VERGETEN VERHALEN

Tachtig jaar geleden worden 261 Joodse wezen, zieken en bejaarden op één dag weggevoerd uit Rotterdam

Het Joods Weeshuis (links), plaquette bij Joods Ziekenhuis en het Joods Bejaardenhuis
Het Joods Weeshuis (links), plaquette bij Joods Ziekenhuis en het Joods Bejaardenhuis © archief/rijnmond
Het is tachtig jaar geleden dat in Rotterdam een razzia plaatsvindt bij het Joods Ziekenhuis, het Joods Bejaardenhuis en het Joods Weeshuis. Op 26 februari 1943 worden door de Duitse bezetter de bewoners, patiënten en personeelsleden weggevoerd. Het gaat om 261 mensen. De meesten van hen worden via Westerbork naar Sobibor getransporteerd. Daar worden ze op 5 maart 1943 vrijwel allemaal vermoord.
De drie instellingen zitten vlakbij elkaar in Rotterdam-West: het Israëlitisch Oudeliedengesticht zoals het bejaardenhuis heet, zit aan de Claes de Vrieselaan. Om de hoek aan de Schietbaanlaan is het Israëlitisch Ziekenhuis gevestigd en even verderop aan de Mathenesserlaan is het Israëlitisch Weeshuis te vinden.
Tweehonderd bewoners en patiënten en 61 personeelsleden worden op die vrijdag in 1943 uit hun omgeving weggerukt. Een week later zijn de meesten dood. "Het is absoluut belangrijk dat wij daar nu over praten omdat het iets zegt over waar discriminatie uiteindelijk toe leidt en dat heeft hier plaats gevonden op een hele geconcentreerde plek", zegt historicus Rob Snijders.
Het Israelitisch Oude Lieden Gesticht aan de Claes de Vrieselaan
Het Israelitisch Oude Lieden Gesticht aan de Claes de Vrieselaan © Stadsarchief Rotterdam
Snijders is geboren in Rotterdam en woont nu in Amsterdam. Hij is de drijvende kracht achter de websites Joods Erfgoed Rotterdam en Joods Amsterdam. Daar vertelt hij de verhalen van gebouwen, van straten maar vooral van de mensen: "Je kan een Stolpersteine neerleggen maar je moet vooral onderzoeken wie die mensen waren. Welk beroep hadden ze? Hoe leidden ze hun leven?"
Op die manier wil Snijders een plaatje maken van de slachtoffers: "Je moet hun verhaal vertellen om te snappen 'hé verrek, dat was het leven en dit gebeurde er toen, toen de haat zo erg werd dat mensen daardoor vermoord werden'." Met de historicus zijn we in de Schietbaanlaan, waar een poort en een hek nog herinneren aan het Joods Ziekenhuis dat er ooit was.
Rob Snijders bij het hek van het voormalig Joods Ziekenhuis aan de Schietbaanlaan
Rob Snijders bij het hek van het voormalig Joods Ziekenhuis aan de Schietbaanlaan © Rijnmond
Het groene hek voor de poort is origineel, dat heeft Snijders op de bouwtekeningen in het Stadsarchief Rotterdam gezien. "Als je hier door het poortje ging, was daar een volledig ziekenhuis en dat stond goed bekend." Een plaquette naast het groene hek met de tekst ‘Door deze poort werden op 26 februari 1943 zieken, bejaarden en verplegers naar buiten gedreven door de Duitse bezetter’ herinnert aan het ziekenhuis en de razzia van tachtig jaar geleden.
Zo'n zelfde soort plaquette is te vinden aan de Claes de Vrieselaan: 'Op deze plaats stond het gesticht voor Israëlietische oude lieden'. En aan de Mathesserlaan is de tekst ‘Hier stond het Israëlietisch weeshuis, in gebruik genomen in 1898 en op 26 februari 1943 ontruimd door de Duitse bezetter’ op de gevel te lezen.
plaquette op de Claes de Vrieselaan ter hoogte van nummer 70
plaquette op de Claes de Vrieselaan ter hoogte van nummer 70 © Rijnmond
Op de vraag of deze plek hem raakt, antwoordt Snijders: "Ja, anders zou ik die websites niet maken. Maar het is ook wel zo dat je als historicus wat afstand moet houden. Je kan niet om elk verhaal wat je reconstrueert van slag zijn. Je moet ook zorgen dat je gewoon je beroep blijft doen en dat is duidelijk maken wat er is gebeurd."
Maar de verhalen doen hem iets: "Ik weet wat hier is gebeurd. En als ik me voorstel dat hier vrachtwagens staan, dat mensen ingeladen worden, oude mensen, mensen die hartstikke ziek zijn, mensen die nauwelijks hun bed uit kunnen komen. Dat die dan in een vrachtwagen worden gestopt om vervolgens gedeporteerd te te worden, ja dan breekt je hart."
Snijders benoemt dat het duidelijk geweest moet zijn, wat er met deze mensen zou gaan gebeuren. "Er werd vaak gezegd 'jullie gaan werken in het oosten', maar deze mensen, zowel de zieken als de bejaarden als de kinderen, waren geen mensen die konden werken dus je kon vermoeden wat er ging gebeuren met de patiënten, de bejaarden en de kinderen."
Als wij niet bewust zijn van hoe haat werkt en hoe ontmenselijking werkt, dan kan dat overal weer gebeuren
Rob Snijders
"Toen ik begon met geschiedschrijving dacht ik 'dit zou nooit meer kunnen' maar tegenwoordig met de huidige ontwikkelingen overal op de wereld, zie je gewoon dat dit soort dingen niet iets zijn uit een ver verleden. Als wij niet bewust zijn van hoe het systeem werkt en hoe haat werkt en hoe ontmenselijking werkt, dan kan dat overal weer gebeuren. En ik heb echt niet de indruk dat het in Nederland niet zou kunnen gebeuren. Dus dat moeten we altijd voorkomen."
De historicus heeft de verhalen van een aantal van de slachtoffers van de razzia van 26 februari 1943 uitgezocht. Met vrachtwagens zijn de bejaarden, zieken, wezen en personeelsleden naar Loods 24 gebracht. Vanaf die plek op Rotterdam-Feijenoord rijden de treinen naar Kamp Westerbork. "De meeste mensen die hier zijn weggehaald, zijn een paar dagen in Westerbork gebleven", weet Snijders. "Ze zijn daar op 27 februari geregistreerd en op 5 maart in Sobibor vermoord. Dat betekent dat ze op 2 maart uit Westerbork zijn vertrokken want de trein deed er drie dagen over."

Doodfabriek

Het vernietigingskamp Sobibor ligt dan in het door Duitsland bezette Polen. "Daar zijn ruim 34.000 Nederlandse Joden naartoe gevoerd", vertelt Snijders. "18 van hen hebben het overleefd. Sobibor was voor één doel gebouwd: het vermoorden van mensen. Het was een doodfabriek." Niet alle slachtoffers van de razzia bij de Joodse instellingen zijn in Sobibor terecht gekomen. "Een paar mensen zijn in Auschwitz vermoord."
Dat geldt bijvoorbeeld voor de directeur van het Joods Ziekenhuis, Philippus Hartogs. Hij is in 1896 in Rotterdam geboren. De arts trouwt in 1919 met Mina Samson. Ze krijgen in 1920 dochter Henny. In 1932 worden Philippus en Mina aangesteld als directeur en directrice van het Gesticht voor Israëlitische Oude Lieden en Zieken in Rotterdam.

Bunkerdrama

"Zij zijn niet naar Sobibor gebracht, ik denk omdat ze een Sperre hadden", legt Snijders uit. "Met dat bewijs was je tot nader order uitgezonderd van deportatie." Maar de twee zullen ook de Tweede Wereldoorlog niet overleven. De historicus heeft hun verhaal gereconstrueerd: "Ze komen in Kamp Vught terecht. Dat was gewoon een concentratiekamp. Daarna hebben ze een aparte weg afgelegd."
Philippus Hartogs is via Westerbork naar Auschwitz getransporteerd. Daar is hij in maart 1944 overleden. "Dan spreken de bronnen elkaar wat tegen. De één zegt dat hij direct is vermoord toen hij daar aankwam, de ander zegt dat hij er al langer was en daar nog als arts heeft gewerkt", zegt Snijders. "Dan denk je, het kan allebei. Ik weet het antwoord nog niet. Nog niet."
Over Mina Hartogs-Samson bestaat geen twijfel. Zij is in Vught overleden bij het zogeheten Bunkerdrama. In januari 1944 zijn als strafmaatregel 74 vrouwen opgesloten in een cel van drie bij drie meter. "Daar hebben ze veertien uur in gestaan", weet Snijders. "Toen de cel open ging, waren tien van de vrouwen dood door verdrukking en de vreselijke omstandigheden en Mina was er daar één van."

'Welke idioot verzint het?'

Rob Snijders kan er soms niet over uit hoe zo'n strafmaatregel wordt verzonnen: "Je komt als geschiedschrijver dingen tegen waarvan je denkt 'welke idioot verzint dit'. Er heeft iemand verzonnen 'we stoppen 74 vrouwen in een cel van negen vierkante meter', wat voor idioot ben je maar het gebeurde dus wel."
Foto's van Philippus en Mina heeft Snijders nog niet gevonden. Weer een 'nog niet' dus als het gaat om het verhaal van het directeursechtpaar. "Ik zou ze nog meer een gezicht willen geven, maar met foto's moet je heel zorgvuldig omgaan, je moet het honderd procent zeker weten." Dat betekent dat het werk van de man achter de websites Joods Erfgoed Rotterdam en Joods Amsterdam er niet op zit, misschien wel nooit op zit.
"Nee, vijftien jaar geleden ben ik begonnen, ik dacht toen dat ik het misschien een jaartje zou doen. Ik heb er mijn baan voor opgezegd, ik ben gaan studeren. Nu weet ik gewoon dat het verhaal nooit af is, dagelijks kom ik achter nieuwe feiten over Joods Rotterdam, wekelijks staan er twee tot drie nieuwe artikelen op de site. Het zijn nu ruim veertienhonderd pagina's." Hij lacht erbij als hij zegt: "De komende jaren weet ik wat ik te doen heb."
Het Israelitisch Weeshuis aan de Mathenesserlaan rond het jaar 1900
Het Israelitisch Weeshuis aan de Mathenesserlaan rond het jaar 1900 © Stadsarchief Rotterdam

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl