CULTUUR

Briljant liedjesmaker Kees Torn, tien jaar geleden gestopt, is nog niet over de ramp heen waarbij hij al zijn bezittingen verloor

Hij gold als een van de beste liedjesschrijvers van Nederland. En toch trok Kees Torn tien jaar geleden zelf de stekker uit zijn leven in de kleinkunst. Na twintig jaar door het land reizen met solo-programma’s en overal eten in restaurants met voor hem storende achtergrondmuziek had ie er genoeg van. Spijt van zijn besluit heeft hij nooit gehad. Hij heeft wel last van iets anders. Van ‘de ramp’, zoals hij het zelf noemt. Van hoe in de zomer van 2016 zonder dat hij het aanvankelijk zelf wist zijn huurhuis aan de Hooidrift in Rotterdam door de verhuurder werd leeggehaald. Alle bezittingen van Kees verdwenen in de afvalcontainer.
Kees hoorde er min of meer bij toeval van. In juni 2016 kreeg hij een verontrustend telefoontje van een vriend die door de Hooidrift fietste en daar zojuist iets vreemds had gezien. Het huis van Kees - dat altijd een enorme uitdragerij was geweest - was helemaal leeg. Wat was er gebeurd? Kees wist van niks. Hij bivakkeerde veel bij zijn vriendin José in Voorburg, en hij had het druk gehad met een theaterprogramma met Onno Innemee waartoe hij zich vier jaar na zijn afscheid van de podia had laten ompraten. “Ik ging af en toe de post halen, die nam ik mee naar Voorburg, en die liet ik daar dan vaak ongeopend liggen.”
Flyer van het minder fortuinlijke 'comeback'-programma van Kees met Onno Innemee uit 2016.
Flyer van het minder fortuinlijke 'comeback'-programma van Kees met Onno Innemee uit 2016. © coverart

Woonbron

Hij had wel een brief gezien van de verhuurder dat ze voor het een of ander zouden komen. “Maar zulke briefjes ontving ik al meer dan twintig jaar. Dat ze er de volgende dag aan kwamen. Dat las ik dan pas twee weken later en dan dacht ik: het heeft geen zin om daar nu nog op te reageren, het waait wel over. Ik heb na zoiets wel eens rondgebeld, hoor, maar ik kreeg nooit iemand aan de lijn bij die maffiabende van eerst Onze Woning en later Woonbron. En wat ze nu hadden gedaan: ze hadden zonder dat ik het wist de huur stopgezet, en een rechter wijsgemaakt dat ik niet meer in Rotterdam woonde. Toen mochten ze van die rechter dat huis ontruimen. Waar ik ook niks van wist.”

Eeuwigheid

Wat trof je aan toen je ging kijken?
“Ik ben er helemaal niet heengegaan. Ik ben ingestort toen tot me doordrong dat ik álles kwijt was. Ik heb één huilbui gehad. Daarna kwam er een soort murwheid over me, een soort gelatenheid, ik was ontmoedigd. Al mijn correspondentie, al mijn platen, mijn boeken, mijn hele bibliotheek, alle naslagwerken waar ik dingen in opzocht, mijn piano, mijn bureaus, er lag ook geld, computers, een stuk of zeventig schrijfmachines, alles was ik kwijt. Alles wat ik had opgebouwd in 25 jaar. Dat vervang je niet meer. Zoiets voelt alsof je doodgaat.”
Flyers van de programma's 'Doe mee en win!' en 'Dood en verderf' van Kees Torn uit 2004 en 2006.
Flyers van de programma's 'Doe mee en win!' en 'Dood en verderf' van Kees Torn uit 2004 en 2006. © coverart
Er lagen ook veel dingen die je in de loop der jaren zelf had geschreven.
“Ja, er lagen dozen vol met aantekeningen en ideetjes. Zelfgemaakte cartoons waar ik nog plannen mee had. En muziek, composities. Ik heb ook pianostukken geschreven. Daar was ik misschien nog wel het meest trots op. Die waren eigenlijk gemaakt voor de eeuwigheid. Dat cabaret was voor een avondje, maar ik had het idee dat die muziek robuuster was. Dat die langer mee zou kunnen. Er zaten stukken bij waar ik een half jaar aan heb gewerkt. Allemaal verdwenen. En niet te reconstrueren. Daar was het allemaal te ingewikkeld voor. Elk nootje was zorgvuldig uitgekozen. Ik heb nog maar een pagina of vijf. Dat komt doordat ik brieven tikte op de achterkant van mislukte prints. Dan had ik muziek uitgeprint en ontbrak er nog een notenbalk, of er stond nog een fout nootje in, en dan gebruikte ik dat papier om achterop een brief op te typen. Daardoor zijn er nog een paar pagina’s. Vijf. Van dat hele oeuvre. Wat moet je daarmee? Ik weet het niet. Mijn hele biotoopje is weg.”

Concentratie

Toen de omvang van ’de ramp’ en de impact ervan op Kees duidelijk waren, heeft Kees de verdere voorstellingen van het programma met Onno Innemee afgezegd. Het ging niet meer. Hij was toch al niet tevreden over die halve comeback die niet zijn idee was, en nu kon hij het echt niet meer opbrengen.
Zes jaar later kampt Kees nóg met naweeën van ’de ramp’. Hij slaapt matig. Meer dan vijf uur haalt hij niet. Lezen is lastig. Als hij leest komt er al gauw iets voorbij dat hem herinnert aan alles dat hij kwijt is. En zijn concentratievermogen is zo wankel dat het hem nauwelijks meer lukt om ideeën uit werken tot een heel liedje, laat staan een heel theaterprogramma. “Af en toe lukt er nog weleens een sonnetje. Als ik helder ben. Of rust heb. En ik schrijf brieven aan een paar vrienden.”
Het klinkt als een trauma. Heb je nooit overwogen om daar professionele hulp voor te zoeken?
“Ja, het is een trauma. Maar ik heb geen vertrouwen in professionele hulpverleners. Ik heb anderhalf jaar een relatie gehad met een psychologe. Ik heb mijn lesje geleerd. Ik ben ook bang dat ik een hulpverlener gewoon voor de gek ga houden. Dat ik die ga voorliegen. Ik weet al wat ze gaan zeggen ook.”
Wat dan?
“Stop eerst maar eens met drinken. Ja, dat weet ik ook wel. Ik ga me ergeren. Dat wordt gewoon ruzie.”

Whisky

Kees heeft in zijn theaterprogramma’s - en daarbuiten - nooit een geheim gemaakt van zijn drankzucht. Hij is alcoholist. “Ik ben verslaafd, dat weet ik allang.“ Zonder drank kan hij niet slapen. En een brief schrijven zonder glaasje erbij lukt ook niet. Maar op aandringen van José is hij grotendeels gestopt met whisky. “Ik drink nu wijn. Een fles of twee per dag. En wat biertjes, maar dat tel ik niet mee. Als ik nu denk: ik móet even een paar glazen whisky, dan ga ik apart zitten. Daar heb ik een huisje voor. Dat heeft José voor me gekocht. Het staat op een half uur lopen hiervandaan, in Den Haag, op een soort volkstuintjesterrein. Maar thuis haal ik geen flessen whisky meer binnen. Ik kan geen maat houden. Zo’n fles gaat in twee dagen leeg en dan ben ik alles kwijt. Ik raak in de war. Ik verval in herhaling. Ik begin te raaskallen. Ik word moe. Ik kan huilerig worden. Dronken, zeg maar. En dat vindt José niet leuk.”
Kees Torn met zijn vrouw, José Olsthoorn.
Kees Torn met zijn vrouw, José Olsthoorn. © José Olsthoorn

Leven

José was ook mede de reden voor Kees om in 2012 een punt te zetten achter zijn theaterprogramma’s. “Ik ben gestopt om een keertje te gaan léven. Ik wilde mijn vriendin weleens leren kennen. We zijn een jaar nadat ik ben gestopt ook getrouwd. In de tijd dat ik nog speelde was ik de hele tijd ingesteld op de avond. Zo’n avondje optreden is wel leuk, hoor. Maar al het gedoe eromheen. Dat je naar Stadskanaal moet, en naar Terneuzen. En in restaurants zitten. En het schrijven van die programma’s. Je bent de hele tijd moe, je moet verder niks aan je kop hebben, je leeft niet. Iets dergelijks zei Wim Kan al.”
Ja. Hij zei: Als je niet leeft voor je programma heb je geen programma, en als je wél leeft voor je programma heb je geen leven.
“Precies. En zo heb ik dat ook beleefd, ja. Je kunt niet allebei hebben. Het vergt gewoon alles van je als je zo’n avondje wilt vullen. Voor het schrijven van een programma, en vooral voor de liedjes daarin, moest ik me zeker een maand of drie afzonderen. Geen contact hebben met mensen. Gewoon dag en nacht doorwerken. Niks aan mijn kop hebben. Daar wou ik ook vanaf. Ik had me bovendien al rond 1997 voorgenomen om het bij negen programma’s te laten. Dat was toen ik bezig was met mijn derde programma, Plek Zat. Negen programma’s leek me wel een mooi aantal. Net als al die componisten met hun negen symfonieën. Ik dacht: kijken of ik dat haal. Toen heb ik zitten rekenen: dan ben ik 45. Mooi toch? Dan ga ik op mijn lauweren rusten.”

Lapmiddel

In stilte heeft Kees met de titels van zijn negen programma’s een meesterlijke grap uitgehaald. “Ik zag eens in een krantje een lijstje staan van de titels van mijn eerste drie programma’s. Laat maar laaien, Als ik het niet dacht en Plek Zat. Met de beginletters stond daar dus: LAP. Ik dacht: daar ga ik een woord van maken. LAPJESKAT schoot me als eerste te binnen. Maar voor het volgende programma werden al mijn titels die begonnen met een J afgekeurd. Toen bedacht ik: Mooie boel. En werd het: LAPMIDDEL. Ook negen letters. Zodoende wist ik al wanneer het zou eindigen. Negen soloprogramma’s. En het was met de hakken over sloot hoor, want dat laatste programma was een zware bevalling. Ik wilde het aldoor over wetenschap hebben. Daar was ik mee bezig. Maar ja, daar waren mensen niet zo in geïnteresseerd."
Dan kun je beter college gaan geven.
“Ja, daar ging het ook op lijken. En dat moet natuurlijk niet als je in een programmaboekje staat als cabaretier. Dus dat was nog wel een hoop gesleutel. Het was een goed idee om het bij negen programma’s te houden. Ik wou iets anders gaan doen. Ik wou eigenlijk verder in die wetenschap. Ik had allerlei plannen.”
Uit het dagelijks leven van Kees Torn en zijn vrouw, José Olsthoorn.
Uit het dagelijks leven van Kees Torn en zijn vrouw, José Olsthoorn. © José Olsthoorn

Ambachtsman

Aanvechting om toch weer zelf het podium op te gaan heeft Kees in de afgelopen tien jaar niet gehad. Er zijn buiten Onno Innemee nog wel andere mensen geweest die geprobeerd hebben om hem te verleiden. Joost Prinsen bijvoorbeeld, en Jan Beuving. Maar nee.
Van liedjes schrijven voor anderen is het ook nauwelijks gekomen. “Ik heb vier keer een liedje gemaakt voor Klokhuis. Maar dat werd steeds verpest door de muzikanten. Die maakten het onverstaanbaar, of kortten het in, of voegden een refreintje toe. Dat werkt niet voor mij. Daar ben ik mee gestopt.”
Kees vindt het in het algemeen lastig om liedjes te schrijven voor anderen. Hij heeft altijd vanuit zichzelf geschreven. “Ik vind het heel moeilijk om de gedachten van iemand anders te formuleren. Dat is een ander vak. Jan Boerstoel kan dat, en je hebt er nog meer. Jurrian van Dongen, blijkbaar. Hoewel ik er zelf geen moer aan vind, aan de dingen die hij maakt. Te slordig, te losjes en te voor de hand liggend. Ivo de Wijs, die kan het ook. Dat is natuurlijk een ambachtsman. Die kan dat wel. Maar ik niet. Ik vind het gedoe allemaal.”
Je bent altijd enorm vormvast geweest in het maken van liedjes. Je bent daarin ook wel vergeleken met Drs. P
“Nou, Drs. P vond ik bij vlagen ook slordig, hoor. Bovendien: bij hem gaat het expres nergens over. Nou ja, meestal. Wat dat betreft ben ik anders. Maar ik heb natuurlijk de precisie in het metrum en in het rijm wel van hem afgekeken. Toen ik voor het eerst Drs. P hoorde snapte ik ineens hoe het moest. Ik dacht: o ja, het is leuk als het allemaal precies klopt. Lettergrepen tellen. Het rijm moet ook verrassen. Ik heb hem behoorlijk bestudeerd.”
Aankondiging van de laatste voorstelling van Kees Torn, van 5 mei 2012 in het Oude Luxor.
Aankondiging van de laatste voorstelling van Kees Torn, van 5 mei 2012 in het Oude Luxor. © publiciteit Luxor

Eigenheid

Ben je nooit gevraagd om les te geven?
“Ja, zeker.”
En heb je dat ook gedaan?
“Nee, dat heb ik onmiddellijk geweigerd. Ik ben tégen opleidingen. Ik vind dat al die opleidingen verboden zouden moeten worden, om te beginnen de Kleinkunstacademie. Die is ook eigenlijk bedoeld voor de musical-industrie. Je leert er zingen en dansen. Maar je leert er niet schrijven. En eigenheid leer je daar juist af. Dat is bij de Koningstheateracademie in Den Bosch ook zo. En bij de Paul van Vliet Academie. Bert Klunder had ook ooit zo’n cabaretschooltje in Rotterdam. Die heeft me ook gevraagd. Maar nee, geen denken aan. Hoe graag ik hem ook mocht en hoe leuk ik hem ook vond. Ik geloof dat iedereen het zelf moet uitzoeken.”
Hoe het leven van Kees eruit zag toen hij nog soloprogramma's maakte. De speellijst van 'In de gloria'.
Hoe het leven van Kees eruit zag toen hij nog soloprogramma's maakte. De speellijst van 'In de gloria'. © coverart
André van der Hout heeft laatst een documentaire over je gemaakt, met de treffende titel Het langzame leven van Kees Torn. Daaruit kom je naar voren als iemand die op zijn 55e al het leven van een bejaarde leidt. Beetje lezen, beetje muziek luisteren, beetje scrabbelen met je vrouw José.
“Zo voelt het ook. Alsof het al klaar is. Alsof ik al met pensioen ben.”
Je leeft nog steeds zo’n beetje van je spaargeld?
“Ja, en dat is aan het opraken. Mijn grootste angst is dat ik daardoor weer aan de bak moet. De bedelstaf nadert. Dus ik weet het niet. Ik wil nog wel mijn sigaren kunnen betalen, en dat zijn dure sigaren.”
Wanneer is je geld op?
“Over een maand of twee, heb ik uitgerekend.”