HUMANS OF RIJNMOND

Vrijwilliger Käthy (79) is genezen van kanker en helpt al meer dan dertig jaar daklozen en verslaafden in de Pauluskerk

Käthy met een van ‘haar’ jongens.
Käthy met een van ‘haar’ jongens. © privéfoto
Al 32 jaar lang zet Käthy zich in voor ‘haar jongens’ in de Pauluskerk in Rotterdam. Dak- en thuislozen, verslaafden of mensen met psychiatrische problemen; iedereen wordt met open armen ontvangen. “Zolang ik nog gezond ben, blijf ik dit werk doen”
Een klein groepje mannen zit midden in een verhitte discussie, maar als Käthy langsloopt verzachten de blikken. Een man loopt naar haar toe en geeft een dikke knuffel. ”’Oma, je bent er weer. Hoe gaat het?”
Achter de voordeur van de Pauluskerk schuilt een zaal die lijkt op een aula op een middelbare school. Een kleurrijke ruimte vol met mensen die verhitte discussies voeren, genieten van muziek of hun rustmoment pakken en de ogen sluiten voor een powernap. Boven de hoofden van de mannen hangt de Bijbelse spreuk: ‘Overwin het kwade door het goede’. Ondanks de drukte in de zaal is de vrijwilligster door haar grijze krulletjes en felblauwe ogen moeilijk te missen.

Een dag niet gerookt is een dag niet geleefd

Dat het leven tegenslagen met zich meebrengt ziet de 79-jarige Käthy niet alleen op haar werk, maar ook in haar eigen leven terug. Ruim tien jaar geleden kreeg ze te horen dat ze keelkanker had. Hoewel Käthy nu al een paar jaar kankervrij is wordt ze er door het gat in haar keel nog dagelijks aan herinnerd.
Het was voor Käthy na vijftig jaar lang fanatiek roken geen verrassing dat ze kanker kreeg. ”Ik kon altijd enorm van genieten van het roken van een sigaret. Het was vroeger normaal om te roken. Ik kan door de operatie aan mijn keel niet meer roken, maar als ik heel eerlijk ben kan ik stiekem nog enorm genieten van geur van sigaretten.”, zegt ze met een ondeugende lach.
“Sommigen noemen mij mama of oma. Ik zie ze als ‘mijn jongens’.”
Käthy
Vrijwilligster Käthy in de Pauluskerk
Vrijwilligster Käthy in de Pauluskerk © Rijnmond

In de kerk is altijd werk

Als jong meisje werkte ze bij het Leger de Heils in Enschede. Daar kon ze enorm van genieten. Maar vanwege de studie van haar man verhuisde het paar naar Overschie. ”Al snel kregen wij kinderen en het was vroeger normaal dat je als vrouw thuis bleef. Toen mijn jongste slaagde voor de MAVO dacht ik: Mijn taak zit erop. Nu ga ik iets voor mezelf doen. Ik zag de oproep voor vrijwilligers in de Pauluskerk en wist: ‘Dit is iets voor mij’. Ik heb gebeld en werd met open armen ontvangen.”
De Pauluskerk in Rotterdam is een laagdrempelige kerk. Iedereen met welk probleem dan ook mag binnenlopen. Het is voor veel bezoekers een laatste strohalm. Käthy vindt het fijn dat ze een steentje kan bijdragen in het leven van de jongens. “Ze hebben honger, geen bed of brood en weten niet meer waar ze het zoeken moeten.”
Dat de mannen vaak driftig en opgefokt binnenkomen, schrikt Käthy niet af. “Ik loop hier al dertig jaar rond, dus ze weten wel wie ik ben en welke intenties ik heb. Sommigen noemen mij mama of oma. Ik zie ze ook als mijn jongens. Ik voel me daarom ook niet snel bedreigd.” Mocht iemand het wel te bont maken, door bijvoorbeeld met andere bezoekers te vechten of de vrijwilligers te bedreigen, dan mogen zij de kerk een aantal dagen niet meer binnenkomen.
Eén voorval heeft veel indruk gemaakt op Käthy en haar collega’s. “Een van de jongens had een woedeaanval. Hij was dronken en stond in de kerkzaal wild om zich heen te schreeuwen en met stoelen te gooien.” Käthy was op dat moment niet in de buurt van de zaal maar hoorde de man schreeuwen. Ondanks dat er al genoeg collega’s in de ruimte stonden, besloot ze toch maar een kijkje te nemen. Käthy zag de paniek en onrust in zijn ogen en kwam in actie. “Ik hield mijn handen tegen zijn wangen en zei: ‘Jongen, wat is er aan de hand?’. Hij keek mij aan, zei: ’Oma!’ en brak. Ik zag de mens achter de woede en paniek en ik denk dat hij daarom weer kalm werd.”
“Ik krijg soms de opmerking dat mannen die hier illegaal zijn gekomen of crimineel zijn geen hulp verdienen.”
Käthy
Käthy en haar collega’s zorgen voor wat broodjes, koffie en thee.
Käthy en haar collega’s zorgen voor wat broodjes, koffie en thee. © Rijnmond

Een tweede kans in het leven

Hoewel de mannen heel blij zijn met haar hulp, is niet iedereen het ermee eens dat de mannen hulp ontvangen. Käthy: “Op feestjes is er altijd wel iemand die vraagt wat voor werk je doet. Er wordt dan wel eens gezegd dat de mannen die hier illegaal zijn gekomen of crimineel zijn geen hulp verdienen.”
Käthy snapt waar die reactie vandaan komt, maar denkt liever na over de oplossing. Als de jongens zwerverachtig en lam op straat blijven hangen dan komen ze volgens de vrijwilligster ook niet verder in het leven. Mensen een tweede kans bieden is volgens Käthy de reden dat zij een van mooiste banen heeft. Stoppen? Dat is geen optie. "Zolang ik gezond ben, blijf ik dit werk doen."