Vergeten Verhalen: het duivenvrouwtje van Rotterdam

Trijntje van Ham is in Rotterdam bekend geworden als 'het duivenvrouwtje'. Jarenlang voert zij duiven op het plein voor de Laurenskerk. Ze wordt zo bekend, dat er een lied over haar gemaakt wordt, een gedicht, een plastiek en zij is één van de figuren in de gevelstenen van het Minervahuis in het centrum van Rotterdam.

Hendrikja Trijntje van Ham is geboren in 1870 en begint rond 1910 met het voeren van verwilderde duiven. Dat doet ze op het Grote Kerkplein aan de voet van de Laurenskerk. Duiven nestelen zich in die toren en in de kerk. Het heeft in die tijd zin om vaste voederplaatsen te maken om dat de duiven dan in de stad blijven. Als ze geen eten meer zouden vinden, dan zouden ze de boer op gaan en bijvoorbeeld postduiven in gevaar brengen.
Wilma van Giersbergen van het Stadsarchief Rotterdam heeft zich in 'het duivenvrouwtje' verdiept: "Iedere dag, door weer en wind, trok zij met een speciaal karretje langs de graankantoren om graan in te kopen en soms krijgt ze het ook. Het geld dat ze kreeg van de ‘steun’ besteedde ze grotendeels aan het voer. Ze had niet alleen mededogen met de duiven maar ook met allerlei loslopen dieren als honden en katten."

Raar


Kinderen vinden haar vooral heel raar. Trijntje van Ham wordt door de kinderen uitgejouwd en de ruiten van haar huis worden regelmatig ingegooid. In 1938 moet het duivenvrouwtje stoppen met het voeren van de duiven. Op verzoek van het gemeentebestuur krijgt ze geen voer meer van de dierenbescherming. De uitwerpselen van de dieren veroorzaken schade aan gebouwen en monumenten. De duiven worden langzamerhand een plaag. De gemeente wil ze laten verhongeren om zo van ze af te komen.

Duiven vangen

Trijntje van Ham kan dat niet aanzien. Ze zegt dat de enige manier om de dieren te vangen met netten is. Ze helpt de gemeente door de dieren met voer te lokken. En vervolgens worden de beesten met netten gevangen. In paar dagen tijd worden er zo'n 500 duiven gevangen en later vergast.

Trijntje woont aan de Spiegelnisserweg en later aan het Van Alkemadeplein. Met het bombardement van 14 mei 1940 verbrandt ook haar huisje en zijzelf bijna. Zij wordt net op het nippertje gered, maar haar voederkarretje moet ze achter laten. Net zoals ze vóór de oorlog heeft meegewerkt aan het vangen van de duiven, helpt ze na het bombardement met de ‘puinkatten’ die door de stad zwerven. Ook deze dieren worden vergast.

Na de oorlog zijn de meeste graankantoren verdwenen en is het moeilijk om aan tarwe te komen. Maar het duivenvrouwtje gaat wel door. Tot aan 1956 voert Trijntje niet alleen de duiven, maar ook de eenden en zwanen langs bijvoorbeeld de Rotte. Ze werkt ook mee aan enkele toeristische filmpjes over Rotterdam.

Gehuldigd


Wordt zij voor de oorlog nog uitgejouwd door kinderen, in de jaren vijftig wordt ze anders benaderd. Er wordt in die tijd ook op een andere manier naar dierenwelzijn gekeken en de dierenbescherming wint langzamerhand terrein. Het duivenvrouwtje krijgt veel jeugdige aanhangers. Als Trijntje op 26 maart 1955 85 jaar wordt, wordt ze gehuldigd en komen kinderen haar zakjes voer brengen. Het Historisch Genootschap Roterodamum brengt haar melkbussen vol met vogelvoer.

In 1956 wordt Trijntje opgenomen in het Tehuis voor Ouden van Dagen aan de Oostervantstraat. Ze kan niet meer lopen en er is niemand die voor haar kan zorgen. Wilma van Giersbergen: "Ze voelde zich daar best eenzaam, want ze miste de aanspraak op straat". In 1961 brengt de Rotterdamse zangeres Tante Riet een speciaal voor haar gemaakt lied ten gehore: ‘Het duivenvrouwtje van Rotterdam’, op muziek van Johnny Hoes. Binnen 14 dagen zijn er 30.000 exemplaren van het grammofoonplaatje verkocht.

Al voor de oorlog is er een gedicht voor haar gemaakt. Kennelijk spreekt ze dan al tot de verbeelding. Han van Arkel maakt het gedicht met als titel ‘Het Duivenvrouwtje’. Het eindigt met:
Laat het lot van ’t reed’loos schepsel
Ons niet onverschillig zijn
Nemen wij de les ter harte
Van het vrouwtje op het plein

Een andere hommage die nu nog steeds te zien is, is de gevelsteen aan het Minervahuis aan de Meent. Beeldhouwer Johan van Berkel vervaardigt in 1942 verschillende gevelstenen met typen uit de binnenstad (harmonicaspeler, visvrouwtje), onder wie ook het duivenvrouwtje.

Dierenvriendin Trijntje van Ham overlijdt op 29 augustus 1962 op 92-jarige leeftijd in het Tehuis voor Ouden van Dagen. Zij wordt op Hofwijk begraven. Haar overlijden haalde zelfs de landelijke kranten.

Een jaar na haar overlijden, in 1963, maakt de beeldhouwster Adri Blok een plastiek van een vrouwtje met een voederschaaltje omringd door enkele duiven. Het wordt aangebracht op een van de buitenmuren van de Koningin Wilhelmina-kweekschool aan de Binnenrotte.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: