STADSWANDELINGEN

Waarom lopen de wachtlijsten in de jeugdzorg de spuigaten uit (en wat kunnen we daaraan doen)?

Opnames van de podcast Stadswandelingen over het thema wachtlijsten in de jeugdzorg
Opnames van de podcast Stadswandelingen over het thema wachtlijsten in de jeugdzorg © Rijnmond
De wachtlijsten voor passende jeugdzorg lopen de spuigaten uit. Complexe gevallen zijn vooral de dupe - met een gebroken been kun je zo terecht, terwijl je met depressieve klachten al snel van het kastje naar de muur wordt gestuurd.
Ook in Rotterdam, zien kinderombudsman Stans Goudsmit en onderzoeker Annemiek Harder. Zij zijn te gast in de podcast ‘Stadswandelingen’. Wij stelden hen alvast vijf vragen over de jeugdzorg.

Hoe is de jeugdzorg zo onder druk te komen liggen?

“Dat heeft meerdere redenen. Veel meer kinderen maken gebruik van jeugdhulp dan een aantal jaren geleden”, vertelt Goudsmit. “Ook is er een personeelstekort.” De Federatie Nederlandse Vakbeweging meldt dat jeugdbeschermers twee keer zoveel gezinnen onder hun hoede hebben dan verantwoord is. “Dat maakt het een zwaar beroep en personeel vertrekt weer.”
Daarnaast wordt jeugdhulp vooral aangeboden vanuit het aanbod en niet vanuit behoefte, vertelt de kinderombudsman. De gemeente heeft hulp ingekocht in categorieën, bijvoorbeeld pleegzorg, ambulante zorg en geestelijke gezondheidszorg. “Als je daar niet inpast als kind, word je door jeugdhulpaanbieders doorgeschoven. Er ontbreekt een regisseur die dan de knoop doorhakt.”
“Ook maakt de gemeente het ouders moeilijk om niet-ingekochte hulp via Persoonsgebonden budget (PGB), dat meer regie over de zorg geeft, zelf in te kopen”, voegt Goudsmit toe. Bovendien is er veel bezuinigd. Harder: “Door financiële tekorten is de intensieve en specialistische jeugdzorg afgebouwd of wordt deze zo kort mogelijk ingezet. De focus is verschoven naar preventie met ‘lichte’ hulp”
De omvang van het probleem van wachtlijsten en wachttijden is ook niet helder, vertelt Harder. “Daardoor is het voor gemeenten als Rotterdam moeilijk om goed te sturen op het realiseren van een passend hulpaanbod voor jongeren met complexe problematiek die zorg op maat nodig hebben.”

Wat betekent dit voor de beschikbare zorg voor de jeugd in Rotterdam?

Goudsmit: “Dat kinderen te lang moeten wachten op passende hulp!” Soms wel meer dan een jaar, vertelt ze. Dat leidt er vaak toe dat de problemen verergeren. In dat geval is zwaardere en dus duurdere hulp nodig dan aan het begin werd beoogd. “Door gebrek daaraan komt een kind thuis te zitten en moeten ouders gaan werken om hun kind te begeleiden. Zo stort het kaartenhuis in elkaar.”
“Lichtere hulp lijkt vaker en langer te worden ingezet, om zwaardere problemen te voorkomen”, zegt Harder. “Maar de vraag naar zware zorg, zoals opname in een kliniek of verblijf op een leefgroep, neemt niet af.” En de lichte hulp die er is bereikt de jongeren en gezinnen niet waar een hoger risico is op de ontwikkeling van complexe problematiek, vertelt Harder.
De situatie voor jongeren met emotionele of gedragsproblemen en een moeilijke thuissituatie is daarom het meest zorgelijk. Harder: “Terwijl de gemeente Rotterdam te maken heeft met relatief veel jongeren waarbij sprake kan zijn van complexe problemen, aangezien jongeren in Rotterdam een grotere kans hebben om op te groeien in gezinnen met een ongunstige sociaaleconomische status.”

Annemiek Harder, wat zou er anders moeten in de organisatie van jeugdhulp?

“Het is schrijnend dat hulpverlening voor jongeren die deze het hardste nodig hebben nu niet beschikbaar is.” Volgens de wetenschapper zouden jongeren die specialistische zorg op maat nodig hebben op nummer één moeten staan. “Zij die bescherming en hulp nodig hebben moeten dat ook krijgen, en erop kunnen rekenen dat zij goede hulp krijgen die aansluit bij hun individuele behoeften.”
“Daarbij vind ik het bizar dat jeugdzorgorganisaties om de paar jaar moeten vechten voor hun voortbestaan en ongeveer een derde van het geld dat omgaat in de jeugdzorg naar administratie en coördinatie gaat. De primaire focus van jeugdzorgaanbieders ligt daarmee te veel op de organisatie en overleven, en niet (meer) op hun primaire taak: het bieden van goede hulp aan jongeren en gezinnen.”

Hoe kunt u, Stans Goudsmit, als gemeentelijke kinderombudsman van betekenis zijn?

“Ik kaart de problemen regelmatig aan bij de gemeenteraad en de verantwoordelijke wethouder”, zegt Goudsmit. “Laatst nog bij de bespreking van mijn jaarverslag.” Daarnaast behandelt zij de klachten van ouders die ten einde raad zijn omdat er maar geen aansluitende begeleiding komt voor hun kind. “Voor deze kinderen zet ik mij in, om te zorgen dat er toch een passende plek in de jeugdhulp komt.”

Welke rol kan de wetenschap spelen in de verbetering van de jeugdzorg?

“De wetenschap kan inzicht bieden in de knelpunten in de jeugdzorg, zoals de oorzaken en gevolgen van wachttijden en wachtlijsten, maar ook welke mogelijke oplossingen daarvoor zijn”, zegt Harder. “Bovendien kunnen we aantonen welke hulpvormen effectief en niet effectief zijn en onder welke (organisatorische) omstandigheden.”
Daarnaast toont onderzoek aan dat een goede samenwerkingsrelatie, op basis van vertrouwen, een belangrijke werkzame factor is in de hulpverlening. “Dat betekent dat hulpverleners moeten kunnen investeren in een goed contact met jongeren en ouders, en daar de tijd en ruimte voor moeten krijgen.” Hoe hulpverleners goed contact kunnen opbouwen, wordt ook met onderzoek in kaart gebracht.
De podcast is onderdeel van Erasmus Verbindt, een studenteninitiatief van de Erasmus Universiteit. Meer dan 40 EUR-studenten werken samen om de wetenschap en de Rotterdamse samenleving te verbinden. ‘Stadswandelingen’ is één van de manieren om dit te realiseren. De podcast wordt geproduceerd in samenwerking met de Gemeente Rotterdam en Omroep Rijnmond.