SPORT

'Ze zijn al vertrokken hoor!' De boze hardloopdroom van Maurice wordt werkelijkheid als alles tegen zit

Verslaggever en hardloper Maurice Laparlière moet doorbijten op het strand bij Oostkapelle
Verslaggever en hardloper Maurice Laparlière moet doorbijten op het strand bij Oostkapelle © Corrado Francke
De Kustmarathon Zeeland loopt zaterdag voor verslaggever en recreatief hardloper Maurice Laparlière heel wat anders dan gepland. Zijn angstdroom komt uit en een zwaar gevecht volgt.
Mijn vader is een man van de klok, ik wat minder. Hij zou vandaag mijn begeleider zijn, maar hij is gisteravond ziek geworden. Ik vertrek een kwartier later dan eigenlijk verstandig is uit Dordrecht. Bij Rozenburg rij ik in een file van tien minuten. Dat is nog net te overleven, maar bij Burgh-Haamstede gaat het echt mis. Het dorp is hermetisch vergrendeld en ik moet ver weg parkeren. Het is nu 11:47 uur en de start is om 12:00 uur stipt.
Met een zware rugzak vol weekendspullen begin ik richting de startlijn te rennen. "Doe je mee aan de marathon?", vraagt een vrijwilliger verbaasd. "Maar die gaat zo beginnen hoor. En de start is nog zeker twee kilometer!" Ik zet nog meer aan. Dan probeer ik even rustig na te denken en zie mezelf zo in gedachten al staan: misschien nét op tijd, maar met een hartslag van 180 en gutsend van het zweet. En dan moet ik nog beginnen aan de 42 kilometer en een beetje. Geen goed plan, dus: rustig aan en het onvermijdelijke accepteren.
Eigenlijk had ik hier helemaal niet moeten zijn. Ik train voor een marathon eind november, waar ik officieel een team vorm met m'n vader op de fiets. Daarvoor al een hele marathon lopen is geen goed idee. Zeker zo'n zware als de Zeeuwse Kustmarathon niet. Tenminste, ik heb gehoord dat-ie zwaar is. Het lijkt me daarom verstandig om er na 30km mee te stoppen. Een mooie training voor november.

Nare droom

Bij de sporthal lever ik mijn tas in. Het is al 12:07 uur. De tassen van de 1400 deelnemers worden net in de vrachtwagen richting Zoutelande geladen. "Ze zijn al weg hoor!" Ik verontschuldig me. Het zit even tegen allemaal vandaag. "Dat geeft toch niks. Gewoon lekker lopen. Kijk, daar is het paadje naar de start." Onderweg door Burgh loop ik het publiek tegemoet dat net de start heeft gezien.
"Ze zijn al weg hoor."
"Ze zijn al weg."
"Ze zijn net vertrokken."
"Daar is de start, rennen!"
Hierover heb ik vaak angstdromen. Dat ik te laat ben en iedereen al weg is.
Het is druk bij de start naast de kerk. Het is nu 12:16 uur. Ik worstel me door een peloton mountainbikers dat net is gefinished over dezelfde route, maar dan andersom. Ze kijken me met grote ogen aan. Ik sta er verloren bij tussen al die fietsen. De 'mat' voor de tijdswaarneming is al weggehaald. "Ga maar gewoon lopen", zegt de starter begripvol. Ook voor hem zijn excuses niet nodig. "Hier rechts, dan nog een keer rechts en dan kom je in het bos. En dan moet je gewoon richting het strand."
Mijn horloge piept. Ik loop nu - veel te hard, snelheid marathon sub 3 uur - door de hoofdstraat van Burgh-Haamstede. Het publiek staat er nog.
"Ze zijn net weg!"
"Ze zijn al vertrokken hoor!"
"Succes!"
Er wordt geklapt voor de rare solo-loper die ver achter de troepen aanloopt. De laatste lopert zeg maar, maar dan bij de start. De mensen lachen me niet uit, maar zijn eerder bezorgd en meelevend. De Zeeuwen zijn een vriendelijk volk. Dat weet ik uit eigen ervaring. Ik schaam me voor deze vertoning, maar mijn narcistische ik geniet ook van alle solo-aandacht die ik krijg. Ik ben even een attractie.

Loop ik wel goed?

Eigenlijk had ik hier dus niet moeten zijn. Maar Maaike, collega van mijn moeder, bood me heel aardig een startbewijs aan. Zelf was ze verhinderd. Ik bedankte, daarna bekeek ik de route en zag hoe iconisch die is: bos-strand-Deltawerken-duinen-vuurtoren-tank-doedelzakspeler-finish in Zouteland op een hoop zand. Een trainingsloop dus. Maar dan een heel luxe met publiek en drankjes om de 5km.
Na 800 meter twijfel ik al over de route. Ik stop en pak mijn telefoon voor de kaart. Mijn horloge druk ik uit automatisme op pauze. Idioot natuurlijk, alsof de tijd wordt stopgezet en iedereen stilstaat, omdat ik niet weet waar ik heen moet. Ik heb inderdaad een afslag gemist. Ik loop een stukje terug en ga richting het groen op de Kop van Schouwen.
De Boswachterij is prachtig. Een vrijwilliger ruimt er de linten op. "Ze zijn al vertrokken hoor! Links, rechts en dan met de bocht mee! Let maar op de oranje pijlen." Even later komt hij naast me fietsen op de mountainbike. Hij is aardig en wil me helpen, hij wil zeker weten dat ik goed ga. We kletsen wat terwijl ik over de glooiende betonnen platen loop.
"Elk jaar is er één iemand die veel te laat is. Vorig jaar was dat een militair, van top tot teen onder de tattoos." Volgend jaar gaat zijn verhaal dus over mij.
De Boswachterij nadat de fietser is verdwenen. Gelukkig hangen er linten waardoor de route gevolgd kan worden.
De Boswachterij nadat de fietser is verdwenen. Gelukkig hangen er linten waardoor de route gevolgd kan worden. © Maurice Laparlière
De fietser is weg, ik volg de linten en geniet van de stilte. Wat is het hier mooi. Eigenlijk kan ik de situatie nu wel waarderen. Na 25 minuten verandert het bos in duinen. Een Duits gezin loopt net terug van het strand waar ze de lopers hebben aangemoedigd en krijgt mij als onverwachte toegift. Ze klappen en juichen voor me.
Na 6km, op het strand van Westenschouwen, krijg ik de voorlaatste loper in het zicht. Een blauw shirt wurmt zich langs de strandpalen. Het is een oudere man die een stukje rent en dan weer een stukje wandelt. Ik vind het knap. Ik zou er direct voor tekenen dat ik hier over 25 jaar loop zoals hij dat nu doet. We hebben een blik van verstandhouding. Een duim. "Goed bezig!" - "U ook, goed bezig!"
De voorlaatste loper komt in zicht op het strand bij Westenschouwen
De voorlaatste loper komt in zicht op het strand bij Westenschouwen © Maurice Laparlière
Dan gaat het strand over in beton. De Stormvloedkering. Ik zie de schuimkoppen onder het wereldberoemde stuk techniek. Indrukwekkend.
De wind is hard en komt van de zijkant. Ik 'cruise' met een comfortabel gangetje van een marathon in 4 uur en haal weer een loper in. Hij is jonger en loopt op gympen en in een gewone joggingsbroek. Die heeft een weddenschap verloren in de kroeg, denk ik. Dat wordt nog een heel lange dag. Onbeperkt sterkte, om het met de onvolprezen Jack Kerklaan te zeggen.
Wind zijwaarts voor de lopers op de Stormvloedkering
Wind zijwaarts voor de lopers op de Stormvloedkering © Maurice Laparlière
Bij 'de Kathedraal' op Neeltje Jans staan mijn moeder en mijn stiefvader. Dat had ik niet verwacht en ik vind het enorm leuk ze te zien. Ik was geloof ik twaalf toen mijn moeder voor het laatst langs de lijn stond bij iets sportiefs. Ik ben nu 46. Dit is compleet nieuw voor haar, maar ze zit er helemaal in en moedigt de lopers aan. Voor nummer 2178 (ik) heeft ze een doos puddingbroodjes bij zich.
Ik beweeg me nu gestaag door de staart van het deelnemersveld en zie de fitheid van de deelnemers toenemen. Pas op tien kilometer passeer ik de eerste dame. Dat onderschrijft mijn theorie: vrouwen zijn taaier. En verstandiger. Die gaan niet als een kip zonder kop van start.
Na 16 kilometer draaien we van Noord-Beveland richting Walcheren en krijg ik de gierende wind vol op mijn snuit. Op zich gaat het prima, maar als ik bij de Banjaard kilometers lang over vals-plat omhoog loop, voel ik dat het serieus knokken gaat worden vandaag. Dat is een marathon altijd, maar toch.
En dan: bam, ineens heb ik het loodzwaar. Ik loop al kilometers over het strand tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle. Er is geen ontkomen aan de wind. Er is geen groepje om me achter te verschuilen. In de staart van de koers is het eenzaam. Het zand is modderig door de duizenden voetstappen die al zijn gezet.
Het 'eindeloze' strand tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle. In de staart van de marathon zijn er weinig medelopers. Wel zijn er strandbezoekers.
Het 'eindeloze' strand tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle. In de staart van de marathon zijn er weinig medelopers. Wel zijn er strandbezoekers. © Maurice Laparlière
Ik fiets weer als tiener van en naar school over de Zeeuwse dijken. Twee keer tien kilometer tussen Goes en Heinkenszand. In mijn beleving altijd wind tegen, want 's middags draaide die vaak. Soms zo hard dat ik gewoon stil stond. Toch kwam ik altijd thuis en nam ik nooit buslijn 23. Maar voor vandaag ben ik gewoon nog niet klaar.
Het licht gaat langzaam uit, maar ik voel ook iets onverzettelijks in me naar boven komen. Vandaag haal ik de finish. Als het ook maar enigszins verantwoord is, haal ik vandaag de finish. De trainingsloop is onverwacht een thuiswedstrijd geworden. Opgeven is geen optie. Geen buslijn 23. Luctor et emergo. Maar dan moet ik nu wel maatregelen nemen. Stukken (snel)wandelen dus.
Er komt een einde aan dat vervloekte strand op 28km en daar staat RTV Dordrecht-collega Corrado uit Oostkapelle. Hij is er waarschijnlijk eindeloos blijven wachten, speciaal voor mij. Het doet me goed hem te zien. Hij maakt de hoofdfoto bij dit verhaal en heeft wat winegums voor me. Iedere loper weet: zulke ontmoetingen zorgen ervoor dat je doorgaat.
Het gaat nu gemeen op en neer door de duinen en op kilometer 32 zie ik mijn moeder weer. Ze ziet dat ik het zwaar heb. "Het is toch wel mooi geweest nu", zegt ze met de blik van een bezorgde moeder. "Nog een stukje", zeg ik schor. "Tot straks. Dank voor jullie eindeloze geduld." Ze klapt nog steeds enthousiast de lopers voorwaarts, maar maakt zich zorgen om mij. "Je zal toch niet dood neervallen zo?”

'Het mooiste komt nu'

Vuurtoren, tank, het hoogste punt van de dag, het zoveelste fabelachtige uitzicht over de woeste zee. Ik snap dat zoveel Duitsers hier hun vakantie komen vieren. Ze moedigen me meermaals aan vandaag. Net als de fantastische vrijwilligers met hun cola, water, sportdrank en bouillon. Ik wissel joggen af met wandelen om de lichamelijke schade beperkt te houden. Tijd speelt geen rol meer. De accu is leeg van het vechten tegen de wind, maar het lijf voelt goed.
Ik hoop op een scenario dat wel vaker voorkomt in mijn leven. Dat het begint als een puinhoop, maar dat het uiteindelijk toch wel goed komt. Min of meer.
Ik klets even met een collega van Omroep Zeeland Radio waar ik heb gewerkt. Hij zegt dat het mooiste nu komt. Daar blaast de doedelzakspeler. Ik heb er normaal geen last van, maar de tranen branden achter mijn ogen. Laatste bocht, ik krijg een vlaggetje aangereikt. Nu naar de finish.
De tijd op mijn horloge zegt 5:00:19. Dat is eigenlijk schandalig voor mijn doen, maar het maakt me niks uit. De buit is binnen. Met de sterretjes voor mijn ogen kom ik direct na de finish live op Omroep Zeeland TV. Ik stamel wat over mijn liefde voor Zeeland en dat 10 kilometer fietsen over de dijk toch wat anders is dan 42km rennen met vooral veel wind tegen. Maar dat ik zo blij ben dat ik er ben.
Iets verderop feliciteert mijn stiefvader me en val ik in de armen van mijn moeder. "Wat knap van je", zegt ze. "Ik snap nu dat je doorging naar de finish. Ik hoop dat je volgend jaar weer meedoet. Maar na 30 kilometer kijk ik dan niet meer."
Gehaald! Maurice bereikt de finish in Zoutelande.
Gehaald! Maurice bereikt de finish in Zoutelande. © Johan Rosink