MESSENCULTUUR

1 op 5 van de Rotterdamse jongeren heeft wel eens een wapen op zak óf gebruikt

De politie doet onderzoek na een steekpartij in Rotterdam-Zuid
De politie doet onderzoek na een steekpartij in Rotterdam-Zuid © MediaTV
Twintig procent van de Rotterdamse jongeren heeft wel eens een wapen in bezit gehad of gebruikt. Dat blijkt uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit, in opdracht van de gemeente Rotterdam. Het dragen van een wapen gebeurt meestal omdat jongeren zich onveilig voelen.
Burgemeester Ahmed Aboutaleb interpreteert de cijfers iets positiever. In een brief aan de gemeenteraad zegt hij dat ‘de overgrote meerderheid’ van de jongeren géén wapens in bezit heeft gehad of gebruikt, ongeveer tachtig procent. “Een minderheid, een op de vijf jongeren, heeft dat wel.”
De wetenschappers van de Erasmus Universiteit onderzochten jongeren die op een middelbare school of mbo zitten. Hen zijn vragenlijsten voorgelegd en zij zijn onderworpen aan focusgroepen. Ook hebben de onderzoekers politieregistraties over steekincidenten waar jongeren bij zijn betrokken geanalyseerd, om op die manier een zo compleet mogelijk beeld op te vangen om die ene vraag te beantwoorden: waarom dragen en gebruiken jongeren wapens?
Het wapen dat het meest werd gedragen was het mes, dus de nadruk van het onderzoek ligt daar dan ook op. Jongeren gebruikten het liefst een steekwapen dat eenvoudig is op te bergen: denk aan een zakmes, vlindermes of stanleymes. Uit het onderzoek blijkt dat een selecte groep jongeren wel een wapen heeft, maar die niet gebruikt. Zij voeren ‘esthetische redenen aan’ om wapenbezit te verklaren: denk dan aan bijvoorbeeld aan het sparen van wapens.

Gevoelens van onveiligheid

Daarnaast zien onderzoekers een verschil tussen jongeren die alleen een wapen op zak hebben, en jongeren die een wapen dragen met de bedoeling deze te gebruiken. De eerstgenoemde groep heeft een (steek)wapen bij zich omdat ze zich onveilig voelen in een bepaalde omgeving, of omdat ze daadwerkelijk worden bedreigd. Jongeren die zeggen ook echt een wapen te gebruiken hebben deze voornamelijk bij zich om te bedreigen, zegt het onderzoek.
Het is wellicht geen verrassing: maar jongens hebben bijna tweemaal zo vaak een wapen op zak als meisjes. Het is dus niet alleen een jongensding, komt naar voren. Daar moet dus ook aandacht voor zijn laat hoogleraar Frank Weerman jeugdcriminologie, een van de onderzoekers, in gesprek met Radio Rijnmond weten.
En ook: “Met betrekking tot etniciteit lijken er geen grote verschillen te zijn, het is niet zo dat wapens zijn voorbehouden aan jongeren met een specifieke migratieachtergrond. Wel lijkt het gebruik van wapens wat meer voor te komen bij jongeren die zich niet-Nederlands voelen. Maar ook over jongeren in meer welvarende buurten en over jongeren zonder migratieachtergrond komen in de groepsgesprekken de nodige verhalen over wapens naar voren.”
Volgens het onderzoek zijn omgevings- en persoonlijkheidsfactoren belangrijker als je naar wapenbezit kijkt. Jongeren die wapens dragen zonder de bedoeling deze te gebruiken, zijn vaak recent het slachtoffer van geweld. Ook zijn ze impulsiever, hebben ze veel vrienden op straat en online en horen ze vaak dat wapens worden gebruikt. Jongeren die daadwerkelijk wapens dragen om te gebruiken, zitten vaak met een rits aan problemen: hun financiële thuissituatie is slecht, hun opvoeding is problematisch, hun sociale leven bevindt zich op straat, ze hebben vaak geweld ervaren en komen geregeld in contact met verdovende middelen. “Al met al lijkt dit een categorie waar veel aan de hand is en die meer buiten de traditionele samenleving lijkt te staan.”
Tot slot omarmen jongeren die wapens gebruiken of dragen de straatcultuur, 'the code of the street', aldus de onderzoekers. Zij worden ook online met wapenbezit geconfronteerd en zien dat ruzies die online beginnen, offline eindigen.

Geen publiekscampagne

In het lijvige rapport geven de onderzoekers aanbevelingen, waarvan de gemeente met sommige al druk bezig is en met anderen niet. Zo wil de gemeente gaan werken aan plekken waar jongeren terecht kunnen met zorgen over hun veiligheid. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in het aantal jongerenwerkers in Rotterdam. Omdat veel jongeren die betrokken zijn met wapengeweld met complexe problemen zitten – een giftige leefomgeving, financiële malaise – komt er ook extra aandacht voor deze kinderen, aldus de brief van burgemeester Aboutaleb.
Wat opvalt is dat de onderzoekers een nieuwe publiekscampagne tegen wapengeweld afraden. De meeste jongeren moeten niets van wapens hebben, legt Weerman uit. Het is niet nodig om ze daar middels een campagne nogmaals op te wijzen, in het verleden hebben die campagnes wellicht al effect gehad. Nu is dat niet meer nodig, vindt hij. Wapeninleveracties helpen op die manier ook niet, zegt hij. "Ons onderzoek laat zien dat de problemen veel dieper liggen."
Aboutaleb noemt de eerder genoemde aanbeveling voor het college 'een bevestiging van de strategie die wordt gevolgd bij de campagne ‘Geweldig Rotterdam’. Daar is hoogleraar Weerman het niet mee eens. Hij vindt dat de burgemeester het ‘te rooskleurig’ neerzet. Want Geweldig Rotterdam heeft veel weg van een publiekscampagne. Het is gericht op ‘12 tot 18-jarigen Rotterdammers, hun ouders, familie en kennissen. En op de samenleving die zich ongerust maakt over dit ongewenste fenomeen.’
Een publiekscampagne zou zelfs averechts kunnen werken, schrijft het rapport en bevestigt Weerman. "Een brede campagne gericht op alle jongeren in Rotterdam lijkt nu niet nodig te zijn en zou mogelijk zelfs kunnen leiden tot meer gevoelens van onveiligheid." Zoiets zou zich meer moeten richtingen op de kwetsbare groep die dus geweld en wapenbezig normaal is gaan vinden. "Denk aan jongeren die het thuis moeilijk hebben en zelf slachtoffer ooit zijn geweest", zegt Weerman.