voorloper daarvan.