VERGETEN VERHALEN

Politieman Evers verraadde tientallen Joden en verzetsmensen: dit is zijn schaamteloze verhaal

Links: Harry Evers, rechts: het boek De Dordtse Affaire
Links: Harry Evers, rechts: het boek De Dordtse Affaire © Rijnmond
Een politieman uit Dordrecht is de spil in het boek De Dordtse Affaire over de bezettingsjaren in die stad. De politieman glijdt steeds verder af, pakt Joden op en verraadt mensen. En na de bevrijding wordt hij door (een deel van) het verzet omarmd. Zijn naam: Harry Evers.
"Noem maar een onderwerp in de Dordtse oorlogsgeschiedenis en je komt Evers tegen. Hij loopt als een rode draad overal doorheen", zegt onderzoeker, auteur en politieman Frank van Riet. Het eerste exemplaar van het door Van Riet geschreven boek De Dordtse Affaire is afgelopen donderdag overhandigd aan burgemeester Kolff van Dordrecht.
Kolff zegt bij de drukbezochte presentatie van het boek: "Er valt een lesje te leren vandaag: niet altijd alles is wat het lijkt." De Dordtse burgemeester kent meer boeken over het verzet in de stad, maar "er was niet eerder zo'n goed wetenschappelijk onderbouwd boek."
Frank van Riet overhandigt het 1e exemplaar van De Dordtse Affaire aan burgemeester Wouter Kolff
Frank van Riet overhandigt het 1e exemplaar van De Dordtse Affaire aan burgemeester Wouter Kolff © Rijnmond
Ook de Dordtse historicus Kees Weltevrede noemt de wetenschappelijke onderbouwing belangrijk. "Het is voor het eerst dat er op een wetenschappelijke manier iets over het verzet en de politie in Dordrecht verschijnt." Weltevrede heeft tijdens het schrijven meegelezen met Van Riet.
Dat heeft ook journalist Frits Barend gedaan. Hij houdt een vlammend betoog bij de presentatie van De Dordtse Affaire en roemt Van Riet om het monnikenwerk dat hij heeft verricht. "Bij elk hoofdstuk dacht ik 'erger kan het niet worden', maar in het volgende hoofdstuk bleek dat het toch erger kon."
Frank van Riet benoemt het wespennest waar hij tijdens zijn onderzoek in terecht komt. "Het ligt nog ontzettend gevoelig. Dat had ik van tevoren wel in kunnen calculeren, maar ik had me nooit gerealiseerd dat het zo diep zat." Zes jaar lang doet hij onderzoek naar de politie en het verzet in Dordrecht tijdens de bezetting.
Beluister hier het gesprek tussen programmamaker Marcia Tap en Ruud de Boer over de 'Dordtse Affaire'

Razzia in Dordt in november 1942

Zijn interesse wordt gewerkt als hij leest over de razzia van 10 november 1942 in Dordrecht. Op die dag komt de beruchte Groep X van de Rotterdamse politie naar Dordt om Joden op te halen. Die avond vieren de politiemannen van Groep X feest in de huizen van de afgevoerde Joden. De Dordtse politieman Harry Evers is daarbij.
Diezelfde Evers wordt na de bevrijding lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, is zelfs even hoofd van het Bureau Nationale Veiligheid in Dordrecht en wordt door de Engelse Geheime Dienst gerehabiliteerd. Hij lijkt een verzetsheld. Maar Evers heeft nogal wat op zijn kerfstok. Van Riet heeft becijferd dat hij bij minstens 250 arrestaties betrokken is geweest. 77 van de gearresteerden overleven de Tweede Wereldoorlog niet.
Voor zijn onderzoek raadpleegt Van Riet voornamelijk archieven. "De naoorlogse processen verbaal waarin politiemensen geïnterviewd zijn. Die worden bewaard bij het Nationaal Archief", legt hij uit. Nabestaanden van de hoofdrolspelers in De Dordtse Affaire willen veelal niet praten.

'Het ligt nog altijd gevoelig'

Met schrijver en onderzoeker Frank van Riet gaan we een aantal locaties in Dordrecht af waar de gebeurtenissen rond verraad en verzet zich hebben afgespeeld. We ontmoeten hem in Museum 40-45 aan de Nieuwe Haven in Dordrecht. Daar vertelt hij dat het verhaal rond Harry Evers en het verzet nog altijd gevoelig ligt in Dordt. "Aan het verzet zaten heel veel kanten. Die politieman werd door verzet omarmd, door de top van de Dordtse illegaliteit. Maar er waren ook verzetsstrijders die er helemaal niks mee te maken wilden hebben. Dat heeft een tweesplitsing in de illegaliteit teweeggebracht die tot ver na de bevrijding doorging."
Als we het museum uitlopen, komen we meteen op een plek waar die tweespalt te merken is geweest. Op een pand aan de Nieuwe Haven naast het museum is op de gevel een plaquette te zien: Huize Paul, leider verzetsgroep. Deze Paul, dat is Paul Kooiman. Hij is kort na de bevrijding in dit statige pand komen wonen. "Dat was meteen een punt", vertelt Van Riet. "Want hoe kwam het dat zo'n man zo'n luxe pand kreeg? Daar waren speculaties over."

Chantage

In die speculaties komt Harry Evers weer naar boven. "De groep verzetsmensen die tegen Paul Kooiman was, beweerde dat hij Evers tot aan het einde beschermd heeft. In de volksmond werd gezegd: wat zat erachter dat Kooiman achter die Evers stond?" Dat is een van de vragen die ook Frank van Riet met zijn onderzoek heeft proberen te beantwoorden. "Er wordt gezegd dat Evers te veel van het verzet wist, ook foute dingen. En dat hij ze daarmee chanteerde."
Harry Evers is in augustus 1940 bij de Dordtse politie gekomen. Hij wordt uiteindelijk lid van de politieke politie, een afdeling die elk korps in opdracht van de bezetter moet hebben. Maar hoe komt het dan dat hij ook nauwe banden met het verzet heeft of zegt te hebben? Frank van Riet: "Toen de Duitsers gingen verliezen, legde hij contact met het verzet. Zo had hij contact met de groep rond de Dordtse verzetsman Max van Pelt. Evers zou later verklaren dat hij op verzoek van Van Pelt bij de politieke politie is gegaan, maar Van Pelt heeft dat altijd ontkend."
Het is ook verzetsman Max van Pelt die direct aan de bel trekt als Evers kort na de bevrijding wordt gerehabiliteerd. "Van Pelt schrijft een pamflet waarin staat dat het niet kan dat een Jodenjager de hand boven het hoofd wordt gehouden", vertelt Van Riet. "Van Pelt is hiervoor opgepakt en heeft lang vast gezeten. Eerst tussen de zware oorlogsmisdadigers in Utrecht, later in Scheveningen."
het Hoofdbureau van Politie aan de Groenmarkt in mei 1940
het Hoofdbureau van Politie aan de Groenmarkt in mei 1940 © Regionaal Archief Dordrecht
Van de Nieuwe Haven lopen we naar het oude stadhuis van Dordrecht. Aan de Groenmarkt daarnaast is op een gevel nog de tekst 'Hoofdbureau van politie' te zien, hoewel in het pand nu een winkel zit. Aan het stadhuis is een klein, donker marmeren blok bevestigd. Een Joods monument met aan de ene kant een Jodenster en aan de andere kant de tekst 'Je moet het je kinderen vertellen'.
Je moet het je kinderen vertellen
Tekst op Joods monument op het oude stadhuis van Dordrecht
Op deze plek vertelt Van Riet over zijn archiefonderzoek naar de arrestaties door Harry Evers. "Hij is verantwoordelijk voor 250 arrestaties. Ik heb kunnen tellen dat er 77 niet zijn teruggekomen, onder hen waren 67 Joden." Evers is uiteindelijk na de oorlog toch opgepakt en moet voor het Bureau Bijzondere Rechtspleging verschijnen. "Hij verklaart dat hij op een gegeven moment niet meer wilde, maar zegt dat als hij het niet deed, een ander het zou doen en die gaat misschien nog ernstiger tekeer", zo heeft Van Riet in de verslagen gelezen.
Harry Evers in 1949
Harry Evers in 1949 © Krantenbank Regionaal Archief Dordrecht
Na zijn rehabilitatie, kort na de bevrijding, wordt Evers uiteindelijk toch veroordeeld. Hij krijgt een gevangenisstraf van 3,5 jaar. In Dordrecht komt hij nooit meer terug. Van Riet is er niet achter gekomen waar Evers zich vestigt na zijn straf. "Het is moeilijk te reconstrueren, maar via een familielid heb ik begrepen dat hij de motorhandel in is gegaan. Ik heb helaas maar één familielid gesproken. Directe familieleden wilden er niks meer mee te maken hebben." Harry Evers is in 1991 overleden.
Een van de arrestaties waarbij Evers betrokken is, is die van de topman van het Dordtse verzet Sytze Roelof Beinema. Beinema moet het met zijn leven bekopen. Hij is op 11 augustus 1944 gefusilleerd in Kamp Vught. In de Tolburgstraat Landzijde in het centrum van Dordrecht, een steegje tussen Statenplein en Scheffersplein, vertelt Van Riet het verhaal.
"In deze straat zat verenigingsgebouw Het Centrum en daar repeteerde zangvereniging Ons Koor. Bij de NSB was op 12 maart 1944 een tip binnen gekomen dat er bij de zangvereniging onderduikers zaten." Bij de inval die een week later volgt, worden vier mannen als verdachten aangemerkt. Een van hen is inderdaad onderduiker, hij heeft zich onttrokken aan de Arbeitseinsatz in Duitsland.
Deze jongeman wordt van bonkaarten voorzien en de politieke politie wil weten door wie. De man moet mee naar het bureau en ook zijn ouders worden opgehaald. Harry Evers is bij de verhoren. Uiteindelijk komen ze uit bij Beinema. De nacht na de inval bij de zangvereniging, wordt Beinema opgepakt.
Sytze Beinema
Sytze Beinema © Regionaal Archief Dordrecht
"Beinema is op dat moment de topman van het verzet in Dordrecht", legt Van Riet uit. "In de archieven lees je dat aan Beinema is gevraagd of hij samen wilde werken met Evers. Kort voor zijn arrestatie heeft Beinema nog tegen andere verzetsleden gezegd dat hij Evers niet vertrouwde en dat hij niets met hem te maken wilde hebben."
Een van de verzetsleden met wie Beinema spreekt is Paul Kooiman. "Deze Kooiman neemt kort na de arrestatie van Beinema de toppositie in het verzet over", zegt Van Riet. Kooiman is ook de man die kort na de bevrijding in het statige pand aan de Nieuwe Haven gaat wonen.
De ogen van Van Riet spreken boekdelen als hij dit verhaal vertelt. Vermoedt hij een rol van Harry Evers hierin? "Ik vermoed het wel, hij was bij de arrestatie en bij de verhoren. Hij wilde een rol in het verzet spelen, misschien om zijn positie na de oorlog veilig te stellen. Omdat dat bij Beinema niet lukte, moest er een andere manier gezocht worden."

Beinema en Evers bijna buren aan de Singel

Sytze Beinema woonde destijds aan de Singel in Dordrecht. We lopen naar zijn voormalige woonhuis. "Daar woonde hij", wijst Van Riet. De huisnummers van de panden aan de Singel zijn nu anders dan toen. Het huis van Beinema is nu nummer 152, maar destijds 104b. Op destijds 106a (nu 160) is het bureau van de politieke politie van Harry Evers gevestigd. De werkplek van Evers en het woonhuis van Beinema zijn maar enkele tientallen meters van elkaar verwijderd.
Er zijn nog veel meer verhalen te vertellen over het verzet en verraad tijdens de Tweede Wereldoorlog en de tweespalt in de periode erna. Niet voor niets heeft het Frank van Riet zes jaar gekost om zijn onderzoek te doen. Als onze verslaggever tijdens de wandeling door Dordrecht zegt: "Zoveel intriges, steeds komt er weer een nieuw verhaal, een nieuw naam", antwoordt Van Riet: "Daarom heb ik ook 460 pagina's nodig om het te kunnen duiden."
Die 460 pagina's, dat is het boek De Dordtse Affaire. Het boek is nu verkrijgbaar.