Het verhaal van Leo Klisser (7), vermoord in Auschwitz

Leo Klisser is zeven jaar oud als hij in Auschwitz wordt vermoord. Zijn naam staat op het Joods Kindermonument in Rotterdam. Op 10 december 1943 wordt hij vanaf Loods 24 gedeporteerd naar Westerbork.

Daarvandaan moet hij samen met zijn moeder op 8 februari 1944 op transport naar Auschwitz. Drie dagen later worden beiden vermoord.

Op het Joods Kindermonument bij Loods 24 in Rotterdam staan de namen van alle 686 kinderen die vanaf die plek zijn weggevoerd. Louisa Balk van het Stadsarchief Rotterdam ijvert om bij al die namen het verhaal te kunnen vertellen.

Gezin Klisser


Over Leo Klisser is inmiddels meer bekend. Hij wordt op 13 juli 1938 in Amsterdam geboren. Zijn vader is Elkan Klisser, z'n moeder heet Leentje Klisser-Kok. Leo heeft een ouder broertje: Johan.

Vader Klisser werkt als vertegenwoordiger bij Rotterdamse firma Karel Bergel (scheermesjes, zeep en lingerie) aan de Westewagenstraat 19. Als de oorlog uitbreekt, duikt het gezin eerst onder in Amsterdam.

Later gaan ze naar drie verschillende adressen. Vader en moeder gaan naar Driebergen, ook broer Johan komt in Driebergen terecht maar op een ander adres. Leo duikt onder bij de familie Van den Berg in het gemaal Oostpolder in Gouda.

Verraad

De ouders van Leo worden verraden. Het is niet bekend door wie. Ze worden opgepakt en als ze voor de politie uit naar station lopen, komt er iemand aan de deur bij het gezin waar Johan is ondergedoken. "Maak dat je wegkomt", wordt er gezegd.

Johan gaat er vandoor. Via Doorn komt hij in Amsterdam terecht waar hij wordt ondergebracht bij twee heren. Johan Klisser overleeft de oorlog en woont nu in Nieuw-Zeeland met zijn kinderen en kleinkinderen.

Ook de kleine Leo wordt verraden. Hij wordt op bevel van de Sicherheitspolizei op 20 oktober 1943 opgepakt door de fanatieke Goudse NSB'er Arie Oudenaarde. De zoon van het gezin Van den Berg - bij wie Leo zit ondergedoken - rent weg met een andere onderduiker. Hij hoort Leo nog om hulp roepen.

Opgepakt

De 7-jarige Leo wordt naar het politiebureau in Gouda gebracht en blijft daar twee nachten.
Dan moet hij naar politiebureau Haagsche Veer in Rotterdam. Op 26 oktober draagt de Sicherheitspolizei hem over aan de Kinderpolitie.

Pleegouders halen hem daar op, het echtpaar Baars-Kok. Mevrouw Kok is joods en heeft dezelfde achternaam als Leo's moeder maar het is niet bekend of ze familie zijn. Met het echtpaar Baars-Kok verblijft Leo op de Aelbrechtskade 16a in Rotterdam.

Westerbork

Waarschijnlijk moet hij wachten op het eerstvolgende transport. Op 10 december 1943 moet Leo Klisser zich om zeven uur 's morgens melden op het politiebureau. Samen met een aantal andere kinderen zonder ouders, gaat hij die dag vanaf Loods 24 naar Westerbork.

In Westerbork wordt hij herenigd met zijn moeder. Twee maanden later gaan ze met de trein 'naar het oosten', zoals destijds wordt gezegd. Leo en zijn moeder gaan op 8 februari 1944 op transport naar Auschwitz. Meteen na aankomst op 11 februari worden ze allebei vermoord.

Vader Klisser overlijdt op 30 juni 1944. Hij is waarschijnlijk nog enige tijd tewerkgesteld.
Over de zoektocht naar informatie over Leo Klisser heeft Soesja Citroen een documentaire gemaakt. Daarin spreekt zij onder andere met Hendrik van den Berg, een zoon van het gezin Van den Berg bij wie Leo ondergedoken is geweest.

Herdenking

In Rotterdam worden de transporten vanaf Loods 24 elk jaar op 30 juli herdacht. Op 30 juli 1942 is de eerste trein naar Westerbork vanuit Rotterdam vertrokken. De herdenking is bij 'de Muur'.

Loods 24 is in de jaren vijftig afgebroken, maar er is een stukje muur blijven staan. Die muur aan de Stieltjesstraat is het monument voor de bijna 7000 joden die vanaf die plek zijn gedeporteerd. Onderzoek heeft uitgewezen dat slechts 144 van hen zijn terug gekomen.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: