INTERVIEW

Van Hofbogen tot kleurrijke basketbalveldjes: Bruce en Linda krijgen Laurenspenning omdat ze Rotterdam mooier maken

Bruce en Linda krijgen Laurenspenning omdat ze Rotterdam verfraaien: 'Misschien krijgen we nu nog meer kansen'
Bruce en Linda krijgen Laurenspenning omdat ze Rotterdam verfraaien: 'Misschien krijgen we nu nog meer kansen' © Rijnmond
Ze krijgen deze week de Laurenspenning voor het verfraaien van de stad: Bruce Tsai-Meu-Chong en Linda van der Vleuten, samen bekend als kunstcollectief Opperclaes. Je kent ze misschien van de kleurrijk geverfde basketbalvelden in Rotterdam-West of de kunst op de Hofbogen die je vanuit de trein vlak bij Centraal Station ziet. Dat ze de Laurenspenning krijgen doet nogal wat met ze. "Het moest echt even indalen."
Door zijn enthousiasme lijkt het na een uurtje praten alsof Bruce het, sinds hij weet hij dat hij de Laurenspenning krijgt, nóg meer naar zijn zin heeft in Rotterdam. Zo fijn is het om onderscheiden te worden. Vandaar ook het antwoord op de vraag of de stad na zo veel jaren stadsverfraaiing niet gewoon een keer af is. “Af? We zijn hier nooit klaar”, sputteren Bruce en zijn metgezel Linda van der Vleuten haast tegelijkertijd lachend. “Rotterdam is ook zo groot!”
Een van de creaties van het koppel: geverfde basketbalvelden in Rotterdam-West
Een van de creaties van het koppel: geverfde basketbalvelden in Rotterdam-West © Brand New Guys
De Laurenspenning wordt gegeven aan Rotterdammers die artistiek en maatschappelijk bijdragen aan de stad. Dat doen Bruce en Linda zeker. De kunst op de Hofbogen die je vanuit de trein kunt zien of het kleurrijke Schieblock. Zelfs het skateparkje bij het spoor, achter het oude Shell-gebouw, werd door hen bedacht. De stad mooier en beter maken is daarbij de gedachte. Maar opeens te horen krijgen dat je zo'n erkenning verdient, dat zagen ze deze zomer niet aankomen.
“We waren in augustus lekker in Hoek van Holland, in het huisje van vrienden, toen we opeens bezoek kregen", vertelt Linda in het kantoor van Opperclaes in het Schieblock. "Korrie Louwes, de voorzitter van de jury, stond in de tuin. We hadden geen idee! We waren met hele andere dingen bezig. Een van onze jonge kinderen moest gaan slapen, er moest nog gegeten worden...” Lachend: “Dus zeiden we: nou, wijntje dan maar? Het moest echt even indalen.”

Deze week staat dan eindelijk ook de uitreiking zelf voor de deur. Al besef wat dit voor jullie gaat betekenen?

Linda: “Nou, wat dit ons gaat brengen is voor ons ook een verrassing."
Bruce: "Ik hoop vooral dat de gemeente ons nu nog meer als gesprekspartner gaat beschouwen. Dat we aan tafel komen te zitten met onze plannen voor de stad. Dat zou een mooi effect zijn.”
Bij de Hofbogen zie je dit kunstwerk goed vanuit de trein
Bij de Hofbogen zie je dit kunstwerk goed vanuit de trein © Opperclaes

Opperclaes verfraait het straatbeeld met enorme werken van kunstenaars. Wat is daar eigenlijk de waarde van, als het aan jullie ligt?

Bruce: “Een goed kunstwerk op straat is net zo veel waard als een kunstwerk in het museum, vind ik.”
Linda: "Ik denk dat veel mensen bij kunst denken: 'Nee, dat is niets voor mij. Daar moet ik zeker iets van vinden...' Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Je kunt ook gewoon een bepaalde emotie voelen bij iets wat je ziet. Er blij van worden, of juist iets afschuwelijk vinden. Bij iets waar je bijvoorbeeld elke dag langs komt. Misschien voelt zo'n werk juist wel vertrouwd.”
Bruce: “We zijn ooit begonnen met een galerie op de Claes de Vrieselaan. Een bijzonder verhaal: we mochten drie maanden gratis in een pand zitten en kunst tonen. Als we daar huur hadden moeten betalen, had het nooit gekund. Met zo weinig middelen opereerden we toen. Bijna elke week hadden we in die tijd desondanks een opening. Zo vaak! Gekkenwerk, achteraf. Dat we dat voor elkaar kregen, denk ik nu... Een zalige periode.”

Maar kunst zien in een galerie is iets heel anders dan kunst bewonderen op straat.

Bruce: “In die tijd bleek dat veel mensen zo'n galerie toch nog spannend vinden. Niet mijn wereld, leken sommigen te denken. Terwijl we juist iedereen wilden bereiken! Daarom zijn we letterlijk gaan uitbreken en de straat opgegaan. Met kunst van makers die we vaak al uit de galerie kenden. Heel tof: zo kregen we die kunstenaars toch bij het grote publiek.”

Loop door de stad en er zijn nog voldoende lege plekken te zien. Moeten die als het aan jullie ligt dan allemaal vol met straatkunst?

Linda: “Nee, hoor. Ik heb liever tien plekken in de stad waar fantastische dingen gebeuren, dan honderd plekken waar het half-half wordt gedaan. Neem De Hofbogen, die je ziet vanuit de trein: er hebben al elf, twaalf schilderingen opgezeten, in het voorjaar komt de volgende. Dat is het verlengde van een galerie, hè? Daar laten we het publiek nieuwe kunstenaars zien. We maken soms ook zelf werk, trouwens. De artistieke bijdrage is soms van onszelf, ontworpen of geschilderd, of we laten dat door iemand anders doen.”
Bruce: "Een werk van Opperclaes hoeft trouwens niet perse plat op een muur te zitten, het kan ook 3D zijn of op een vloer zitten, zodat je erop kan spelen of het kunt gebruiken."
Linda: “Wanneer kunst goed is, daar kun je natuurlijk over debatteren."
Bruce: "Maar over onze werken is goed nagedacht. Die betekenen iets. Voor de buurt en voor de maker.”
De Laurenspenning wordt donderdag voor de 55e keer uitgereikt, in de Laurenskerk. In het juryrapport staat: "Het duo slaagt erin aanstormend talent een podium te bieden. Zo ontstond een netwerk van veelal jonge ontwerpers, kunstenaars, fotografen en illustratoren. Bruce Tsai-Meu-Chong en Linda van der Vleuten krijgen de Laurenspenning voor hun artistieke en maatschappelijke inbreng. Met het toekennen brengt Stichting De Laurenspenning haar waardering tot uitdrukking voor de manier waarop Opperclaes zich in de stad manifesteert."

Rotterdam is groter dan het centrum alleen. Andere stadsdelen, Zuid bijvoorbeeld, kunnen ook wel aandacht gebruiken.

Bruce: "Dat denk ik wel, ja. Dat we in de toekomst meer aandacht richten op gebieden waar het nodig is lijkt me logisch. En nodig, omdat er daar gewoon nog niet genoeg gebeurt."
Linda: "Er gaat nu zo veel aandacht naar de openbare ruimte in het centrum. Maar het is veel eenvoudig: er zijn plekken, zoals Bloemhof of Hillesluis, waar echt wel iets mag gebeuren. Vind ik. Die plekken zijn net zo waardevol. Daar wonen net zo veel mensen.''
Bruce: "Het is meer dan een wijk beschilderen, hè. Een mooiere leefomgeving draagt bij aan een betere leefomgeving.”
Linda: "Het wordt er ook wel veiliger van, denk ik. In een opgeknapte wijk gaan mensen toch zorgvuldiger met hun wijk om.”

Na de uitreiking donderdag ziet jullie wereld er anders uit.

Linda: “Misschien hebben we wel meer slagkracht, als je laureaat bent. Dat zou te gek zijn. Daar zouden we zeker gebruik van maken.”
Bruce: “Het wakkert ook enthousiasme aan. We willen meer met mensen in gesprek over onze ideeën. Het is echt heel erg fijn, zo'n onderscheiding.”
Linda: “Het enige kritiekpunt dat we hebben is: hoe vinden wij eigenlijk de weg naar de gemeente? En andersom? We kunnen zo veel mensen op de been brengen. We hebben echt een groot netwerk van collega-stadmakers die een verandering teweeg kunnen brengen. Maar die weg, van de gemeente naar ons toe: die is er nog niet. We hopen dat dat nu verandert.” Lachend: "Donderdag is de uitreiking: vrijdag zitten wij op het stadhuis."

Rond 2003 kwam jij hier wonen, Linda. Rond 2010 belandde jij, Bruce, in Rotterdam. Na deze prijs is het toch ondenkbaar dat jullie weer verhuizen?

Linda: “We gaan zeker niet verhuizen. Er is hier nog zo veel te doen.”
Bruce: “We gaan hier niet weg, nee. We hebben twee jonge kinderen, een fijn huis, dit kantoor. En vooral: we hebben nog zo veel ideeën. Daarnaast hebben we hier echt onze en de leefomgeving van onze stadgenoten zelf kunnen maken. Waarom zou je weg gaan uit de stad waar je zelf zo veel in hebt mogen maken?"
Linda: “Opperclaes gaat nu de winter in. Dat betekent dat we achter de schermen volop aan plannen aan het werken zijn voor volgend jaar. In 2023 ga je zeker meer van ons zien.”

Nu eerst de uitreiking. Spannend zeker?

Bruce: “Ja.”
Linda: “Er zit ook al veel werk in, sinds we het weten. We besteden vandaag bijvoorbeeld aan het schrijven van de speech.”
Bruce: “Die moet natuurlijk goed zijn. We hebben wel iets te zeggen, ook.”
Linda: “We weten het nu al twee maanden. Het nieuws is een beetje ingedaald, maar nu de uitreiking zo dichtbij komt leeft het weer helemaal op. Dit is voor ons toch wel heel bijzonder.”
Bruce: “De erkenning is zo fijn. Ik merk echt dat ik me hier in Rotterdam nog meer thuis voel sinds ik dit weet. En nog meer gezien.”