HUMANS OF RIJNMOND

Als keepster van Feyenoord voelt Jacintha Weimar de druk: 'Eerst kende niemand mijn naam, nu word ik continu genoemd'

Jacintha op de tribune van Varkenoord
Jacintha op de tribune van Varkenoord © Rijnmond
Op haar zevende voetbalde ze tussen de jongens in Best, een klein dorpje in de buurt van Eindhoven. Inmiddels is Jacintha Weimar (24) de eerste keepster van Feyenoord Vrouwen 1. “Alles wat ik wilde, komt langzaam tot stand. Maar als je dé keepster van Feyenoord bent, dan brengt dat veel druk met zich mee.”
We ontmoeten elkaar bij trainingscomplex Varkenoord, op een steenworp afstand van De Kuip. Daar, in de catacomben, staat Jacintha regelmatig met kloppend hart, wachtend tot ze het haar zo bekende veld mag betreden. Maar hoe vertrouwd de plek ook voor haar voelt, ze ervaart er ook donkere momenten. Soms, slechts een paar minuten voordat ze in het doel plaatsneemt, moet ze zich vermannen tijdens een paniekaanval in de kleedkamer. En daar wordt te weinig over gepraat, vindt de keepster.

Zoals Ronaldinho zijn

Op de trap kom ik haar al tegen, ze is niet te missen. Gehuld in een Feyenoord-tenue, op slippers, dendert ze de trap af. Haar bos krullen danst om haar hoofd, bijeengebonden in een staart. “Ik haal nog even koffie, wil je ook?” In de verte valt haar Brabantse tongval nog te bespeuren.
Twee minuten later schuift Jacintha aan. Vol enthousiasme begint ze te vertellen over het prille begin van haar carrière. Dat voetbal haar passie is, blijkt uit alle woorden die ze spreekt. Maar eigenlijk wilde ze geen keeper worden, zegt ze meteen. “Ik wilde vroeger zoals Ronaldinho zijn. Toen ik echt heel jong was, droeg ik shirtjes van Barcelona en staartjes zoals hij.” Ze glimlacht als ze eraan terugdenkt. “Maar ja, dat is niet gelukt.”

Team vol jongens

Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat haar kracht bij keepen lag. “In ons team raakte iemand geblesseerd. Toen ging ik ook keepen. Iedereen zei: ‘Dit past gewoon bij jou’.” Was dat een grote switch, destijds? “Als kind is dat natuurlijk moeilijk, want iedereen wil scoren. Iedereen wil de winnende goal maken. Maar ook de keeper heeft een cruciale rol. Een reddingsactie van de keeper kan het verhaal van de hele wedstrijd veranderen.”
Als keepster heeft Jacintha een groot deel van de wedstrijd in eigen hand
Als keepster heeft Jacintha een groot deel van de wedstrijd in eigen hand © Rijnmond
En dus werd ze: Jacintha, keepster, in een team vol jongens. “Die jongens kenden mij allemaal van het dorp. Zij wisten gewoon: Jacintha keept.” Maar niet alles ging zo makkelijk, als vrouw in een mannenwereld. “Vanaf een bepaalde leeftijd mochten de meiden niet meer bij de jongens spelen. Gelukkig zei de trainer toen: ‘Ik wil gewoon de beste. Als dat een meisje is, dan is dat een meisje.’” Dat was jij? "Ja, dat was ik."

Bayern München

“Als vrouw was er niet veel om naar op te kijken, vooral niet in Nederland”, vervolgt ze. Maar dat hield haar niet tegen. Op haar achttiende vertrok ze naar Bayern München, waar ze een weg vol leermomenten en tegenslagen aflegde. “Na drie jaar speelplezier kwam er een nieuwe trainer, door wie ik me niet gewaardeerd voelde.” Haar koffie is op, dus ze neemt een flinke slok uit de Feyenoord-bidon, die al een tijdje onaangeraakt voor haar staat.

Hoe heb je dat ervaren?

“Ik vond dat heel moeilijk. Ik merkte dat het me veel energie kostte en ik wilde eigenlijk zo snel mogelijk weg. Ik heb bij Bayern altijd gehoord dat ik het goed deed, maar ik heb uiteindelijk maar twee officiële wedstrijden in het eerste elftal gekeept.”
Achteraf is die worsteling niet voor niets geweest. “Het heeft me als persoon heel veel gebracht. Soms word je niet altijd direct beloond, ook al gebeurt dat wel bij de mensen om je heen. Soms komt de beloning jaren later en moet je investeren. Het wordt sowieso uitbetaald, maar niet altijd een week later.” Dat is iets wat niet iedereen begrijpt, volgens Jacintha. “Mensen willen de beste banen en het meeste geld. Maar dat gaat niet vanzelf. Ik heb geleerd dat je door moet zetten, altijd.” Een credo waar ze naar leeft.

Kleine dingen

Via SC Sand, opnieuw een club in de Bundesliga, vond de doelvrouw uiteindelijk haar weg terug naar Nederland. Bij Feyenoord werd ze met open armen én vertrouwen ontvangen. Daar voelt ze zich inmiddels helemaal thuis. Als we in de gang Robin van Persie tegen het lijf lopen, kijkt ze niet op of om. Dit leven, deze omgeving en de mensen die daarbij horen, lijken normaal voor haar te zijn geworden. Maar, zo vertelt ze, het doet haar wel wat.
“Het zijn kleine dingen, maar ze voelen soms groot. Als ik naar een wedstrijd van de mannen in De Kuip ga, word ik herkend en om foto’s gevraagd. Ik werd voor het eerst opgeroepen voor Oranje en mocht mee naar het EK. Eerst kende niemand mijn naam, nu word ik continu genoemd.”

Grote druk

Dat valt haar zwaarder dan ze eerst dacht. “Ik heb vertrouwen in mezelf en ik weet dat ik het kan. Maar als ik dan niet presteer, kan ik daar echt van balen.” Waarom? “Als je dé keepster van Feyenoord bent, dan brengt dat veel druk met zich mee. Ik wil die rol goed invullen. Voor mezelf, voor de club en voor de mensen die binnen de club in mij geloven. De druk wordt steeds groter.”
Heb je daar last van? “Ja, het is soms een beetje te veel. Ik denk vaak dat de druk erbij hoort en ik het wel aan kan, maar mijn lichaam geeft nu aan dat dat niet zo is. Misschien stop ik het te vaak weg.” Waarom doe je dat? “Als keep laat ik dat niet zo snel zien, omdat ik een bepaalde uitstraling heb. En ik ben me er eigenlijk pas sinds kort bewust van.”

Paniekaanvallen

Als ik haar vraag hoe ze dat merkt, dan valt het even stil. “Ik heb soms lichte paniekaanvallen. Bijvoorbeeld in de kleedkamer, vlak voor een wedstrijd. Maar ook soms als ik alleen ben en stilsta bij wat er allemaal gebeurt. Niet veel meiden weten dat.” Hoe ga je daarmee om? “In het voetbal praten we hier te weinig over met elkaar. Ik denk vaak: ‘Ik kan het zelf wel’. Maar ik moet een weg vinden om er beter mee om te kunnen gaan. Daarom ben ik nu aan de slag met een psycholoog. Dat is belangrijk, want de druk wordt alleen maar groter.”
Vastberaden klinkt ze, als ze dit verhaal deelt. “Ik heb een stoere uitstraling, maar ook ik loop tegen dit soort problemen aan. Ik denk dat het sterk is om je kwetsbaar op te stellen.” Ze glimlacht. “Maar als het fluitsignaal gaat en de wedstrijd begint, dan sta ik er weer: Jacintha, keepster.”