Ontsnapping van Rotterdamse razziaslachtoffers

Het is november 1944. Een grote groep Rotterdamse mannen loopt door de Biltstraat in Utrecht. Het zijn slachtoffers van de razzia. De mannen moeten van de Duitse bezetter naar Duitsland om te werken.

In de Biltstraat staat Truus Van Leeuwen-Visser. Ze ziet de rijen mannen voorbij komen. Het valt haar op dat Utrechtse mannen gewoon kunnen toekijken. Dan neemt ze een besluit. Ze spreekt één van de mannen aan en zegt: "Kom naast me staan en kijk mee".

Gered

De man gaat aan de kant staan en doet net of hij een Utrechtenaar is. "Die man is daardoor gered", weet Louisa Balk van het Stadsarchief Rotterdam. Truus van Leeuwen benadert een tweede man, ook hij weet uit de rij te stappen en tussen de kijkende mensen te gaan staan.

"Een derde poging is mislukt, de man durft niet", vertelt Louisa Balk. "De Duitsers bewaakten de mannen uiteraard dus er zat ook een risico aan". Het verhaal is bij het Stadsarchief te terechtgekomen omdat mevrouw Van Leeuwen-Visser vorig jaar na de herdenking van de razzia contact opneemt met het archief.

Brieven

Ze wil twee brieven schenken. Het zijn brieven van de twee mannen die uit de groep razziaslachtoffers zijn gestapt. Max de Vries en Jan van Vessem zijn allebei veilig teruggekeerd naar Rotterdam. De brieven die zij naar de Utrechtse familie Visser sturen, zijn altijd bewaard gebleven.

De Vries en Van Vessem zijn bij de razzia van Rotterdam op 10 en 11 november 1944 door de Duitsers mee genomen. Alle mannen van 17 tot en met 40 jaar moeten naar Duitsland om tewerkgesteld te worden.

De Rotterdammers gaan op verschillende manieren naar verschillende steden. De groep die via Utrecht moet, is daar lopend gekomen. In Utrecht brengen ze de nacht door in concertzaal Tivoli. Mensen van het Rode Kruis verzorgen daar de bloedende voeten en prikken de blaren door.

De volgende dag moet de groep Rotterdammers lopend verder naar kamp Amersfoort of Soesterberg. Tijdens die tocht komen ze door de Biltstraat waar Max de Vries en Jan van Vessem door Truus van Leeuwen-Visser gered worden.


Terug naar Rotterdam

De twee mannen gaan met haar mee naar huis. Haar vader is dan nog bij Tivoli en treft daar een vrouw die op zoek is naar haar man, genaamd De Vries. "Ik heb een De Vries bij mij thuis zitten", zegt vader Visser en na enige aarzeling gaat de vrouw met hem mee.

Ze zijn net te laat. Via een verzetsgroep zijn De Vries en Van Vessem met een auto onderweg naar Gouda. Onafhankelijk van elkaar zijn ze lopend verder naar Rotterdam gegaan. Beide mannen komen dus weer thuis in Rotterdam.

De razzia van Rotterdam wordt elk jaar herdacht in aanwezigheid van onder andere slachtoffers, familieleden en burgemeester Aboutaleb. De herdenking van 2017 is op 10 november in het Maasgebouw bij de Kuip.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: