Mensenrechtencollege: politie discrimineert door hoofddoek te verbieden

De politie discrimineert medewerkers door ze te verbieden om een hoofddoek te dragen tijdens het werk. Dat heeft het College voor de Rechten van de Mens maandag bepaald.

De zaak is aangezwengeld door Sarah Izat, een medewerkster van de Rotterdamse politie. De moslima werkt sinds 2013 bij de service-afdeling van de politie waar ze aangiften opneemt. Dat werk doet ze in haar eigen kleding en dan mag ze haar hoofddoek ophouden. Als ze een uniform aan wil - net als haar collega's - mag het niet.

Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens legt uit. "Mevrouw Izat had al toestemming om een hoofddoek te dragen bij het afnemen van aangiftes, alleen mocht ze hier geen uniform bij aan. Wij vinden niet dat een uniform en een hoofddoek in deze situatie de neutraliteit van de politie in gevaar brengt."

Een hoofddoek dragen is verboden, omdat de uitstraling van de politie volgens de korpsleiding neutraal moet zijn. In een gedragscode uit 2011 staat dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor agenten in uniform. Dat geldt ook voor het dragen van een kruisje of voor tatoeages en piercings.

Naast dat agenten neutraliteit moeten uitstralen, noemt de politie ook de veiligheid van medewerkers als argument. Rob den Besten van de Centrale Ondernemingsraad (COR) van de Nationale politie benadrukt het belang van neutraliteit. "We willen graag de politie van iedereen zijn, daarom hebben we een neutrale gedragscode zonder geloofsovertuigingen. De komende tijd gaan we met elkaar in gesprek om te kijken welke maatregelen we moeten nemen."

De vrouw volgt nu ook een opleiding tot buitengewoon opsporingsambtenaar, maar voor die functie moet ze een uniform aan.

Discriminerend


Izat vindt het hoofddoekverbod discriminerend. Het College voor de Rechten van de Mens geeft haar nu gelijk. De instantie vindt dat de politie niet goed duidelijk heeft kunnen maken waarom een hoofddoek niet kan in combinatie met een uniform als ze werkt op de service-afdeling.

Volgens het college gelden de argumenten van veiligheid en neutraliteit niet. Omdat Izat niet op straat werkt, komt haar veiligheid niet in het geding. Bovendien werkt ze nu ook al met hoofddoek op, schrijft het college.

De instantie oordeelt daarom "dat de Nationale Politie verboden onderscheid op grond van godsdienst maakt door de vrouw niet toe te staan het politie-uniform te dragen in combinatie met een hoofddoek".

Eerste stap


Izat laat via haar advocaat weten tevreden te zijn met de uitspraak. Ze zal voortaan haar hoofddoek weer opzetten als ze aangiften opneemt, zegt ze tegen RTV Rijnmond.

"Het positieve oordeel moet - ons inziens - een stevige aanzet vormen voor de Nationale Politie om tot herziening van de gedragscode over te gaan", zegt haar advocaat, die dit eerste stap noemt.

Wel vindt Izat het jammer dat het college niets zegt over agentes in andere functies die een hoofddoek zouden willen dragen. Zij en haar advocaat hadden dat wel verwacht.

Bestuderen


De Nationale Politie wil nog niet reageren op de uitspraak. Volgens een woordvoerder wordt de beslissing nu bestudeerd. Het College voor de Rechten van de Mens geeft alleen adviezen en uitspraken zijn niet bindend.

Ook de Nationale Politie Bond (NPB) weet nog niet wat de gevolgen zijn van de uitspraak. De vakbond gaat maandagmiddag om tafel met de korpsleiding.

NPB-voorzitter Jan Struijs noemt het wel een "interessante en forse uitspraak. Er staat namelijk gewoon in dat de politie discrimineert".

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Sarah Izat Rotterdam
Deel dit artikel: