HUIZENMARKT

Groeiende wachtlijsten door woningnood: ook de 'onzichtbare daklozen' komen in de knel

Vrijwilliger Anja Wessel van de Stichting Op Weg Naar Huis
Vrijwilliger Anja Wessel van de Stichting Op Weg Naar Huis © Rijnmond
Wat nou als je een stichting hebt die erop gericht is om daklozen naar een woning te begeleiden, maar de woningen zijn er niet? Een serieus probleem, waar de Stichting Op Weg Naar Huis mee worstelt. Zij helpen economische daklozen. Dat zijn daklozen die wel werk hebben, maar juist daardoor niet in aanmerking komen voor hulpverlening. Het gebrek aan woningen wordt steeds nijpender, terwijl het aantal mensen dat aanklopt bij de stichting hard groeit.
“Ik zet het liefst een gebouw neer met duizend kamers en dat gooi ik helemaal vol met die mensen.” Aan het woord is Anja Wessel, coördinator van de daklozenopvang van de stichting aan de Klarinet in Oud-Beijerland. Een vrouw met een Rotterdamse tongval en het hart op de juiste plek.

'Moeder van de groep'

Anja is zelf ervaringsdeskundige en werd door de stichting geholpen, voordat ze zichzelf ging inzetten als vrijwilliger. De cliënten noemen haar steevast ‘de moeder van de groep’.
Met een kop thee en een sigaretje legt ze aan de tuintafel uit wat haar drijft om dit werk te doen. “Ik heb eigenlijk wel mijn roeping gevonden. Mensen helpen met problemen waar ik zelf ook ooit tegenaan gelopen ben. Dat geeft me echt een tevreden gevoel.”
De opvang aan de Klarinet In Oud-Beijerland
De opvang aan de Klarinet In Oud-Beijerland © Rijnmond
De Stichting Op Weg Naar Huis heeft twee eengezinswoningen in Capelle aan den IJssel en Oud-Beijerland. De kamers worden verhuurd aan mensen die het zelf niet lukt om huisvesting te vinden. In Capelle kunnen vijf daklozen terecht. In Oud-Beijerland zes. “Naast de opvanglocaties hebben we in Rotterdam nog wat kamers, maar die zitten ook allemaal vol. Je wil iedereen helpen, maar we moeten nu keuzes maken. Kijken naar wie het op dit moment het hardst nodig heeft. En dat is wel heel moeilijk.”

Zelfredzaam oftewel 'Zoek het maar uit'

Zoals gezegd richt de stichting zich op economische daklozen, ook wel ‘onzichtbare daklozen’ of ‘nieuwe daklozen’ genoemd. Deze mensen vallen tussen wal en schip als ze om hulp vragen. Te zelfredzaam, wordt er gezegd als ze bij de gemeente aan het loket komen. “We denken bij daklozen nog te vaak aan mensen die in het park onder een krant slapen”, legt Anja uit. “Maar er zijn genoeg mensen die bijvoorbeeld na een scheiding nergens terecht kunnen. Deze mensen worden niet opgemerkt en vergeten. Zoek het maar uit.”
De 47-jarige Louis valt ook binnen die groep. Hij sliep een tijdje bij iemand op de bank, tot hij daar ook niet langer kon blijven. Bij de gemeente Rotterdam konden ze hem niet helpen, kreeg hij te horen. “Met jouw salaris moet je er zelf uit kunnen komen, werd gezegd. Maar dat was niet zo, want ik stond bijna op straat. Ik had zoveel stress. Wat moest ik nou? Het was winter, hartstikke koud. Ik wist echt niet meer wat ik moest doen.”
Het verhaal vol wanhoop is moeilijk te rijmen met de glimlachende, keurig verzorgde, positieve man die is aangeschoven aan tafel. Anja omschrijft Louis als de meest behulpzame van het stel, nooit te beroerd om haar te helpen als ze met zware tassen van de Voedselbank aankomt. “Toen ik Louis bij het station ophaalde stond er een triest vogeltje. Je zag aan alles dat hij veel zorgen had. Maar hij is nu zes maanden hier en hij is echt opgebloeid.”
Louis werkt als orderpicker bij een bedrijf in Oud-Beijerland, vijf minuten van de opvang vandaan. Hij gaat graag naar de sportschool en leert steeds meer nieuwe mensen kennen. Maar over hoe Louis in de problemen kwam laat hij weinig los. Een stukje schaamte, maar hij wil ook niemand kwetsen. Hij woonde een tijdje op Curaçao, maar kwam juist terug naar Nederland met het idee dat hij het hier beter zou hebben. “Beloftes werden niet nagekomen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit in deze situatie zou zitten. Ik regel altijd alles goed. Ik denk dat dit iedereen kan overkomen.”
Ex-dakloze Louis (47) is gesprek met verslaggever Sanne Waldekker
Ex-dakloze Louis (47) is gesprek met verslaggever Sanne Waldekker © Rijnmond
Na zes maanden in de opvang is het voor Louis eigenlijk tijd om door te stromen naar een eigen woning. Dat wil hij ook graag, maar het lukt niet. Cliënten moeten op twee à drie woningen per week reageren, maar dan moeten ze er wel zijn. “En als ze er zijn, bijvoorbeeld in de vrije sector, dan moet je vaak twee maanden huur vooruit betalen. En de prijzen zijn al zo hoog. Dat is voor mij niet te betalen”, verzucht Louis.

'We zijn een noodopvang'

“De woningnood is gewoon heel hoog”, knikt Anja. “We zitten natuurlijk ook met vluchtelingen die een woning krijgen. Dat wordt eigenlijk een beetje afgesnoept van onze kansen om de mensen een onderkomen te laten vinden. En ze moeten een onderkomen vinden, want we zijn een noodopvang en geen permanent verblijf natuurlijk.”
In mei stelde ChristenUnie-SGP nog vragen over het afwijzen van economische daklozen door de gemeente Rotterdam. Het college gaf toen aan bezig te zijn met een pilot voor tijdelijke opvang en ondersteuning van deze doelgroep. Ook moeten onafhankelijke cliëntenondersteuners ervoor zorgen dat beter onderzocht wordt of mensen in aanmerking komen voor een opvangvoorziening.
Gaat het Louis lukken een eigen woning te vinden? Hij zoekt hard door en maakt zich nu nog geen zorgen. “Ik ben tot rust gekomen dankzij de stichting. Ik heb geen stress meer. En ik denk dat het me gaat lukken om weer een goed leven op te bouwen. De stichting kwam net op tijd op mijn pad.”