VERGETEN VERHALEN

Vergeten oorlogsmonument in ere hersteld: wiedergutmachung langs de Maasboulevard in Rotterdam

Voor veel Rotterdammers is het thuiskomen: de stad binnenrijden via de Maasboulevard. Een blik op de skyline en een blik op de Maas met Willemsbrug, Hef en Erasmusbrug. De kubus aan de rechterkant van de Maasboulevard valt maar weinig mensen op. En nog veel minder mensen weten dat dit een bijzonder gebouw is.
Het is ook wel een vergeten monument te noemen. Het gebouw is een geschenk van Duitse kerken aan het door de Tweede Wereldoorlog zo zwaar getroffen Rotterdam. Een wiedergutmachung, gebouwd in de jaren 60.
De betekenis van het pand dat officieel aan de Oostmaaslaan ligt, is nu weer zichtbaar door drie buitenvitrines die dinsdag in gebruik zijn genomen. Elk van de drie vitrines vertelt een eigen verhaal: de gebeurtenissen in de omgeving van het pand in de meidagen van 1940, het ontstaan en de betekenis van het pand en een verwijzing naar Museum Rotterdam '40-'45 NU waar het oorlogsverhaal van de stad wordt verteld.
De nieuwe vitrines aan de buitenkant van het gebouw
De nieuwe vitrines aan de buitenkant van het gebouw © Rijnmond
De geschiedenis van het gebouwtje tussen Oostmaaslaan en Maasboulevard begint in de vroege jaren 60. De Duitse Evangelische Kerk wil een Oecumenisch Centrum schenken aan Rotterdam. Het gebied waar het pand uiteindelijk komt te staan, is dan nog grotendeels leeg. Het bureau van de beroemde architect Gerrit Rietveld krijgt de opdracht voor het ontwerp. In 1964 start de bouw waaraan zo'n zestig Duitse vrijwilligers meewerken.
De bouw van het pand  (juni 1967)
De bouw van het pand (juni 1967) © Stadsarchief Rotterdam
Als het centrum in november 1968 in gebruik wordt genomen, krijgt het de naam Willem Visser 't Hooft Centrum. Het wordt vernoemd naar de Nederlandse theoloog Willem Visser 't Hooft, die de eerste secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken is. In het gebouw zijn een ontmoetingsruimte, sportzaal, filmzaal, bibliotheek en er zijn slaapruimtes.
De Oude Plantage en het DWL terrein met op de voorgrond het Visser 't Hooft Centrum (mei 1969)
De Oude Plantage en het DWL terrein met op de voorgrond het Visser 't Hooft Centrum (mei 1969) © Stadsarchief Rotterdam
Ruim vijftig jaar en verschillende eigenaren en functies later, staat de kubus midden tussen de bebouwing van Kralingen en kennen veel omwonenden en voorbijgangers de betekenis niet meer. Een samenwerking tussen huidig eigenaar U Vastgoed, Museum Rotterdam '40-'45 NU en de Stichting OVMR zorgt ervoor dat de betekenis van het gebouw wordt uitgelegd.
Jan Ultee van U Vastgoed kent het gebouw al lang: "Ik ben een geboren Rotterdammer en ben er dus altijd langs gereden en gefietst, maar de historie erachter kende ik niet. Daar kwam ik pas achter toen we het gekocht hadden." Hij maakt er werk van om de bijzondere geschiedenis zichtbaar te maken.
Ik vind dat als een gebouw op die manier in de samenleving terecht is gekomen, je daar iets mee moet doen.
Jan Ultee

'Geen oorlog is nog geen vrede'

Naast de vitrines wil Ultee ook een tekst aanbrengen op het pand. Nu staat nog op de gevel 'Podium 950', een titel uit het verleden. "Dat is niet iets wat bij het gebouw past, je moet terug naar de oorsprong", zegt Ultee die een verzoek heeft ingediend om een andere tekst op de gevel aan te brengen. 'Geen oorlog is nog geen vrede' moet erop komen te staan. Als de gemeente het verzoek inwilligt, hoopt hij het in de zomer te kunnen onthullen.
De gemeente is blij dat het gebouw uit de vergetelheid wordt gehaald, zegt hoofd Cultuur Alice Vlaanderen: "Wij zijn heel blij dat het monument weer in ere wordt hersteld. Deze speciale presentatie in de vitrines kan dat extra kracht bijzetten, daarmee krijgt die vredesboodschap ook weer vorm."
Conservator Rob Noordhoek van Museum Rotterdam '40-'45 NU is verantwoordelijk voor de invulling van de vitrines. Hij heeft ervoor gekozen om marineofficier Charles Douw van der Krap (1908-1995) centraal te stellen in de vitrine die gaat over de omgeving in de meidagen van 1940.
Het Duitse leger valt op 10 mei 1940 Nederland binnen. Rotterdam ligt meteen in de frontlinie als Vliegveld Waalhaven wordt aangevallen en Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen landen op de Maas om de Maasbruggen te veroveren. Rotterdam-Zuid valt vrij snel in handen van de Duitsers. Het Nederlandse leger houdt stand op de noordoever van de Maas. De Maasbruggen zijn dagenlang het strijdtoneel van de rivaliserende soldaten. Tot de Duitsers op 14 mei 1940 een verwoestend bombardement op het centrum van Rotterdam uitvoeren. Dat leidt tot overgave van eerst Rotterdam en daarna het land.
"Ik ben gaan kijken wat hier is gebeurd tijdens de meidagen van 1940", legt Noordhoek uit aan de Oostmaaslaan bij de entree van het pand. "Je moet je voorstellen dat hier de stad ophield in 1940, dit was het oosten van de stad." Noordhoek stuit op het verhaal van Charles Douw van der Krap: "Onder anderen deze luitenant ter zee kreeg de opdracht het oostfront te verdedigen."
Charles Douw van der Krap is bevelvoerder van de mijnenlegger Hr.Ms. Balder. Het schip ligt in mei 1940 voor onderhoud in Rotterdam. Douw van der Krap is voor die periode ingekwartierd in een woning aan het Haringvliet. Vanuit het raam ziet hij op 10 mei 1940 de Duitse parachutisten en watervliegtuigen landen.
Hij meldt zich meteen en krijgt de leiding over ongeoefende marinetroepen. Zijn troepen helpen bij de verdediging van Station Beurs en park de Oude Plantage. In en rond de Oude Plantage liggen de manschappen van Douw van der Krap op 12 en 13 mei 1940 verschillende keren onder zwaar Duits mortiervuur vanaf Feijenoord.

Krijgsgevangen

Na de capitulatie weigert Charles Douw van der Krap de erewoordverklaring te tekenen. Alle Nederlandse beroepsmilitairen moeten die van de Duitse bezetter tekenen. Daarmee geven ze aan niet in verzet te komen tegen de Duitsers. Omdat Douw van der Krap weigert, wordt hij krijgsgevangen genomen.
Hij komt terecht in verschillende kampen en doet diverse ontsnappingspogingen. In december 1943 is zijn veertiende poging succesvol: met een kompaan graaft hij een tunnel uit het kamp in Oekraïne waar hij dan al enkele maanden gevangen zit. Via die tunnel kunnen de twee ontsnappen. Ze gaan per trein naar Warschau in Polen waar Douw van der Krap zich aansluit bij het Geheim Leger, een grote Poolse verzetsorganisatie.

Opstand van Warschau en Operatie Market Garden

Hij maakt daar in augustus 1944 de Opstand van Warschau mee, de gewapende opstand van het Geheim Leger tegen de Duitse bezetter. Een strijd die vele duizenden levens kost. Vervolgens vertrekt hij met een valse identiteit naar Nederland. In september 1944 vecht hij aan de geallieerde kant mee bij Operatie Market Garden bij Arnhem. Een maand later weet hij met Britse militairen bij Renkum de Rijn over te steken naar het bevrijde Zuiden van Nederland.
Hiervandaan wordt hij overgevlogen naar Engeland waar hij wordt ingezet bij de Britse marine. De Nederlandse officier komt te werken aan boord van een schip dat in het Kanaal wordt ingezet om konvooien te beschermen.
Na de bevrijding van Nederland vertrekt Charles Douw van de Krap in juli 1945 met de Hr.Ms. Jacob van Heemskerk naar Indië om tegen de Japanners te vechten. In mei 1946 keert hij terug in Rotterdam. Hij wordt onderscheiden met de Militaire Willemsorde, de hoogste en oudste onderscheiding van Nederland.