THEATER

Loes Luca speelt zichzelf op het podium: ‘Ik dacht: als mensen deze voorstelling niet leuk vinden dan vinden ze míj dus niet leuk‘

Loes Luca, thuis in Rotterdam: "Wat mijn moeder is overkomen gaat mij niet gebeuren."
Loes Luca, thuis in Rotterdam: "Wat mijn moeder is overkomen gaat mij niet gebeuren." © Roland Vonk
Het lijkt een emotionele achtbaan. Je eigen leven binnenstebuiten keren in een theatervoorstelling die je alles bij elkaar meer dan honderd keer speelt. Meer dan honderd keer vertel je over je homoseksuele vader die sekspartners mee naar huis nam, meer dan honderd keer gaat het over je dementerende moeder die je zag veranderen in een dierlijk wezen dat zichzelf bevuilde en meer dan honderd keer sta je stil bij de man met wie je heel gelukkig was en die je op een dag zomaar dood in bed vond.
Toch valt het mee. Actrice Loes Luca (komende maand 69) heeft zichzelf in de hand in de autobiografische voorstelling ‘Uit het hoofd’ waarmee ze door het land reist en waarmee ze in oktober twee keer in het Oude Luxor staat, in haar eigen Rotterdam. “Het is inmiddels ingedaald allemaal. Ik vind het heel leuk om te spelen. Het doet me goed. Het werkt louterend.”
Het idee voor de voorstelling Uit het hoofd is ontstaan in gesprekken van Loes met bevriend scenarioschrijfster Maria Goos. Loes vertelde weleens wat over haar leven. Over dat ze als kind met haar ouders inwoonde bij haar opoe, die van makreel hield en haar handen afveegde aan de gordijnen. En dat ze daar, in een niet-chic deel van Kralingen, negen jaar lang op de bank heeft geslapen. De kleine Loes - eigenlijk: Louise - had geen eigen bed. “We woonden heel klein. We hadden een alkoof, een soort bedstee. Ik ging naar bed in de alkoof. En als mijn ouders dan gingen slapen tilden ze mij slapend op en legden ze mij op de bank.”
Loes wist niet beter. Vond het niet heel bijzonder. Daar dacht Maria Goos anders over. Die vond het een nogal gek leven. Ze wilde het hele verhaal weleens opschrijven. “Toen zijn we samen twee weken naar Parijs gegaan om ons lekker af te zonderen van alles. Daar heb ik haar elke dag een stukje verteld, en dat schreef zij dan op. En daarna natuurlijk heel lekker eten. Ik heb ooit in Parijs gewoond, dus het was ook een beetje een trip down memory lane.”
Loes Luca als baby in de armen van haar vader (links), in de lagere school-leeftijd in 1963 (rechtsboven) en jongvolwassen in de jaren tachtig (rechtsonder).
Loes Luca als baby in de armen van haar vader (links), in de lagere school-leeftijd in 1963 (rechtsboven) en jongvolwassen in de jaren tachtig (rechtsonder). © Privé-collectie Loes Luca

Balletdanser

Loes vertelde over haar ouders, Ina en Luc. Haar moeder was nog maar negentien toen Loes werd geboren. De opvoeding werd min of meer overgelaten aan opoe, bij wie het jonge gezin dus introk. “Doordat Maria het heeft opgeschreven ben ik me er pas bewust van geworden hoeveel mijn opoe voor mij heeft betekend in mijn eerste levensjaren. Mijn moeder had twee schoonmaakadressen en was overdag weg. Mijn vader werkte niet. Hij had het vooral druk met al z’n vriendjes die hij thuis ontving. Hij bleek veel meer om mannen dan om vrouwen te geven. Hij nam niet iedere avond een balletdanser mee naar huis, maar het gebeurde weleens.”
De kleine Loes had welbeschouwd geen idee van wat er speelde tussen haar vader en het mannelijke bezoek. “Ik dacht dat ze Mens erger je niet gingen doen, of Pim Pam Pet. En mijn moeder is altijd heel netjes geweest over mijn vader. Ze heeft nooit gezegd: hij is een bokkenlul. Ik geloof dat ze één keer heeft gezegd: ‘Hij gaat met die jongens vrijen.’ Ik weet nog dat ik toen over mijn moeder dacht: nou, die is niet goed, hoor.”
Luc Luca, de vader van Loes.
Luc Luca, de vader van Loes. © Privé-collectie Loes Luca

Commanderen

“Als vader heb ik niet veel gehad aan mijn vader. Maar hij was wel een bijzonder mens. Een ontzettend grappige gekkerd. Artistiek ook. Wat zijn ogen zagen konden zijn handen maken. Ik was dol op die man. Ik was verzot op hem. En doordat hij zo’n malle aap was, vind ik niet gauw meer wat gek in het leven. Hij vertelde me over Gerard van het Reve en liet me boeken zien van mannen met syfilis, met afgevreten penissen. Toen ik zelf nog niet eens aan tongen toe was.”
“In de laatste fase van zijn leven heb ik hem verzorgd, een half jaar lang. Dat was niet makkelijk. Want toen hij hoorde dat hij kanker had is ie gaan liggen en nooit meer zijn bed uitgekomen, behalve dan in een rolstoel. Hij kon gewoon lopen, maar dat wou hij niet meer. Hij is heel dramatisch gaan liggen, heeft zijn haar laten groeien, zodat ie zijn lok mooi opzij kon doen met zijn hoofd. Hij lag midden in de kamer op zo’n ziekenhuisbed een beetje te commanderen. Dat kon hij heel goed.”
Loes Luca , haar moeder Ina en verdere familie
Loes Luca , haar moeder Ina en verdere familie © Privé-collectie Loes Luca

Gevoel voor drama

“Mijn moeder had ook een groot gevoel voor drama. Ik heb gewoon twee ouders gehad met gevoel voor drama. Alleen hebben zij het niet kunnen exploiteren zoals ik dat kan. Mijn moeder was me d’r ook een, hoor. Ook best wel egocentrisch. De wereld draaide toch wel om haar. Maar goed, daar ben ik altijd in meegegaan. Ik hield van d’r en ik ben een heel lieve dochter voor haar geweest. We hebben ook samen opgetreden, als het duo The Petticoats. Het samen zingen bond ons. Tot op het laatst. Maar die laatste 8,5 jaar waren een hel, hoor. Die rottige, gemene kut-dementie. Ik zag zo mijn moeder verdwijnen, elke dag een stukje meer. Ik heb 8,5 jaar afscheid moeten nemen van mijn moeder. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik zeg weleens: mijn moeder is tachtig geworden, er is een andere vrouw 88 geworden.”
“Haar overlijden in maart van dit jaar was een bevrijding, zowel voor haar als voor mij. Zij had dit nooit gewild. Als zij had geweten hoe ze er op het laatst aan toe was. Ooit was ze een keurig verzorgde vrouw, met mooie sieraden en een prachtig decolleté. Opgetut, alles tiptop in orde. Maar op het laatst was ze eigenlijk alleen nog maar een stukje vlees dat zichzelf lag te bevuilen. Ze was niks meer. Het was leeg.”
Hoes van de cd die Loes in 2006 heeft gemaakt samen met haar moeder.
Hoes van de cd die Loes in 2006 heeft gemaakt samen met haar moeder. © coverart

Alzheimer-gevangenis

“Ik merkte het voor het eerst toen ze crème fraîche door de kroten ging doen. Vond ik heel gek, want ze kon heel lekker koken. En dat ze bij het dekken van de tafel mij opeens op een ander plek zette. Toen we een feestje hadden gegeven voor haar tachtigste en mijn zestigste verjaardag wist ze de volgende ook niet meer wie er geweest waren.”
“Op zeker moment heb ik twee jaar nauwelijks gewerkt om er voor haar te kunnen zijn. Met een onderbreking van zes weken om in Spanje de film Mi Vida te draaien, waar ik heel gelukkig van werd. Even uit de Alzheimer-gevangenis. Ik vond het heel moeilijk. Ik ben iemand met weinig geduld, en ik wil graag de regie hebben. Dat gaat dus niet met een Alzheimer-patiënt.”
Loes Luca en haar moeder, Ina Vermeulen
Loes Luca en haar moeder, Ina Vermeulen © Privé-collectie Loes Luca

Wezenloos

Ook vertelde Loes aan Maria Goos over de dood van haar man Harald in 2008. Hij stierf aan een hartaanval, toen Loes aan het werk was. Ze vond hem bij thuiskomst in hun huis in Rotterdam-West. “Op z’n 52e … boem! weg. Dat heb ik moeten verwerken. Ik heb een jaar lang in een stoel gezeten. Ik was echt verslagen. Wezenloos. Echt wézenloos. Het kon me allemaal helemaal niet meer schelen. Ik was in shock. Maar goed, op een gegeven moment kwam de bodem van de schatkist in zicht. Toen móest ik wel gaan werken. Ik heb niet genoeg geld om de rest van mijn leven in die stoel te blijven zitten.”
“Dat ik weer moest, vond ik in eerste instantie helemaal niet leuk. Maar toen ik eenmaal aan de slag was, was het heel fijn. Ik was met heel fijne mensen om me heen. Onder anderen Paul Kooij, Peter Blok, Tjitske Reidinga, Hans Leendertse, allemaal ontzettend leuke mensen die heel lief voor me waren. De eerste voorstelling was De Ingebeelde Zieke, met hop! ineens een doodskist op het toneel. Daar moest ik even aan wennen. Ik moest er in het begin ook heel hard van huilen. Maar later niet meer. Zat ik er gewoon bovenop, een sigaretje te roken.”
Loes Luca in 1979, uit een van haar plakboeken.
Loes Luca in 1979, uit een van haar plakboeken. © Privé-collectie Loes Luca
“Dat spelen heeft me er weer bovenop geholpen. Ja, en mijn kind, ik heb een topkind. En ik heb heel veel lieve vrienden die heel lief voor me zijn geweest. Het eerste half jaar na de dood van Harald heb ik geen nacht alleen hoeven slapen. Er kwam altijd iemand. Frédérique, Marijke, Netty, ze kwamen allemaal. “
“Ik mis Harald nog steeds heel erg. Ik had het heel goed met hem. Ik amuseer me wel, ik heb een rijk sociaal leven. Maar ik mis toch wel die ene kerel. Die zo lekker rook. Hij rook zó lekker.”
Loes Luca: "Ik heb me erbij neergelegd dat ik mezelf binnenstebuiten keer."
Loes Luca: "Ik heb me erbij neergelegd dat ik mezelf binnenstebuiten keer." © Roland Vonk

Souffleuse

Aanvankelijk was het idee om al die gebeurtenissen uit het leven van Loes te vatten in een solovoorstelling. Een solovoorstelling van een actrice op haar retour … die aan het dementeren is. “Maar ik kon het woord ‘dement’ niet meer hóren. Ik realiseerde me op zeker moment ook: ik wil helemaal niet alléén het toneel op. Ik wil mét iemand. Toen kwamen we bij een zogenaamde souffleuse. Kaatje Kooij speelt die rol, de dochter van Paul Kooij, en het is heel leuk om met haar op het toneel te staan. We hebben het ook over verschillen in opvatting over theater, over hoe je speelt, en over hoe je het doet in het leven.”
Uit het hoofd, autobiografische voorstelling van Loes Luca
Uit het hoofd, autobiografische voorstelling van Loes Luca © publiciteitsmateriaal
Uiteindelijk is het ook een voorstelling geworden zonder verzinsels. Het zit allemaal heel dicht op de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin trouwens ook wordt gelachen. Het is niet allemaal dramatisch. Maar toch. “Ik heb me erbij neergelegd dat ik mezelf binnenstebuiten keer. Al was ik in het begin ook een beetje bang. Ik dacht: als mensen deze voorstelling niet leuk vinden, dan vinden ze míj dus niet leuk.”
Dat is bepaald niet de teneur van de reacties. Ook niet in de grotere zalen waar deze kleine voorstelling nu en dan staat geprogrammeerd. “De laatste van de serie voor de vakantie was in Utrecht. Daar zat meer dan 800 man in de zaal. En dat werkte eigenlijk heel goed. Dan is de eenzaamheid op het toneel zo duidelijk voelbaar. De strijd. De worsteling met het leven. We zijn ook veel geboekt in kleine theaters en die vinden het heel fijn dat ik kom. Daar kom ik anders eigenlijk nooit doordat ik altijd in grote producties sta. Het gaat heel goed met de voorstelling.”

Fietsongeluk

Je wordt komende maand 69, voel je je ook 69?
“Soms. Ik heb net een fietsongeluk gehad, ik ga nu een soort van kreupel door het leven, dus nu voel ik me een oud wijf. Maar meestal - als ik niet in de spiegel kijk - voel ik me 39 op goede dagen, en veertig op slechte dagen. Ik merk er niet zo veel van. Ik kan nog alles. Ik ben ook een heel bezige bij.”
Loes Luca als au pair in Parijs, en op dertienjarige leeftijd getekend door de Rotterdamse beeldend kunstenaar Eduard van Zanden.
Loes Luca als au pair in Parijs, en op dertienjarige leeftijd getekend door de Rotterdamse beeldend kunstenaar Eduard van Zanden. © Privé-collectie Loes Luca
Ik las ergens dat je een soort angst hebt om door de mand te vallen, om te worden ‘ontmaskerd’. Het imposter syndroom.
“Het is inmiddels wel wat geslonken hoor, maar omdat ik een zenuwachtige, stotterende puber was, hebben ze me niet naar de HBS op de ’s-Gravendijkwal gestuurd maar naar de mulo. En toen ik daar bleef zitten in de derde, zei m’n moeder: ‘Ik heb geen geld voor nog twee jaar, ga maar naar de ulo.’ Wat ik allemaal prima vond, toen. Maar daar heb ik zó’n spijt van gehad in mijn leven. Ik heb altijd gevoeld dat ik minder wist dan anderen. Inmiddels heb ik het wel aardig overwonnen. Ik bedoel: ik spreek vloeiend Frans. Dat kan ook niet iedereen.
Nou, vrij veel Fransen lukt het aardig.
“Ha ha ha! Nou ja, ik léés, en ik luister, en ik doe, maar ik heb altijd last gehad van die slechte start qua algemene ontwikkeling. Ik voel mezelf vaak dom. Ik ga ook om met mensen die heel veel weten. Harald wist ook heel veel. Pierre Bokma hoest dingen op waarvan je denkt: Jesus, man. Maar zíj geven mij niet het gevoel dat ik dom ben, hoor. Dat doe ik zélf. Ik geloof ook niet dat ik dom ben. Als je echt dom bent wéét je helemaal niet dat je dom bent.”
Loes Luca (uiterst links) in de eerste klas van de mulo.
Loes Luca (uiterst links) in de eerste klas van de mulo. © Privé-collectie Loes Luca

Verlies

Was deze voorstelling niet aanvankelijk bedoeld als je laatste?
“Eigenlijk wel, ja. Maar door corona is alles verschoven. Ik ben hier al drie jaar geleden aan begonnen, we waren op zeker moment bezig om de voorstelling te monteren, in elkaar te zetten, en toen brak corona uit. Twee jaar lang kon ik weinig doen. Twee jaar lang heb ik verlies geleden. Ik ben nog wel naar Bonaire geweest voor de film Casa Coco met Joke Bruijs, Gerard Cox, Frédérique Spigt, Richard Groenendijk en Gijs de Lange. Dat was leuk, even tussendoor. En ik heb tussendoor een programma met Pierre Bokma gedaan. Door Pierre heb ik ook weer heel veel speelplezier teruggekregen. Dat was ik een beetje kwijt. Ik had een paar vervelende producties achter de rug en toen dacht ik: ik doe alleen nog Uit het hoofd en dan stop ik ermee. Maar met Pierre heb ik weer zoveel plezier gehad dat ik er nu anders over denk. In januari beginnen we met de tweede serie van Maud en Babs, voor tv. Daarin speel ik een een dementerende vrouw met twee leuke dochters, Rifka Lodeizen en Kim van Kooten. Daar heb ik zin in, dat is leuk. En dat kan ik heel goed, een dementerende vrouw spelen. Hoe zou dát nou komen? En ik ga misschien met een groot orkest liedjes van Harry Bannink zingen.”
Loes Luca in 1961, en in 2003, als presentatrice van het Nationale Songfestival in Ahoy.
Loes Luca in 1961, en in 2003, als presentatrice van het Nationale Songfestival in Ahoy. © Privé-collectie Loes Luca

Maatregelen

Ben je bang dat je zélf ook ooit dement wordt?
“Ja, natuurlijk ben ik daar bang voor. Maar wat mijn moeder is overkomen gaat mij niet gebeuren. Ik heb maatregelen getroffen.
Je hebt een pilletje in huis, las ik ergens.
“Ja.”
Dat is een prettige gedachte?
“Ja, heel fijn. Ik ga niet de hand aan mezelf slaan als ik een keer een slechte voorstelling heb gespeeld, hoor. Het is echt voor een situatie van nodeloos lijden. Ik vind ook dat iedereen daar recht op heeft, op zo’n pil.”
Loes Luca en Kaatje Kooij met Uit het hoofd, 2 & 30 oktober in het Oude Luxor Theater in Rotterdam.