nieuws

Het korte maar heftige bestaan van de échte Delft

Het is al jaren een bekend gezicht. In Rotterdam-Delfshaven ligt langs de rivier een houten skelet dat uiteindelijk De Delft moet worden. De bouw van het schip begon al twintig jaar geleden. En daarmee is deze versie van het schip al ouder dan het origineel dat in 1797 verging.
Ook de bouw van het origineel ging in de achttiende eeuw heel wat sneller dan tegenwoordig. In die tijd was de marine nog opgedeeld in verschillende Admiraliteitscolleges. Het College van de Maze, gevestigd in Rotterdam, gaf in 1782 de opdracht om een linieschip te maken met de naam Delft.
Ongeveer een jaar later werd het schip te water gelaten in Delfshaven. Vervolgens werd het in Hellevoetsluis verder afgewerkt.

Rol


De linieschepen waren de grootste oorlogsschepen in die tijd. Ze werden zo genoemd omdat ze in één lijn voeren en vervolgens met één type kanon en specifiek doel onder vuur konden nemen. De Delft had vijftig kanonnen aan boord, maar er waren ook schepen met soms het dubbele. De Republiek had meestal minder zware schepen, omdat het water voor de Nederlandse kust niet zo diep was.
De schepen werden ook vaak gebruikt om koopvaardijschepen van en naar de koloniën te beschermen. Piraten (kapers) hadden het vaak voorzien op de bijzonder waardevolle vracht aan boord van deze schepen.

Missies


Tijdens de eerste oorlogsmissie in 1787 werd De Delft ingezet tegen kapers in Noord-Afrika. Ook tijdens de tweede grote missie (1793) ging de Delft naar de Middellandse Zee. In dit geval moest het schip helpen bij het bevrijden van 75 Hollandse zeelieden, die door de piraten tot slaaf waren gemaakt.
Bij de terugkeer in Hellevoetsluis was er echter veel veranderd. De Fransen hadden Nederland veroverd. Met een nieuwe Fransgezinde kapitein werd het schip nog één keer bij een grote zeeslag ingezet: de Zeeslag bij Kamperduin. Het zou de laatste zijn.
Tijdens de slag hadden de Britten de overhand. In de achterhoede werden meerdere schepen overmeesterd, waaronder de Delft. Het schip werd op sleeptouw genomen in zuidelijke richting, maar onderweg bleek dat de Delft zwaar beschadigd was geraakt. Vier dagen na de zeeslag zonk het schip, vlak voor de kust van Scheveningen.

Gevonden resten


In 1977 stuitte de Scheveningse visser Maarten Letsch op het wrak. Hij vond een roestige kanonskogel en wat wrakhout. Hij schekelde de plaatselijke duikersvereniging in. Sindsdien zijn er tal van kanonnen, eetgerei, kruiken en vuurwapens gevonden.
Pas in de jaren ’90 werd duidelijk dat het ging om de Delft. Er werd een plan gemaakt om het schip te lichten en te herstellen. Dat zou zo’n 39 miljoen gulden gaan kosten. Maar uit vervolgonderzoek bleek dat het schip er veel slechter aan toe was, dan eerder werd aangenomen.
Tijdens het onderzoek werden ook de originele bouwplannen uit de achttiende eeuw teruggevonden. Het maken van een replica werd daardoor een haalbaar en veel goedkoper (20 miljoen gulden).
Op initiatief van de gemeente Rotterdam wordt een plan gemaakt om de replica te bouwen. In de jaren erna gebeurt er genoeg rondom De Delft, zoals financiële problemen. Het schip is nog altijd niet af, maar in 2020 moet De Delft toch écht klaar zijn.