POLITIE

Machocultuur bij verkeerspolitie: 'Collega's die zeiden, PTSS, wat is dat nou, vallen na dood Arno ook uit'

Jacco Bezuijen als politieman en als mens met ptss
Jacco Bezuijen als politieman en als mens met ptss © Privé
Hij werkte ruim achttien jaar bij de politie. Dag in dag uit stond Jacco Bezuijen net als duizenden collega's klaar. Loyaliteit naar de baas was heel belangrijk. In 2013 viel hij uit door posttraumatische stressstoornis (PTSS). Van de 46 collega's waar hij bij de verkeerspolitie mee samenwerkte, heeft eenderde volgens hem inmiddels dezelfde klachten. De oorzaak volgens Bezuijen? De machocultuur bij de verkeerspolitie.
"Als je na een zware aanrijding aan het bureau kwam, dan kwam je bij het bedrijfsopvangteam. Dat heet nu team collegiale ondersteuning. Dan zat je met z'n allen aan een tafel en dan vroeg iemand van dat team: hoe heb jij de aanrijding ervaren? Dan zei de één: niks aan de hand. Het gaat helemaal goed. Ik zei: ik vond het wel heftig. Als je dat bij een volgend gesprek weer zei, dan gingen ze je al vreemd aankijken. Bij een derde keer zeiden ze: had je niet beter dameskapper kunnen worden?"
"Ik kwam in 2007 bij de verkeerspolitie. Ik had toen 46 mannelijke en vrouwelijke collega's. Van hen hebben 14 of 15 personen enige vorm van PTSS gehad. De ene minder dan ik, sommige ook heftiger. Dat is toch heel veel? De dood van Arno de Korte, die in juli vorig jaar mogelijk opzettelijk werd aangereden door een vrachtwagenchauffeur, is voor nog eens een aantal collega's de druppel gebleken. Die dachten toen ik uitviel nog: mij overkomt niks, je stelt je aan... Diezelfde mensen vallen nu ook uit."

Wat is PTSS?

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaat volgens deskundigen na het ervaren van een schokkende gebeurtenis of een serie van die gebeurtenissen. Veel mensen kunnen goed omgaan met zo'n voorval, een deel niet. De verwerking is ook verschillend. Als de verwerking stokt, kun je klachten krijgen. Je houdt spanning en stress en dat uit zich in somber zijn, snel schrikken en ook hartkloppingen. Zie ook: www.hersenstichting.nl/hersenaandoeningen/ptss
Vanaf 2008 werd de verkeerspolitie op alle zware verkeersincidenten afgestuurd. Niet alle agenten van de Eenheid Rotterdam (4500) maar 45 collega's (van de verkeerspolitie) moesten de klappen opvangen. En dan was daar ook nog eens de machocultuur bij de verkeerspolitie. "Dat ging zo van: wij komen ergens en we lossen het wel op. Wij zitten alleen op de motor, maar ook al staan er zes lastige gasten voor ons, we gaan door", vertelt Jacco Bezuijen.
"Hetzelfde geldt bij aanrijdingen. Het maakt niet uit hoe iemand is toegetakeld. Je doet het. Door die cultuur durf je niet voor je gevoel uit te komen. Ik heb, nadat ik was uitgevallen, wel eens gezegd tegen een collega waarmee ik bij een zware aanrijding was geweest -: weet jij nog dat geval? Ik vond het vreselijk! Waarom hebben we het toen niet besproken? Dat durfde je niet, dat deed je niet."
Niet dat iemand de agenten dwong. Het was de cultuur. Als wijkagent in Barendrecht werd hij in twaalf jaar geconfronteerd met zes zaken met dodelijke afloop. Tussen elk geval zat een geruime tijd om het ook een plaatsje te kunnen geven. "Bij de verkeerspolitie had je soms drie doden in een week. Als je daar niet over kunt praten en als mensen je raar aankijken als je dat wel wilt doen, dan moet je het ergens wegstoppen. Ik wilde het thuis er ook niet uitgebreid over hebben. Die hadden het toch niet meegemaakt."

'Loyaal naar de baas'

Bezuijen kent de collega's die ook uitvielen met PTSS-klachten. Hij ziet overeenkomsten. "Het zijn van diezelfde types zoals ik. Loyaal naar de baas, geen nee zeggen, doorgaan en vooraan staan als het werk moet worden gedaan. Een voorbeeld: na een ongeluk moest je zoeken naar een identiteitsbewijs op een dood lichaam. De collega zei dat hij het niet kon: dus deed ik het wel. Maar wat je je niet realiseerde: je bent jezelf aan het opbranden door het wel doen."
De energie vloeide uit hem weg zonder dat Jacco Bezuijen het doorhad. De klap kwam in 2013, toen hij naar een dodelijke aanrijding in Oostvoorne moest. "Toen is het zaadje gepland. Het was de zoon van een oud-collega. De jongen had dezelfde leeftijd als mijn zoon, was net klaar met school, reed op een brommertje. Normaal weet je niet wie het slachtoffer is. Nu wisten we gelijk wie het was. Toen ging ik denken: ik doe wel heel raar werk."
Die vraag kwam vervolgens terug bij andere zaken. "Ik doe werk wat eigenlijk niet van mij is. Een voorbeeld: een man is aangereden door een tram. Het lichaam ligt onder de tram, het hoofd ligt er naast. Een jongen van de RET moest vervolgens een schot weghalen bij het verplaatsen van de tram. Hij kon het niet, want dat hoofd vond hij te gruwelijk. Dus deed ik het. Maar die jongen had gelijk, het is ook niet míjn werk. Daarmee belast je jezelf."

'Ik werd steeds stiller'

De gevolgen van het werk hadden ook het effect op het gezinsleven. "Ik was een stuiterbal, nu werd ik steeds stiller. Mijn vrouw heeft een afspraak gemaakt bij de huisarts. Daar ben ik ingestort. Dat was halverwege maart 2013.
Jacco Bezuijen moest re-integreren, maar het niet was gemakkelijk om een plek te vinden. "Eerst kwamen ze met de recherche van de verkeerspolitie. De ellende die ze daar meemaken is soms nog groter. Dan moet je met familie van slachtoffers praten. Dat was geen goed plan."
Jacco Bezuijen (Ter Aar, 1967) ging na de middelbare school werken bij een groenteboer. Later werd hij, net als zijn vader, buschauffeur. In 1995 begon hij bij de politie in Barendrecht. In 2007 stapte hij over naar de verkeerspolitie. Hij was de eerste agent van de Rotterdamse verkeerspolitie op Twitter. Daar deelde hij zijn verhalen. Jacco schreef drie boeken over zijn werk en zijn ervaringen: Hoe mijn jongensdroom een nachtmerrie werd (2014), Belevenissen van een agent (2015) en Zwart schaap binnen de blauwe familie (2019). Zijn hobby is fotograferen.
Zo volgden nog meerdere pogingen, maar het mislukte. Hij had ook een psycholoog. "Die zei na negentien behandelingen dat ik klaar was. Ik ben daarna gaan schreeuwen om hulp, maar er kwam niks. Toen heeft mijn vrouw een open brief geschreven die op het internet kwam te staan. Toen zei mijn chef: o, is het zo erg."

'Er blijven weinig mensen over'

Bezuijen gleed steeds verder het zwarte gat in. De loyaliteit die hij in zijn werk toonde, werd nauwelijks terugbetaald. "Het gaat hetzelfde als met vrienden. Er blijven weinig mensen over. Eén of twee misschien. Ze durven niet of ze durven het niet te vragen. Zo gaat het met je werk..."
"Ik heb een mooie tijd bij politie gehad. Er hadden alleen geen dode mensen bij moeten zitten. Ik weet niet of ik met de kennis van nu nog zou solliciteren. Ik had geen structuur bij de politie. Daar heb ik wel behoefte aan. Dat is gebleken uit onderzoeken."
Toch koestert hij ook de mooie herinneringen. "Ik wist als één van de eersten buiten de koninklijke familie, dat Maxima zwanger was. Dat zit zo. We moesten haar dienstauto tijdens een werkbezoek aan De Doelen begeleiden. Maar we reden iets te hard door de stad. We kregen opdracht om iets zachter te rijden, want Maxima was misselijk. Wij kwamen bij De Doelen en vroegen het aan haar chauffeur. Die zei: ‘Sssssttt’, niemand mocht het weten."

'Zo juridisch, zo gemeen'

In 2018 verliet Jacco Bezuijen de politie. Maar de zaak is nog steeds niet afgehandeld. Hij is niet de enige. Zo'n 220 collega's met PTSS wachten op een fatsoenlijke afhandeling. "De grootste teleurstelling is de manier waarmee ze met je omgaan. Zo juridisch, zo gemeen. De spelregels tijdens de wedstrijd veranderen. Ik had bijvoorbeeld een lijst nodig voor mijn zaak. Die kreeg ik dus niet. Toen heb ik de druk maar opgevoerd via Twitter. Kreeg ik de lijst wel, maar wel te laat voor mijn zaak."
Een oplossing leek nabij. “We hadden een mooie regeling. Plotseling werd daar al het ontvangen smartengeld van afgetrokken. Commissies hebben gezegd dat dit niet kan. Toch is het in 176 gevallen al gebeurd. Het gaat om bedragen van dertig- tot honderdduizend euro. Sommigen moeten zelfs geld terugbetalen.”
Jacco Bezuijen maakte dit beeld van zichzelf
Jacco Bezuijen maakte dit beeld van zichzelf © Privé
Uiteindelijk kwam Bezuijen met collega’s die ook op zoek naar gerechtigheid zijn, in Den Haag terecht. Hij looft Kamerleden als Farid Azarkan (Denk), Lillian Helder (PVV) en Harry van Raak (SP). "Die hebben veel voor ons betekend. Die hebben ook gezorgd dat er unaniem een motie is aangenomen om onze kwestie op te lossen. Tot op heden is dat echter niet gebeurd."
Hij laakt ook de houding van minister van justitie Dilan Yesilgöz (VVD). "Als Kamerlid heeft ze voor de eerdergenoemde motie gestemd. Nu laat ze hem niet uitvoeren. Een tijdje geleden zouden we een gesprek met haar hebben. Eenmaal daar waren er alleen twee hoge ambtenaren. Zo ga je toch niet met elkaar om? En: wat steekt hier achter?"

Spanning en stress

Het uitblijven van een oplossing zorgt voor spanning en stress. "Maar ik ben loyaal naar mijn lotgenoten. Dat loyale zit er nog steeds in. Dat doe je toch, je cijfert jezelf weg. Maar het zal hopelijk niet lang duren. Wat ik wel heb gemist is de hulp vanuit de politie voor mijn gezin. We hebben voor zaken wel een familie-agent, waarom niet de hulp voor families van uitgevallen agenten?"
Zal Jacco Bezuijen ooit nog werken? Hij twijfelt. Hij kent zichzelf en ziet de dingen waar hij tegenaan loopt. Zoals concentratieproblemen. Hij noemt als voorbeeld een klusje met een andere door PTSS uitgevallen collega. "Die woont in Oostenrijk. We gingen samen een kastje ophangen. Zeven keer nameten, gaatje boren: was het toch fout. Vroeger zou ik er gek van zijn geworden, nu lagen we blauw van het lachen. Ik heb in vergelijking met 2013 flinke stappen gemaakt. Ik hoop dat de vooruitgang doorzet. Ik wil wel iets doen, maar werken?"
REACTIE POLITIE We willen klaar staan voor alle (oud)collega’s die PTSS (of een andere vorm van mentale overbelasting) hebben opgelopen. Hiertoe is tegenwoordig De Blauwe Haven actief, waar collega’s op de voor hen passende wijze met ondersteuning van professionals kunnen werken aan herstel. We vinden het heel naar wat Jacco is overkomen en het feit dat de gevolgen van zijn PTSS nog dagelijks voelbaar zijn voor hem en zijn naasten. Echter, we kunnen niet op zijn individuele zaak ingaan, gegeven de privacy.