MUZIEK

Ed Baatsen: hoe een ‘gewone’ jongen van Zuid een veelgeprezen jazzpianist werd dankzij de gesubsidieerde lessen bij de SKVR

De Rotterdamse jazzpianist Ed Baatsen (62) is een makkelijke, aimabele spreker op het podium. Bijna elke zin die zijn mond verlaat ademt relativering. Maar als hij met zijn vingers over de pianotoetsen gaat sluit hij geregeld de ogen. En onder het improviseren zie je op zijn expressieve gezicht allerlei emoties voorbijtrekken. Op zulke momenten wordt hij één met de muziek. Verdwijnt hij er bijna in. Met diezelfde concentratie heeft hij ook weer alle thema’s gecomponeerd voor de zojuist gepresenteerde vierde cd van zijn avontuurlijke, instrumentale jazztrio Kenturah’s Kitchen.
Dezer weken is Ed bezig aan een klusje dat een beetje botst op zijn bescheiden, relativerende aard. Hij moet de juiste formulering zien te vinden voor een subsidieaanvraag bij het Fonds voor de Podiumkunsten. De eerste vraag die hij daarbij geacht wordt te beantwoorden is: wat is de artistieke noodzaak van je productie? Typisch zo’n vraag die uitnodigt tot gezwollen taal over hogere idealen en maatschappelijke doelen. ‘Inclusie’ en ‘verbinding’ neemt Ed natuurlijk wel serieus, maar het overvloedig gebruik van die termen vermoeit een beetje.
Misschien is Ed wel te nuchter voor zulke kwalificeringen. Komt ie iets te veel uit een nuchter arbeidersgezin om hoogdravend te doen. “Het zit niet in mijn aard om een wollig filosofisch verhaal op te hangen over die muziek van ons. De werkelijkheid is: je gaat zitten en je gaat componeren. Dan ben je niet bezig om een maatschappelijk thema in muziek te vatten. Het kán. Er zijn voorbeelden te over van. Maar dat heb ik zelf niet zo. Ik schrijf vanuit ideeën die in mij opkomen."
Kenturah's Kitchen, onlangs in De Machinist in Rotterdam.
Kenturah's Kitchen, onlangs in De Machinist in Rotterdam. © Roland Vonk
Toch leidt het wel tot iets, die dwang om na te denken over waar Kenturah’s Kitchen eigenlijk mee bezig is, het trio dat Ed in 2010 begon met drummer Bert Kamsteeg en contrabassist Han Slinger, en waarvan de naam losjes verwijst naar de Amerikaanse beeldend kunstenaar Kenturah Davis. “Je komt toch tot grappige dingen. Jazz is de basis van de muziek die we maken, maar er zit ook rock in, klassieke invloeden, Afro-Cubaanse dingen, hiphop, R&B, eigenlijk van alles. We hebben veel soorten muziek in ons leven tot ons genomen en dat komt er allemaal uit. Bert en ik kwamen ook tot de conclusie dat we vroeger nooit ergens bij wilden horen. Dat we een hekel hadden aan hokjes. Dat speelt allemaal mee.”

Chinees

Ed Baatsen groeide op aan de Sprokkelenburg in Zuidwijk. Op Zuid. Zijn vader - ‘wit’, uit Schiedam - werkte in de snoepfabriek van Van Melle. Zijn moeder - Indisch, een ‘halfbloed’ zoals dat wel wordt genoemd, afkomstig van Malang op het Indonesische eiland Java - zorgde dat thuis alles liep. Via hun moeder hebben Ed en zijn 3,5 jaar oudere broer iets Indisch in hun uiterlijk.
Ed Baatsen, met zijn ogen dicht improviserend op de elektrische piano.
Ed Baatsen, met zijn ogen dicht improviserend op de elektrische piano. © Roland Vonk
Werden ze daar vroeger op aangesproken? “Ik had niet de indruk dat dat speelde. Ik heb er geen last van gehad. In mijn klas zaten maar twee ‘donkere’ jongens, ik ben ook weleens de enige geweest, maar ik dacht er eigenlijk nooit over na. Ik stond er helemaal niet bij stil.”
Na enig nadenken schiet hem één voorval te binnen. “Ik voetbalde vroeger graag. Ik houd erg van voetbal. En ik weet nog, ik was misschien een jaar of tien, ik speelde bij Zwart-Wit ’28, en uit in Smitshoek scoorde ik drie keer. Toen hoorde ik een man langs de kant van het veld schreeuwen naar jongens van de tegenpartij: ‘Trap die Chinees de grond in!’ Je zou daar nu voor van het veld verwijderd worden, maar ik moest er toen ontzettend om lachen. En mijn vader die erbij was ook. Die vond het ook geweldig. ‘Trap die Chinees de grond in!’ Ha ha! Maar dat is misschien ook de enige keer geweest dat ik ben aangesproken op mijn Indische uiterlijk. Ik werd op school weleens uit de klas gestuurd, maar dat lag aan mezelf. Dan was ik vervelend, ik was soms ook een beetje rebels. Lang haar, gaten in mijn spijkerbroek, post-hippie tijd. Maar nee hoor. Ik heb niks ervaren.”
De vele gezichten van Ed Baatsen.
De vele gezichten van Ed Baatsen. © Roland Vonk

Holland Amerika Lijn

Ed groeide op met muziek. “Mijn ouders waren gek op muziek. Mijn vader draaide klassieke platen thuis. Zíjn vader is muziekdocent geweest. Die man heeft nog op schepen van de Holland Amerika Lijn gespeeld. Mijn moeder wilde heel graag een piano. Dus kwam die er. Ze begeleidde zichzelf erop bij het zingen van Indische liedjes. Muziek vonden mijn ouders ook belangrijk voor onze ontwikkeling. Zelf hebben ze nooit kunnen studeren. Ze vonden het heel belangrijk dat je je goed ontwikkelde. En daar hoorde muziek bij.”
Zo rond zijn zevende begon Ed aan pianoles, bij de SKVR in de Larenkamp. Pas veel later realiseerde hij zich wat een geluk hij daarmee had. “Ik kreeg wekelijks drie kwartier les. Dat had nooit gekund als er niet zo veel subsidie op had gezeten. Tegenwoordig zijn pianolessen op de muziekschool veel duurder. Ik weet niet of mijn ouders de prijzen van nu zouden hebben kunnen betalen. Ik weet ook niet of ik zonder die subsidie op de SKVR wel pianist was geworden.”
Het orkestje van de opa (2e van links) van Ed Baatsen, en Ed als peuter bij de radio.
Het orkestje van de opa (2e van links) van Ed Baatsen, en Ed als peuter bij de radio. © Archief Ed Baatsen

Oscar Peterson

Bij de SKVR leerde Ed van bladmuziek spelen. Klassieke muziek. Thuis kwam daar blues bij, via zijn oudere broer. Blues speelde hij uit het hoofd. En daar hoorde improviseren bij. Intussen doorliep Ed het atheneum, waarna hij in Amsterdam sociale geografie ging studeren. Hij snapt eigenlijk nog steeds niet waarom. Ja, een schoolvriend ging dat ook doen. “Het was echt zo’n keuze die nergens over gaat. Ik was veel met muziek bezig.” Ed had ook zijn Fender Rhodes elektrische piano meegenomen naar Amsterdam.
Toen hij er een half jaar zat gebeurden er twee dingen. Hij hoorde voor het eerste de Canadese jazzpianist Oscar Peterson. Die grote indruk maakte. Dát was wat Ed ook wilde. En hij vernam dat aan het conservatorium van Rotterdam een opleiding ‘lichte muziek’ was. Jazz en wereldmuziek. Daar moest hij heen. Maar dat kon pas na een voorbereidend jaar.
Ed Baatsen als twintiger met zijn Fender Rhodes op zijn studentenkamer in Amsterdam.
Ed Baatsen als twintiger met zijn Fender Rhodes op zijn studentenkamer in Amsterdam. © Archief Ed Baatsen

James Long

“Ik ging toen al wel naar jazzconcerten in Dizzy. Daar zat James Long. Die kende ik een beetje. Hij speelde piano en contrabas. Ik vroeg hem of hij mij les wilde geven. Hij zei: dan moet je bij Jan Hartong zijn.” Jan Laurens Hartong, een man die veel heeft betekend voor heel wat muzikanten in Rotterdam. Hij overleed in 2016.
Hartong liet weten dat Ed langs kon komen. “Hij zei: dan kijk ik wel of ik je les wil geven. Dat vond ik wel grappig. Hij wilde kijken of het zin had.” Ed ging langs, speelde een bluesje voor, en dat leek voldoende voor een vervolgafspraak van een uur. In dat uur legde Hartong zijn mogelijke leerling het een en ander uit en schreef tien ‘loopjes’ voor hem op, in de jazz ‘licks’ geheten. Of hij die maar wilde instuderen voor de week erop.
Ed Baatsen, thuis aan de vleugel in zijn muziekkamer.
Ed Baatsen, thuis aan de vleugel in zijn muziekkamer. © Roland Vonk
Ed ging er die week op studeren, op zijn manier. Hij dacht dat het wel goed was. Daar dacht Hartong bij de derde ontmoeting anders over. Die ‘licks’ zaten er nog niet echt goed in, vond hij. En toen kwam een bepalend scène in het muzikale bestaan van Ed Baatsen. “Jan zei: We kunnen twee dingen doen: we gaan gezellig koffie drinken en dan wens ik je verder succes, of je gaat heel hard studeren en volgende week is het helemaal gekend. Aan jou de keus.”
Jazztrio Kenturah's Kitchen, vlnr Han Slinger, Ed Baatsen en Bert Kamsteeg.
Jazztrio Kenturah's Kitchen, vlnr Han Slinger, Ed Baatsen en Bert Kamsteeg. © Roland Vonk

Toelating

Dat was voor Ed een vrij harde confrontatie met de werkelijkheid. “Jan zette meteen de toon, hij zette meteen druk op de ketel. En dat opende mijn ogen. Want ja, zo zei hij, voor jou zo meteen honderd anderen. Als jij echt de muziek in wilt moet je keihard werken, moet je je de tering werken. Kijk maar wat je wilt.”
Hierna ging Ed serieus aan de slag, en dat is altijd zo gebleven. Muziek was vanaf dat moment geen hobby meer, niet iets dat je een uurtje per dag doet. Hij slaagde om te beginnen voor zijn toelating aan het conservatorium. “Dat ging hartstikke goed. Er waren geloof ik 30, 35 mensen die toelating deden, en er werden er maar twee aangenomen. Onder wie ik. Dat gaf vertrouwen. Vanaf dat moment dacht ik: misschien kan ik het wel.”
Kenturah's Kitchen met rechts in het midden spoken word artiest Blesz.
Kenturah's Kitchen met rechts in het midden spoken word artiest Blesz. © Roland Vonk (links), publiciteit Kenturah's Kitchen

Special Delivery

Na het conservatorium volgden allerlei ensembles. Ed formeerde een eigen trio. Vanaf 1994 was er het kwartet Special Delivery, met contrabassist Henk de Ligt, en later dus Kenturah’s Kitchen. Ed grossiert inmiddels in lovende kritieken. Toch is optredens krijgen niet altijd makkelijk. De jazz heeft het zwaar in Nederland. Er zijn weinig podia, er is weinig aandacht voor jazz in de media. Maar Ed geeft ook drie dagen in de week pianoles aan de Vrije Academie in Delft. Daardoor kan hij leven van de muziek. De lichte bezorgdheid van zijn ouders toen hij overstapte van een universitaire opleiding naar de jazz is onterecht gebleken.
Ed schrijft alle muziek voor Kenturah’s Kitchen. Thema’s, akkoordprogressies, melodielijnen, soms een baslijn, en gedrieën werken ze de ideeën uit. Een proces waar Ed enorm van houdt. Het komt allemaal voort uit een vrij sterke innerlijke noodzaak. De coronatijd hebben Ed, Bert en Han ook benut om te werken aan een nieuwe cd.
'Capricious Dance', de nieuwste cd van Kenturah's Kitchen, plus eerdere uitgaven van de band en de solo-cd van Ed Baatsen.
'Capricious Dance', de nieuwste cd van Kenturah's Kitchen, plus eerdere uitgaven van de band en de solo-cd van Ed Baatsen. © Coverart
Wat voor reacties op hun muziek Ed graag hoort? “Vooral dat het origineel is, en verfrissend. Vernieuwend misschien ook wel. Anders. Eigen. Avontuurlijk. Dat vind ik mooi om te horen.”
En inclusief natuurlijk.
“Ja, superinclusief.”
Op 4 december staat Kenturah’s Kitchen met strijkers en spoken word artiest Blesz in de Centrale Bibliotheek van Den Haag voor de try-out van een bijzonder muzikaal crossover-project getiteld All the world’s a stage.
Kenturah's Kitchen met Blesz tijdens een optreden in De Machinist.
Kenturah's Kitchen met Blesz tijdens een optreden in De Machinist. © Roland Vonk