LEKDIJK

Kritiek op Waterschap Rivierenland over aanpak schade aan woningen Lekdijk: 'Ze proberen alles met rapporten te bestrijden'

Het werk aan de Lekdijk in de Alblasserwaard
Het werk aan de Lekdijk in de Alblasserwaard © Peter Stam
Het werk aan de Lekdijk in de Alblasserwaard heeft tussen 2013-2018 veel schade aangericht aan huizen aan de voet van de dijk. Opdrachtgever Waterschap Rivierenland kreeg maar liefst 180 meldingen van gedupeerden: een kostenpost van naar schatting 5 miljoen euro. Ook werd al meer dan een miljoen euro aan onderzoeksrapporten uitgegeven. Vier jaar later is de schade van veel eigenaren nog steeds niet afgewikkeld. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Een reconstructie.
Tijdens een controle in 2007 blijkt dat over een groot deel van de Lekdijk tussen Kinderdijk en het Schoonhovenseveer de veiligheidsnormen niet worden gehaald. Bij extreem hoog water is er een risico dat de dijk het niet gaat houden. Maar liefst 11 van de 17,5 kilometer moet worden versterkt.
Tijd voor eigenaar Waterschap Rivierenland om aan de slag te gaan en een aanbestedingsprocedure te starten. De eventuele uitvoerder van het project moet aan drie criteria voldoen. Eén van die criteria is het beperken van bouwkundige schades.
De Aannemerscombinatie Dijkverbetering Molenwaard (CDVM) komt als winnaar uit de bus. In CDVM werken meerdere bedrijven met elkaar samen: De Vries en Van de Wiel uit Schagen, Martens Van Oord uit Oosterhout en Van Mourik uit Groot-Ammers. De drie bedrijven denken het project voor bijna 60 miljoen euro te kunnen uitvoeren. Dat bedrag is veel lager dan dat van de twee concurrenten die 75 en 77 miljoen willen zien.
"Dat verschil had het waterschap moeten opvallen. Ze hadden actie moeten ondernemen", zegt Jan de Bont. "Als er bijna 25 procent verschil tussen biedingen zit dan moet die goedkopere partij uiteindelijk ergens het geld terugverdienen."
Jan de Bont en Ad Schouls (rechts)
Jan de Bont en Ad Schouls (rechts) © Rijnmond
Jan de Bont was vroeger directeur bij Rijkswaterstaat. Vanwege zijn expertise vraagt het waterschap hem om deel te nemen aan de commissie Schadeafhandeling. In haar eindrapport heeft de commissie veel kritiek op de handelswijze van het waterschap. Hierna onderzoekt De Bont ook de aanbesteding. Ingenieur Ad Schouls behartigt in de stichting de Lekkende Lekdijk de belangen van twintig gedupeerden van de werkzaamheden. Dankzij een beroep op de WOB (wet openbaarheid bestuur) komt hij aan documenten over het dijkversterkingsproject van het waterschap en komt hij tot opvallende conclusies.
En er is inderdaad meer geld nodig. Nadat de contracten getekend zijn, concludeert de aannemer plots dat er tóch meer geld nodig is. CDVM vraagt 25 miljoen euro voor meerwerk. De Bont: "Ze hebben uiteindelijk 23,7 miljoen euro gehad."
De Bont en Schouls ontdekken meer bijzonderheden. Ook de normen voor delen van het project blijken naar beneden bijgesteld. Allerlei eisen rond trillingen en zettingen zijn vervallen. Ook worden de fysieke constructies waarmee een aantal dijkwoningen zouden worden beschermd, ingeruild voor goedkopere oplossingen. En zo is er tussentijds meer aangepast in de eisen. Het gevolg volgens De Bont en Schouls: de woningen worden kwetsbaarder tijdens de werkzaamheden. Ze zullen niet 10 millimeter, maar 10 tot 20 centimeter verschuiven.
Uit documenten blijkt hoe de normen werden gewijzigd
Uit documenten blijkt hoe de normen werden gewijzigd © Rijnmond
De meest opvallende wijziging wordt echter niet gecommuniceerd. Aanvankelijk is afgesproken dat het consortium volledig aansprakelijk is voor alle eventuele schade. Maar die afspraak wordt gewijzigd, ontdekken De Bont en Schouls. In plaats daarvan zijn de bedrijven aansprakelijk tot een maximum van 575 duizend euro.
De eigenaren van de woningen langs de Lekdijk weten van niets. Zij hebben bij de start van de werkzaamheden een document in bezit, bij de notaris mede ondertekend door het waterschap, waarin staat dat alle schade voor rekening van de aannemer is. "Op het moment dat ik tekende in 2016 was de deal tussen het waterschap en de aannemer al gemaakt. Maar in mijn contract stond daar niets over. De aannemer had mogelijke schade te herstellen, zonder enig voorbehoud", vertelt Wouter Duis von Damm, één van de woningeigenaren die nu grote problemen heeft.
Een enorme scheur in de hoek van de keuken van Lekdijk 24a
Een enorme scheur in de hoek van de keuken van Lekdijk 24a © Rijnmond
De schadegevallen en de manier waarop het waterschap met de dossiers omgaat vergroot het wantrouwen bij de gedupeerden. Hun twijfels beginnen al eerder door de manier waarop het waterschap de klus aanpakt en laat uitvoeren. "Mij is verteld hoe het storten van extra grond voor de dijkverzwaring zou gebeuren. Het zou in kleine hoeveelheden gebeuren en het zou geen gevolgen voor de bodem en dus voor mijn woning hebben. Maar in werkelijkheid werd er tien keer meer grond gestort tussen mijn huis en de dijk. Tien keer! Ook werd de grond in veel grotere hoeveelheden tegelijk gestort. Met alle gevolgen van dien. Toen was het te laat, daar kon ik niet op inspelen", treurt Duis von Damm van Lekdijk 24a. Hij heeft nu 59 scheuren in zijn net nieuw gebouwde woning.
Dat de aannemer grote hoeveelheden zand tegelijk stort, snel uitsmeert en dat vervolgens herhaalt is opvallend. Dat schrijft ook emeritus professor Han Vrijling van de TU Delft als hij wordt gevraagd de zaak Duis von Damm te analyseren. "Het waterschap is zeer goed bekend met de opbouw van de ondergrond in het gebied, alsmede met het gedrag van deze ondergrond als er (te snelle) ophoogslagen worden uitgevoerd. In 1984 is op het nabijgelegen traject Streefkerk-Midden de grond namelijk ook al gaan schuiven. Dat heeft toen een aantal huizen geraakt. Het ongeval is destijds uitgebreid geanalyseerd en het waterschap had dus uiterst voorzichtig en met voorzorg moeten opereren. Dat is slechts ten dele gebeurd."
De krant Het Vrije Volk besteedde in 1984 aandacht aan de aardverschuiving in Streefkerk
De krant Het Vrije Volk besteedde in 1984 aandacht aan de aardverschuiving in Streefkerk © Rijnmond
Bijna 30 jaar later worden opnieuw bewoners tijdens het werk aan de dijk geconfronteerd met problemen aan en rond hun woningen. Naast het echtpaar Duis von Damm, ziet ook Wout Stam van Lekdijk 257 in Nieuw-Lekkerland scheuren aan de achterkant van zijn huis ontstaan. Hij kan een potlood door de achtermuur steken. "Alles was gescheurd. Ik heb het zelf laten repareren door een aannemer. Dat heeft me 75 duizend euro gekost. We hebben in die tijd vijf maanden op zolder geleefd. De rekening gaat naar het waterschap. Ik heb rechtstreeks contact inmiddels en dat gaat goed. Maar in het algemeen is het slecht geregeld en zuur voor de andere mensen. Dat hoor ik uit hun verhalen."
Piet Stam (geen familie) van Lekdijk 57 wordt onteigend. Zijn grond zal na de werkzaamheden aan hem worden opgeleverd als bouwkavel, zo wordt toegezegd. "Maar deskundigen hebben inmiddels vastgesteld dat bouwen vanwege de wankele bodem niet verstandig is. ‘Vroeg of laat gaat het mis’, zeggen ze. Ik heb dus niets aan die grond."

'De Lekdijk is lek gestoken'

De commotie rond de schadegevallen als gevolg van het werk aan de Lekdijk is groot. Maar in het hoofdkantoor van Waterschap Rivierenland in Tiel gaan de alarmbellen niet rinkelen. Dat gebeurt pas als professor Stefan van Baars in 2021 zijn rapport 'De Lekdijk is lek gestoken' publiceert. Het is dan vijf jaar nadat de eerste bewoners schade aan hun panden hebben gemeld.
Wij wisten het als bestuur niet
Hennie Roorda, tot 2022 verantwoordelijk bij Waterschap Rivierenland
"Wij wisten het als bestuur niet", zegt Hennie Roorda, tot januari van dit jaar verantwoordelijk portefeuillehouder binnen Waterschap Rivierenland. "Wij kregen die signalen niet uit de organisatie. Dat is jammer. Als we het eerder hadden geweten, dan hadden we kunnen optreden."
Blijkbaar stonden niet alleen bestuur en werkvloer ver van elkaar af. In het contract tussen het waterschap en de uitvoerende aannemerscombinatie is officieel vastgelegd, dat het waterschap tijdens de werkzaamheden afstand houdt. Niemand treedt namens het waterschap op als opzichter. Pas achteraf wordt het project nagecalculeerd via bonnetjes.
"Het was de tijdgeest om het aan de markt over te laten", legt Marc Laeven uit. Hij is nu bestuurslid van het waterschap én heeft in januari 2022 Roorda opgevolgd. "Dat was toen gangbaar. Daarmee daagde je de markt uit. Op dit moment zouden we zoiets niet doen, zijn er andere contracten."
Heemraad Marc Laeven van Waterschap Rivierenland
Heemraad Marc Laeven van Waterschap Rivierenland © Waterschap Rivierenland
Over de inhoud van de contracten en waarom de afspraken destijds zijn veranderd verwijst Laeven naar een onderzoeksrapport van TwynstraGudde. Het bureau heeft op verzoek van het waterschap de aanbesteding geanalyseerd. "Onze afdronk van dat rapport is dat het goed is gegaan", zegt hij over de analyse, waarvoor overigens alleen met personeel van het waterschap is gesproken. Niet met kritische buitenstaanders zoals Jan de Bont.
"Meneer Laeven", haakt De Bont in, "noemt mij een eenling die brieven schrijft uit wrok jegens het waterschap.' Maar ik heb mijn brief met kritiekpunten geschreven in overleg met de voorzitter van de commissie. Ik heb hem ook nog afgestemd met de hoogste baas van het waterschap, dijkgraaf Co Verdaas. Ze kunnen gewoon niet tegen kritiek. Dit waterschap is niet in staat om het werk met open mind te doen. Kijk naar dat onderzoek van TwynstraGudde, ze proberen alles met second opinions te bestrijden. Ze proberen het eigen blazoen schoon te houden."
Laeven: "Wij kijken nu verder, zouden dieper zijn gegaan als dat nodig was. Binnen het waterschap is besproken niet meer dan dit onderzoek te doen, omdat we door willen. Door, voor de veiligheid en schadeafhandeling. We kunnen alles wel onderzoeken. Maar hier is niet voor gekozen, omdat het geen meerwaarde heeft voor de huidige praktijk."
Waterschap Rivierenland heeft als gevolg van het project Lekdijk 180 meldingen van schade die hebben geleid tot 54 dossiers. Daarvan zijn er inmiddels negen afgehandeld. Het totale schadebedrag wordt geschat op 5 miljoen euro.
Het recente overzicht van Waterschap Rivierenland over de schades
Het recente overzicht van Waterschap Rivierenland over de schades © Waterschap Rivierenland
"Ik kan niet veranderen wat er ooit is besloten. Maar als het verband tussen de schade en werkzaamheden is aangetoond, proberen we de zaken zo goed mogelijk af te handelen", vervolgt Laeven. "In de meeste gevallen gaat dat goed. Ik ben bij mensen thuis geweest en heb daar een goed gevoel aan overgehouden. Ik doe dit niet om goede sier te maken. Mijn belangrijkste drijfveer is om de mensen te helpen. Ik snap wat ze hebben meegemaakt, het zijn soms schrijnende gevallen."
De inzet van Laeven kan niet verhullen dat Waterschap Rivierenland de regie in het dossier pas heeft gepakt nadat Stefan van Baars onderzoek had gedaan. Uit zijn eerdergenoemde rapport is de commissie Schadeafhandeling (met Jan de Bont) voortgekomen die op haar beurt het waterschap heeft geadviseerd om zelf de afhandeling op zich te nemen. Blijft de vraag wie de schade van 5 miljoen gaat betalen: het waterschap (lees: de belastingbetaler) of de aannemer? En wat kan het waterschap bij de aannemer halen: 575 duizend euro of meer?
"Ik weet niet precies wat de afspraken zijn", zegt Marc Laeven. "Ik vind ze ook niet zo relevant. Wij hebben gezegd, wij gaan de schadeafhandeling naar ons toehalen, wij gaan het betalen. Wat wij nog bij de aannemer proberen te halen, is niet zo relevant voor de afwikkeling van de schade. Er lopen overleggen met de aannemer, maar die zullen niet leidend zijn. We betalen niet minder, omdat de aannemer minder betaalt."
Mogelijk komt er ook geld voor de schadevergoedingen uit het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), een landelijke subsidiepot waar waterschappen een beroep op kunnen doen.

Op de vinger van een hand

De schadeafhandeling is dit jaar nog niet afgerond. Ook zullen er zaken onopgelost blijven, verwacht Laeven: "Als er een causaal verband is tussen de dijkverzwaring en de schade - wij als waterschap moeten aantonen dat dat verband er niet is - dan moeten wij betalen. En zo niet, dan kunnen we niet betalen. We blijven in gesprek. Ook is er nog de weg naar de rechter, maar die zaken zijn op de vinger van een hand te tellen. De overige gaan we uitkomen. Dat je met een aantal bewoners dispuut hebt, heb je overal."
In de eigen documenten schrijft het waterschap: "Waterschap Rivierenland wil een betrouwbare en een ontvankelijke overheid zijn voor burgers. Om vertrouwen te kweken hanteert het zes factoren: erkenning, participatie, begrijpelijkheid, openbaarheid, onafhankelijkheid en voortvarendheid. Aan de hand van deze principes wil het waterschap burgers die schade lijden door projecten recht doen op een ‘menswaardige wijze’. Dit doen we door een betere verbinding te maken tussen de technisch-inhoudelijke kant en de relationeel-empathische benadering. Vanwege de relatie met gedupeerden in de zoektocht naar een oplossing van de schade vraagt dit om flexibiliteit in de organisatie. Daarnaast zijn we transparant en open over de schadeafwikkeling."
Of het aantal discussies zo klein is, valt te betwisten. Rijnmond heeft vijf huiseigenaren gesproken die al een dispuut hebben, onder wie het echtpaar Duis von Damm dat met tonnen schade zit met hun huis dat pas zes jaar geleden is gebouwd. Daarnaast zijn er ook nog de twintig leden van de Lekkende Lekdijk die geen akkoord hebben. Ad Schouls van die stichting verwacht niet dat de schadeafhandeling in die dossiers eenvoudig zal zijn. "Op elk rapport komt een tegenrapport. De onderzoeken hebben elke keer ook een andere invulling. Ze zijn nooit naast elkaar te leggen." Het waterschap gaf inmiddels meer dan een miljoen euro aan die geschreven adviezen uit.

'Cadeautje voor het waterschap'

Ook Jan de Bont houdt twijfels. "Dijkgraaf Co Verdaas zei bij het aanbieden van het rapport Schadeafhandeling: 'Bedankt, ik ervaar het als een cadeautje voor het waterschap. We gaan er mee aan de slag.' Later herhaalde hij in de commissie: 'We nemen alle aanbevelingen over'. En wat is er gebeurd tot nu toe met dat alles? Nul komma nul."
"Ik vind heel jammer hoe het is gegaan. Ik had er ook pijn van, het deed me wat", blikt oud-bestuurslid van het waterschap, Hennie Roorda, terug. "Ik vond ook dat we als waterschap alles op alles moesten zetten om de mensen te helpen. Ik zit hoog en droog in Nijmegen. Het waterschap heeft er te zijn voor de mensen achter de dijk. Mensen die soms drie jaar lang klaar stonden met koffie, thee of iets anders voor de werklui. Welwillende mensen, die vervolgens hard zijn geraakt."
En wat is er gebeurd tot nu toe met dat alles? Nul komma nul.
Jan de Bont, Onderzoeker en voormalig directeur Rijkswaterstaat
En dan moet Waterschap Rivierenland ook nog terug de Alblasserwaard in. Het werk is immers nog niet gedaan. Om de polder veilig te houden voor de stijgende waterspiegel staat tussen 2030 en 2050 aanvullend werk ingepland. Bestuurslid Marc Laeven. "Het is nodig dat we het vertrouwen terugwinnen. Bij sommigen zal dat vertrouwen minder zijn, maar ik hoop wel dat het lukt. Als we terug moeten voor nieuwe werkzaamheden, dan zullen we het gesprek met omgeving weer aangaan."
Video over de Lekdijk in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma Nederland

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl