IN MEMORIAM

Met zijn witte jas en zwarte haren was Zekic Slobodan een straaticoon, nu is hij er niet meer

Zekic Slobodan leefde als God in de hel
Zekic Slobodan leefde als God in de hel © AC Lans
Een Rotterdams icoon is niet meer: Zekic ‘Jacques’ Slobodan overleed pasgeleden na een metro-ongeluk. Hij was een opvallende verschijning in het Rotterdamse straatbeeld, met zijn witgeverfde jas en zwartgeverfde haar. ‘De Rotterdamse Rod Stewart’, werd hij ook wel genoemd. Hij was God, zei hij zelf, en slenterde als dominee door de stad. "Ik verzamel bewijs dat we hier op aarde in de hel leven."
Jacques laat een weduwe achter: Dragica, die nog steeds in hun huis aan de Volmarijnstraat woont, zegt de gepensioneerde dominee Herman IJzerman, verbonden aan het wijkpastoraat dat naast het echtpaar in de straat huisde. “Ik hoorde van Riet Hoste, een beetje de moeder van de straat, dat hij was overleden. Een ongeluk met de metro op station Dijkzigt. Heel tragisch dat er zo een einde aan zijn leven is gekomen.”
Persoonlijk contact had dominee IJzerman niet met Slobodan. “Sommige bewoners hadden dat wel, met name over de door hem geliefde katten van hemzelf en de buurvrouw. Samen met Riet ben ik bij zijn weduwe langs geweest. Het bovenhuis is tamelijk chaotisch, vol met boeken en pamfletten. Dragica was ontregeld en aangedaan.”

Zijstraten van de stad

In het huis vond hij vele geschriften van Slobodan. “Hij liep altijd door de stad, eigenlijk als boodschapper. Hij had notities over de kosmos, evolutie en schepping. Haalde ook Dante aan. Eigenlijk had hij een theoretisch universum op schrift gesteld.”
De dominee ontdekte ook een duidelijke opdracht voor na zijn dood. “Hij vond het belangrijk dat zijn boodschap verspreid zou blijven worden als hij er niet meer was. Eigenlijk zijn we volgens hem allemaal ambassadeurs van de hemel en de hel. De hemel is het goede in de maatschappij en moeten we koesteren. Het slechte is de hel, dat moeten we straffen. Hij vond dat we een verantwoordelijkheid hebben naar de samenleving.”
Hij was op een zekere manier een collega, zegt IJzerman. “Hij liep door de stad als een ouderwetse dominee. En hij was ook niet zomaar iemand. Slobodan was een markante figuur van de stad, die hard nadacht over het leven. En hij deed dat vanuit de zijstraten van de stad, niet de lanen en singels die het dominante verhaal van de stad bepalen.”
Slobodan met zijn kenmerkende zonnebril
Slobodan met zijn kenmerkende zonnebril © AC Lans

'Ik verzamel bewijs dat we hier op aarde in de hel leven'

De Rotterdammert, een website die odes bracht aan markante figuren uit de stad, interviewde Slobodan in 2014:
"Ben je klaar voor de grote schok?" Jacques beweegt zijn kin naar zijn borst en staart me net over de bovenkant van zijn zonnebril aan. Voordat hij verder gaat met zijn verhaal kijkt hij nog even goed om zich heen. We zitten in de Centrale Bibliotheek op de vierde verdieping naast het kopieerapparaat. Hij legt een klein briefje voor me neer. "Lees maar goed wat er staat", zegt hij. 'Ambassade van de hemel in hel', staat er op het briefje. "Jaaaa, je leest het goed!" Jacques lacht hard. In zijn mond zitten geen tanden.
"Begrijp je echt wat er staat?" vraagt hij. "Als je in God gelooft, moet je ook geloven dat er een hel is. Ik verzamel bewijs dat we hier op aarde in de hel leven. Het is de eerste keer dat euthanasie gelegaliseerd is. Dat bewijst toch dat we in de hel leven?" Hij schudt zijn hoofd. Het blijft even stil, terwijl hij naar een krantenknipsel over euthanasie kijkt.

Overal en nergens thuis

Jacques is op 26 augustus (jaartal onbekend) als Zekic Slobodan (roepnaam Jacques) in Joegoslavië geboren en kwam na vele omzwervingen in Parijs terecht. Daar heeft hij zes jaar gewoond, waarna hij dertig jaar geleden in Rotterdam als verwarmingsreparateur aan het werk ging. Samen met zijn vrouw bleef hij in deze stad hangen.
Na zoveel jaar voelt hij zich nergens en overal thuis, zegt hij. Jacques moet vaak naar de juiste woorden zoeken. "Ik heb mezelf Nederlands geleerd", vertelt hij. "Ik kan heel goed in het Nederlands lezen, maar omdat ik niet veel met mensen praat, spreek ik de taal niet zo goed." Jacques vertelt dat hij een echte autodidact is en doet daar niet bescheiden over. "Ik kan heel goed schrijven en maak ook prachtige schilderijen, dat heb ik mezelf geleerd door er veel over te lezen hier in de bibliotheek."
De meeste Rotterdammers kunnen Jacques zonder moeite uittekenen. Lange, witgeverfde leren jas waar metalen platen en studs op vastgemaakt zijn. Zwartgeverfde haren en altijd een zonnebril op zijn neus, ook als de zon niet schijnt. Leren handschoenen, waar op de vingertoppen metalen driehoekjes zijn bevestigd, waardoor het nagels lijken.

Man met een missie

Zijn kleding is een beetje in verval geraakt en bij elkaar gehouden met rode, dikke garen. Het plastic tasje dat steevast bij zijn standaarduitrusting hoort, is met plakband verstevigd. In dat tasje, zo kom ik er langzamerhand achter, zit zijn werk. Dat werk betekent alles voor hem.
"Ik draag deze kleding om mensen op afstand te houden en ook wel uit zelfbescherming. Ik zie er toch heel gevaarlijk uit, met al dat metaal op mijn kleding? Mensen durven, omdat ik er zo uitzie, niet zo snel met mij te praten." Jacques heeft het heel druk met het werk en daarom geen tijd voor vrienden, of om zomaar een praatje met iemand te maken. Hij heeft een belangrijke taak te vervullen en dat komt in zijn leven op de eerste plaats.
Jacques rommelt wat in zijn tasje en haalt er een papiertje uit. Hij staat op en loopt naar het kopieerapparaat en maakt er een printje van. "Alsjeblieft", zegt hij wanneer hij het kopietje geeft. Het is een brief van Riagg Rijnmond.

Godsbewijs

Geachte,
Vandaag ben ik, ondertekende, bezocht door de heer Z. Slobodan. Op verzoek van de heer Slobodan schrijf ik het volgende:
De heer Slobodan is God, gelooft hij.
Ik kan het tegendeel niet bewijzen, ook niet dat hij God wel is.
De heer Slobodan wist mij aan de hand van zelfstudie wel te overtuigen dat het eind van de wereld mogelijk nabij is.
Zijn conclusies zijn niet onwaarschijnlijk en onmogelijk.
Met vriendelijke groet,
Dhr. Rik A.
Sociaal psychiatrisch verpleegkundige
Jacques kijkt genoegzaam. Voor hem is dit het onomstotelijke bewijs dat hij God is.
Het begon allemaal toen hij dertig was. Jacques kreeg steeds sterker het gevoel dat hij God was, maar dacht in eerste instantie dat hij gek was geworden. Het machtige gevoel bleef zich in de loop van de tijd versterken. Jacques kon er niet meer onderuit: hij was God. "Om bewijs te hebben dat ik niet gek ben, ben ik naar het Riagg gegaan om daar mijn gevoelens met iemand te bespreken. Daar konden ze niet bewijzen dat ik God niet ben. Ik heb gevraagd of ze dat op papier wilden zetten als bewijs."
Niet dat Jacques nu aan iedereen vertelt dat hij God is, want daar heeft hij het veel te druk voor. "Ik ben iedere dag aan het werk hier in de bieb. Ik verzamel allerlei artikelen en boeken, want het is heel belangrijk om informatie over de wereld te verzamelen. Er zijn heel veel problemen, zoals het verzuren van de oceanen. En alleen slimme mensen kunnen daar iets aan doen."
Slobodan in de bibliotheek, druk aan het werk
Slobodan in de bibliotheek, druk aan het werk © AC Lans

De paus begrijpt de Bijbel niet

Daarom duikt Jacques iedere dag de bibliotheek in om genoeg informatie te verzamelen waarmee hij wereldproblemen kan oplossen. Van de artikelen, teksten uit boeken, maar ook strips die hij belangrijk vindt, maakt hij kopietjes die vervolgens netjes in zijn tasje worden opgeborgen. Thuis bestudeert hij ze nog eens goed.
Maar het blijft niet alleen bij het lezen van artikelen en boeken van anderen. Hij schrijft zelf ook een boek. "Daarmee zullen mensen de Bijbel beter begrijpen. Bijna niemand begrijpt écht wat daarin staat. Zelfs de paus niet."
Jacques beseft dat het lastig is om aan mensen te bewijzen dat hij God is. "Niemand heeft God ooit echt gezien en er vinden ook geen wonderen plaats. Mensen moeten eerst zelf nadenken en zelf problemen oplossen."

Een enorme overstroming

Daarom heeft hij nog niet ingegrepen bij rampen die de aarde teisteren. Maar Jacques gelooft dat er binnenkort, wanneer precies weet hij niet, een enorme overstroming zal plaatsvinden die veel levens zal opeisen. Wanneer die dag aanbreekt, is Jacques voorbereid en kan hij door alle informatie die hij heeft verzameld ingrijpen en de mensheid redden.
Jacques wiebelt ongeduldig op zijn stoel, grijpt naar zijn tas, haalt er een Fisherman's Friend uit en stopt het in zijn mond. Hij staat op en loopt voor de laatste keer naar het kopieerapparaat waar hij zijn bibliotheekpasje uit de sleuf haalt. "Ik moet nu weg. Ik heb nog veel werk te doen. Zaterdag is altijd een drukke dag."
Hij loopt richting de roltrap, zwaait nog even en gaat terug naar de eerste verdieping. Daar liggen nog veel kranten en tijdschriften op hem te wachten waar hij informatie uit moet halen. Want Jacques blijft er op hameren: "Als je niets leest, dan weet je ook niets."

'Hij was een teken van verbinding tussen hemel en aarde'

Omdat er eigenlijk geen geld voor een uitvaart was, werd een ingetogen uitvaart geregeld in samenwerking met Dela. Dominee IJzerman leidde de dienst en sprak daar de volgende woorden:
"Ieder van ons heeft een ander gevoel en beeld bij Slobodan. Mijn beeld was dat hij zijn huis uitkwam in een witte jas met dingen eraan en dat hij zo de stad in trok."
"Zo zal hij door velen in de stad ook zijn gezien. Als iemand die opviel en iets bedoelde met zijn verschijning."
"De afgelopen week is mij daar iets meer van onthuld door Dragica. Zij liet een kaartje zien waarop stond: De ambassade van de hemel en de hel. Slobodan zag zichzelf als de ambassadeur van de hemel en de hel."

Berichten uit de kosmos

"De hemel staat voor het goede, hoe de samenleving zou moeten zijn. De hel staat voor het kwaad. Dat wat slecht is in de samenleving en waar de samenleving voor moet worden gestraft.
In de taal van de Bijbel zou je kunnen zeggen dat hij een teken was. Een teken is een verbinding tussen de hemel en de aarde. Om vanaf de aarde de hemel uit te dagen om in de samenleving een verandering teweeg te brengen.
Slobodan kreeg berichten uit de kosmos en dat deed hem zo, in zijn witte jas en met zijn bril op, de stad in trekken. Als ambassadeur van de hemel en de hel.
Hij hoopte dat wij, die verder leven, dat zullen begrijpen en dat wij zijn opdracht en zijn boodschap verder zullen brengen: een samenleving waarin het voor iedereen goed leven is."