VERGETEN VERHALEN

50 jaar geleden vlogen brandbommen en stenen door de ramen van Turkse pensioneigenaren: 'Alle Turken moeten weg'

Huisraad uit de pensions op straat gegooid
Huisraad uit de pensions op straat gegooid © Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam
In augustus 1972 zit Sahin acht dagen angstig opgesloten in zijn pand aan de Wapenstraat. Buiten joelt een agressieve menigte, zij richten hun woede op de vijf pensions in de straat. Nu, vijftig jaar later, blikt de bijna 80-jarige Cemalettin Sahin terug op de rassenrellen in de Afrikaanderwijk.
Op de vraag of hij bang was, antwoordt Sahin: "Natuurlijk, ik was alleen in huis en buiten stond een menigte die het op het huis voorzien had. Ik kon acht dagen niet normaal slapen, hooguit een paar uurtjes in de ochtend." De rellen beginnen door wijkbewoners, maar al gauw sluiten relschoppers uit andere delen van de stad zich aan.
Vanuit zijn woning aan de Bloemhof kijkt Sahin naar de televisiebeelden en de foto's van toen. Hij heeft de beelden niet nodig om zich te herinneren hoe die dagen voor hem waren. Als eigenaar van het pand aan de Wapenstraat blijft hij binnen tijdens de rellen, net als de eigenaren van de pensions naast hem. Ze willen hun bezit beschermen.
Op een foto van de Wapenstraat is goed te zien hoe de ruiten van de vijf naast elkaar gelegen panden er allemaal uit liggen. De auto van de glashandel staat voor de deur. Maar 's avonds vliegen er weer stenen door de ramen. En de volgende dag weer.
Ingegooide ramen bij pensions in de Wapenstraat
Ingegooide ramen bij pensions in de Wapenstraat © Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam
Op de televisiebeelden van toen zien we hoe stenen door de ramen gaan van de pensions. Een brandbom wordt naar binnen gegooid. In het radioverslag horen we de verslaggever aan iemand die net een steen heeft gegooid, vragen: "Waarom doe je dit nou?" Het antwoord van een aan de stem te horen nog geen volwassene: "Omdat alle Turken weg moeten." Dat is de stemming die dagen in straten als de Wapenstraat, Paarlstraat, Slaghekstraak in de Afrikaanderwijk op Zuid.
In de pensions in die straten wonen Turkse gastarbeiders, zoals ze in 1972 genoemd worden. "Het zijn er te veel", klinkt in de radio- en televisiereportages van toen. "Ze pikken onze huizen in." Al maanden, misschien wel jaren, sluimert de onrust. De vlam slaat op donderdag 9 augustus 1972 in de pan als een Nederlandse vrouw tijdens haar verhuizing uit een pand van een Turkse pensioneigenaar ruzie krijgt over huurachterstand.
De vrouw en een aantal wijkbewoners komen lijnrecht tegenover de Turkse pensioneigenaar en een aantal landgenoten te staan. Bij de vechtpartij die ontstaat, raken drie mensen gewond. Het is een start van een dagenlange oproer in de straten van de Afrikaanderwijk. Die avond en nacht wordt een Turks pension overhoop gehaald door relschoppers. De huisraad wordt op straat gegooid.
Huisraad uit de pensions op straat gegooid
Huisraad uit de pensions op straat gegooid © Ary Groeneveld/Stadsarchief Rotterdam
Honderden mensen, vooral jongeren, verzamelen zich avond na avond in de straten van de Afrikaanderwijk. De politie probeert ze te verdrijven, maar zodra de politie vertrekt, komen de relschoppers weer uit de zijstraten tevoorschijn. Soms richt de woede zich ook op de politie. En op burgemeester Thomassen, die op maandagavond 14 augustus via een megafoon de woedende menigte toe wil spreken. Hij wordt overstemd door boe-geroep. De avond erna is er weer een grote groep relschoppers in de wijk. Daarnaast trekken de ongeregeldheden 'toeschouwers' aan. De ruiten van de pensions in de Wapenstraat gaan er weer aan die avond.
Cemalettin Sahin kocht zijn pand in 1969, vertelt hij vijftig jaar na de rellen: "In de Wapenstraat was iemand die meerdere panden bezat en van hem kochten we het." Het kost 33.000 gulden weet hij nog, hij lost 300 gulden per maand af. Op de tweede verdieping woonde een Nederlandse vrouw, zij betaalt 150 gulden huur per maand. Op de andere drie verdiepingen laat Sahin vijf mensen verblijven. Die Turkse huurders betalen 25 gulden per week. Sahin weet het allemaal nog precies.

Bouwpolitie

"We hielden weinig over van de huurinkomsten", legt hij uit. "Het pand moest worden aangepast aan de brandveiligheidseisen. Er moet een ijzeren brandtrap aan de achterkant komen en de pensioneigenaar moet aan andere veiligheidseisen voldoen. "Je had toen de bouwpolitie, wij moesten voldoen aan de eisen waar ook een hotel aan moest voldoen." Ook de schoonmaak wordt door de eigenaar van het pension betaald.
En zo raakt hij betrokken bij de rellen die in augustus 1972 dagenlang aanhouden. "Het was niet onze schuld. Wij hebben niets verkeerds gedaan. We kwamen hier werken op plekken waar niemand wilden werken."
Politie voor de pensions in de Wapenstraat
Politie voor de pensions in de Wapenstraat © Bert Verhoeff/Nationaal Archief
Sahin is thuis als de rellen uitbreken: "Ze gooiden de ruiten in en wij snapten er niets van." Op de tweede dag van de rellen brengt hij zijn gezin in veiligheid en gaat zelf terug naar de Wapenstraat. "We hebben de bedden tegen de ramen gezet zodat de stenen terug zouden stuiteren." Sahin vertelt dat iemand die sociaal werk deed een paar keer eten komt brengen.
De pensioneigenaren gaan naar de politie. "We zeiden 'ze gooien met stenen en vuurtjes, ze verbranden ons nog levend', maar de politie zei dat het beter zou zijn als wij daar zouden vertrekken", herinnert Sahin zich. Hij is teleurgesteld omdat de politie te relschoppers niet stopt en de Turken vraagt te vertrekken. "Het is ons huis! We hebben het gekocht."
De vijf pensionhouders in de Wapenstraat zijn allemaal in hun eigen pand om het de beschermen. De gastarbeiders vertrekken, alleen de eigenaren en goede vrienden blijven achter. "Wij deden niets terug. Degene die ons eten kwam brengen, zei ook 'hou je gedeisd, anders ben je schuldig'. Wij hadden ook iets kunnen doen, bijvoorbeeld de stenen teruggooien."
Kamer met de van buiten gegooide stenen in de muur
Kamer met de van buiten gegooide stenen in de muur © Bert Verhoeff/Nationaal Archief
Na dagen van angst komt er een einde aan de rellen in de Wapenstraat. Buren van de overkant komen naar buiten: "Mannen, vrouwen en kinderen. Ze haalden de stenen van de straat en één van de mannen pakte de megafoon en sprak de relschoppers toe. Hij zei 'wij leven hier met deze Turken en hebben geen last van ze. Wij staan niet toe dat jullie ze nog langer aanvallen'. Ze hebben ons echt geholpen, dat voelde fijn!"
Uiteraard merkt hij ook in die tijd dat er Nederlanders zijn die het niet op hebben met de Turkse gastarbeiders: "Ik wil ze niet zwartmaken, maar als ze boos waren dan zeiden ze wel 'vieze Turk' en 'ga terug' en dat soort dingen." Terugkijkend zegt Sahin: "Toen we kwamen, was het goed. Als jij goed bent tegen mensen, dan zijn zij ook goed tegen jou. Sommigen waren wel vervelend tegen Turken en anderen niet."

'Wij kwamen om te werken'

Hij vindt dat Nederlanders hen meer hadden kunnen waarderen: "Wij hebben hier gewerkt, waar zij niet wilden werken. Het werk was soms gevaarlijk." De rellen zijn volgens Sahin ontstaan toen een Nederlandse vrouw ruzie kreeg over huurachterstanden met een Turkse pensioneigenaar. "Ze dachten waarschijnlijk 'hier gebeuren verkeerde dingen, dat zal in die andere pensions ook wel gebeuren', dus wilden ze het oplossen door ons allemaal weg te sturen."
Sahin is sinds 1964 in Nederland. Als hij vertelt over zijn eerste maanden licht zijn gezicht op. Met een grote glimlach vertelt hij over zijn eerste maanden in Apeldoorn, waar hij voor 99,50 gulden per week werkte in een bakkerij. Zijn werkgever heeft hem geholpen met een verblijfsvergunning. Trots vertelt hij dat hij bij zijn werkgever thuis kwam. Ze keken voetbal met elkaar, daar had hij niet zoveel mee, maar zijn ogen lachen als hij terugdenkt aan de gezelligheid die dat met zich meebracht. En ze lieten hem sigaren roken, herinnert hij zich: "Ik wist helemaal niet hoe dat moest, dus er werd veel gelachen."
Sahin komt uit een dorpje ten oosten van Ankara. Hij heeft zijn militaire dienst erop zitten en heeft een vrouw en een kind als hij naar Nederland komt. In eerste instantie vertelt hij zijn vrouw niet over zijn plannen. Hij zegt naar Istanbul te gaan om te werken. Pas als hij in Apeldoorn is, schrijft hij haar een brief. Ook zijn broer - bij wie zijn vrouw en dochter blijven - kent zijn plan niet. "Hij zou geen toestemming hebben gegeven, ik kon lezen en schrijven en zou beter werk kunnen vinden, ook daar", zegt Sahin.

Van de Van Nelle Fabriek naar Shell en Verolme

Na een paar maanden Apeldoorn, vertrekt Sahin naar Rotterdam. Hij gaat werken bij de Van Nelle fabriek. Huisvesting wordt door de fabriek geregeld: een pension in de buurt waarin zo'n veertig mannen wonen. Ze zitten met z'n vieren of vijven op een kamer en slapen in stapelbedden. Bij Van Nelle vliegt Sahin eruit als hij een maand op vakantie is geweest in Turkije, terwijl hij maar 21 vakantiedagen heeft.
Hij zoekt zelf huisvesting in een pension in Rotterdam-Zuid en gaat aan de slag bij Shell Pernis. Aanvankelijk wonen veel gastarbeiders in pensions van Nederlandse eigenaren. Maar gaandeweg komen de Turkse werknemers erachter dat zij de huisvesting ook kunnen regelen.
Ondertussen heeft Sahin Shell verlaten en werkt hij bij Verolme. "Mensen dachten 'zij hebben meer geld' maar wij leefden heel sober." Een jaar nadat Sahin het pand in de Wapenstraat kocht, komen zijn vrouw en inmiddels twee kinderen naar Nederland.
Na de rellen stopt Sahin met het pension in de Wapenstraat. Samen met zijn gezin gaat hij op de twee bovenste verdiepingen van het vier etages tellende pand wonen. De onderste twee verdiepingen verhuurt hij aan een gezin. Uiteindelijk verkoopt hij het pand jaren later voor 33.000 gulden, hetzelfde bedrag als waarvoor hij het gekocht heeft.
Zittend op de bank in zijn huis in Bloemhof sluit Sahin af: "Ik ben tevreden met hoe ik het hier heb. Laatst was ik in Turkije en ben daar gevallen. Ik dacht: 'Ik laat me in Nederland behandelen, daar doen ze het goed'. Ik ben tevreden met mijn buren. Ik ben hier gekomen toen ik 22 was, heb meer tijd in Nederland doorgebracht dan in Turkije. Zowel Nederland als Turkije zijn mijn thuisland."

5 procentsregeling

Hoe gaat het verder na die dagenlange volkswoede in de Afrikaanderwijk in augustus 1972? De politiek is aan zet. De Rotterdamse gemeenteraad besluit tot het sluiten van de pensions. In de weken na de rellen worden ruim veertig pensions gesloten omdat ze niet voldoen aan de eisen van bouw- en woningtoezicht. In oktober 1972 maakt de gemeente bekend dat ruim 200 pensions moeten worden gesloten omdat ze niet voldoen aan de logementsverordening.
Een tweede maatregel is controversieel: de 5 procentsregeling. Mensen met een niet-westerse achtergrond moeten over de stad verspreid worden, daarvoor wordt bepaald dat niet meer dan 5 procent van de bewoners van een wijk niet-westers mag zijn. Een meerderheid van de gemeenteraad in Rotterdam stemt voor. Twee jaar later vernietigt de Raad van State de regeling, omdat het in strijd is met het VN-verdrag dat discriminatie door de overheid verbiedt.
Kijk hieronder naar naar een aflevering van Vergeten Verhalen op TV Rijnmond uit het jaar 2002, waarin 30 jaar na dato teruggeblikt werd op de rellen. Je ziet de beelden van toen en gesprekken met onder anderen toenmalig wethouder Polak en toenmalig raadslid De Vos-Krul.
Vergeten Verhalen, TV Rijnmond 2002