Vergeten Verhalen: het beroep hondenmepper

Bij opgravingen in Rotterdam-Delfshaven is in een voormalige beerput aan de Havenstraat een hondenpenning gevonden. Het gaat om een koperen achthoekige penning, met aan de ene kant het wapen van de stad Rotterdam en aan de kant het jaartal 1896 en het nummer 2139.

Hondenbelasting en de bijbehorende penningen worden al in de Middeleeuwen gebruikt om de overlast van honden tegen te gaan. Veel steden hebben hondenmeppers in dienst, ook wel hondenslagers of stokmannen genoemd. Zij maken korte metten met zwerfhonden door ze met een stok de kop in te slaan.

Na het opgraven van de penning door Archeologie Rotterdam is Cees Herweijer zich gaan verdiepen in hoe er vroeger met honden is omgegaan. Het beroep van hondenmepper staat laag aangeschreven. Het wordt zelfs wel eens gebruikt als strafmaat. Er is een verhaal bekend van een Dordtse dief die wordt gestraft door hem een stuk van z'n oor af te snijden en hem te benoemen als hondenslager.

Uit archieven uit het jaar 1442 in Den Briel blijkt dat de jeugd daar relenmatig met stenen en modder gooit naar de plaatselijke hondenmepper. De mepper krijgt naast een vast bedrag, ook een premie voor elke dode hond. Cees Herweijer: "Uit Amsterdamse stadsrekeningen uit 1532 blijkt de hondenmepper op één dag wel 47 honden te hebben dood geslagen.

Niet door de beugel

In de Middeleeuwen wordt een methode toegepast om te kijken of honden in de steden mogen zijn. Er wordt gekeken of de beesten 'door de beugel kunnen'. De beugel is in dit geval een ijzeren band of stijgbeugel. Als de hond niet door de beugel past, dan wordt het dier gedood of uit de stad verbannen. De uitdrukking 'niet door de beugel kunnen' komt hiervandaan.

Al in de vijftiende eeuw wordt er in sommige steden een soort hondenbelasting ingevoerd. In Gorichhem moeten burgers vijf stuivers aan het kerkbestuur afdragen. De jachthonden van de adel worden hiervan vrijgesteld. Ook in Dordrecht is de hondenbelasting een inkomstenbron van de kerk: het tarief is tien stuivers per jaar. Steden voeren later hondenbelasting in. Amsterdam doet dat in 1797 en Rotterdam volgt in 1802.

Belasting

De commissie die in Rotterdam advies heeft uitgebracht over het invoeren van hondenbelasting om het aantal honden te verminderen, komt tot de volgende tarieven:
een huishond kost drie gulden, voor een jachthond moet zes gulden belasting worden betaald, het tarief voor een 'wagthond' is anderhalve gulden en scheepshonden zijn belastingvrij, mits ze aan de ketting liggen.

Rotterdam neemt deze maatregelen omdat er grote angst is voor hondsdolheid in de stad. "Mensen die 'onderstand krijgen' - bijstand dus - mogen vanaf 1802 geen hond houden", weet Cees Herweijer. De oudste Rotterdamse hondenpenningen stammen uit de jaren 1803-1806. De hondenbelasting verdwijnt geruisloos in de Franse tijd, zo rond 1810.

Penning

In 1851 besluit minister Thorbecke van Binnenlandse Zaken dat gemeenten de vrijheid krijgen om hondenbelasting in de voeren. De aanleiding hiervoor is opnieuw hondsdolheid. Er zijn een aantal gevallen bekend van mensen die de ziekte krijgen en het niet overleven. Elke hond moet vanaf dat moment een penning dragen als bewijs van betaling. Een hond zonder penning wordt al gevaar gezien en meteen in beslag genomen.

Herweijer: "Zo denkt de overheid zich te ontdoen van duizenden honden van armen en arbeiders die de straten afzoeken naar eten. Maar de maatregel heeft een averechts effect. Veel arbeiders kunnen het geld voor de belasting niet missen en zetten hun hond op straat."
Hierdoor zwerven er in de negentiende eeuwse steden veel verwaarloosde honden op straat.
Het wordt zo erg, dat het oude beroep van hondenvanger weer een opleving kent. In Amsterdam en Den Haag worden honden die zonder penning op straat lopen, gevangen en verdronken.

De penning die is gevonden in Rotterdam-Delfshaven is dus uit het jaar 1896. Bij het onderzoek zijn muurfunderingen en vloeren van een paar panden gedocumenteerd. De meeste vondsten die er gedaan zijn, komen uit de zeventiende tot en met de negentiende eeuw. De beerput waarin de hondenpenning is gevonden, hoort bij het huis aan de Havenstraat 155-157. Het is niet meer na te gaan van wie de hond is geweest die de hondenpenning gedragen heeft.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: