Brutale Gerrit en zijn betekenis voor Rotterdam

G. J. de Jongh is belangrijk geweest voor Rotterdam. Over de oud-directeur van Gemeentewerken wordt gezegd dat hij de stad groot heeft gemaakt. De Jongh vervult de functie van 1879 tot 1910 en krijgt in die jaren de bijnaam 'Brutale Gerrit'.

Gerrit Johannes de Jongh heeft bijgedragen aan het moderne Rotterdam door de aanleg van riolering, waterleiding en het elektriciteitsnet. Verder zorgt hij voor het ontwikkelen van nieuwe stadsdelen en het annexeren van buurgemeenten. Maar zijn grootste verdienste is het uitbreiden van de haven.

Werkstad

Rob Noordhoek van Museum Rotterdam: "Hij is min of meer de man die van Rotterdam de werkstad heeft gemaakt zoals die nu bekend is." De Jongh heeft onder meer gezegd:

'Eene uitbreiding van een handelsstad als Rotterdam stelt geheel andere eischen dan die van een luxe stad als b.v. den Haag. Bij eene uitbreiding van Rotterdam, moet men in 't oog houden, dat de menschen in den regel niet komen om hun elders gewonnen geld te verteren, maar dat zij hier komen om geld te verdienen, en dat dus de voorwaarden daartoe bij eene uitbreiding in het oog gehouden moet worden. En die voorwaarden zijn in een koopstad: breng er water, zoodat er schepen kunnen komen, maak spoorwegverbindingen.'

De macht van G.J. de Jongh neemt af als Adolf Zimmerman in 1906 burgemeester van Rotterdam wordt. "Zimmerman wil van Rotterdam ook een mooie stad maken, hij laat bijvoorbeeld de Coolsingel aanleggen", aldus Noordhoek.

De Jongh stopt in 1910 als directeur van Gemeentewerken. In 1917 is hij overleden. Vrij snel na zijn dood worden plannen gemaakt voor een monument. Gemeentewerken wil al langer een uitkijktoren over de haven en denkt dat te combineren met het monument voor De Jongh.

Uitkijktoren

Er worden twee ontwerpen gemaakt door architect Kromhout. Een bijna megalomaan monumentcomplex in het Park langs de Parkkade en een eenvoudiger uitkijktoren op een plein op de hoek van de Parkkade met de Parkhaven.

Uiteindelijk wordt geen van deze twee ontwerpen gerealiseerd. Na veel gesteggel over welk monument de voorkeur krijgt, de kosten en of het sowieso niet te grandioos was voor één man gaat het plan in 1923 de ijskast in. De stichting die het monument moet realiseren krijgt de financiering niet rond.

Van Beuningen

In 1927 komt het opeens weer op gang door een aanbieding uit onverwachte hoek. De ondernemer Daniël George van Beuningen viert zijn 25-jarig jubileum bij de Steenkolen Handels Vereniging (SHV). Van Beuningen is ook betrokken bij de stad, hij is ook de Van Beuningen van het museum en dé persoon die de Kuip financieel mogelijk heeft gemaakt.

Hij beseft dat hij veel te danken heeft aan de havenuitbreidingen die De Jongh heeft gerealiseerd en stelt onder strenge voorwaarden 100.000 gulden beschikbaar voor een gedenkteken.

Opnieuw gaat een commissie aan de slag. Als locatie word het Prinsenhoofd op het Noordereiland aangewezen. Na veel gedoe en twee prijsvragen rolt in 1931 een ontwerp van J.P.L. Hendriks uit de bus: een enorme zuil. De locatie moet daarvoor flink aangepast worden en de gemeente kan dat in de crisistijd niet betalen.

Museum Boymans

Directeur Hannema van Museum Boymans brengt de oplossing. Hannema heeft goede contacten in de haven. Door donaties van havenbaronnen heeft hij de collectie van het museum kunnen uitbreiden en weet hij bovendien nieuwbouw voor elkaar te krijgen.

Hannema stelt aan Van Beuningen voor om ter ere van De Jongh een belangrijke kunstaankoop te doen. Noordhoek: "En dan zou de tuin van Boymans worden afgesloten met een monumentje voor De Jongh". Van Beuningen gaat hiermee akkoord. Een dag voor de opening van de nieuwbouw van Boymans, in juli 1935, wordt het monument onthuld.

Stripverhaal

Dan nog zonder het siersmeedwerk van beeldhouwer Bolle. Die reeks beeldjes worden in de loop van 1937 aangebracht. "Het is een reeks beeldjes dat als een stripverhaal het verhaal van De Jongh in Rotterdam vertelt. Je ziet mannetjes vergaderen, de landmeters, kruiwagens, het heien, het aanleggen van de elektriciteit, de schepen. Je kan het monument echt lezen."

In Museum Rotterdam zijn de modellen te vinden voor het monument voor G.J. de Jongh. "In de jaren 90 werd een kist ontdekt in een opslag op het stadhuis, niemand wist wat erin zat. Er blijken allemaal kleine beeldjes in te zitten. Ze komen er uiteindelijk achter dat het dezelfde beeldjes zijn als in het monument voor De Jongh".

De beeldjes worden opgenomen in de collectie van Museum Rotterdam en zijn daar te zien in de vaste opstelling over de geschiedenis van de stad.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: