30 jaar na de ramp met olietanker Borcea

Het is een van de grootste milieurampen in onze regio sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 8 januari 1988, vandaag dertig jaar geleden, spoelt een dikke laag olie aan bij de stranden van Goeree Overflakkee, Voorne-Putten en Hoek van Holland. De olie kwam van de Roemeense tanker Borcea.

"Het waren hele drukke tijden", blikt Koos van Donk terug. Hij is de toenmalig beheerder van Vogelklas Karel Schot. "Het ging echt om honderden vogels." Eén op de drie vogels overleefde de olieramp niet.

Oliespoor


De Roemeense tanker Borcea was begin januari onderweg naar Gent met een lading erts. Voor de kust van België werd in zwaar weer een wrak geraakt. Daardoor ontstaat een scheur van zeven bij anderhalve meter in een tank met stookolie.

Het schip ging daarom voor anker in de haven van Vlissingen. Andere schippers waarschuwden meteen dat er olie uit de Borcea komt. Ook als het schip een dag later de reis vervolgt richting Gent, stroomt er een grote hoeveelheid olie uit het schip. Er grijpt niemand in.

Meerdere schippers waarschuwen de zeeverkeerspost in Vlissingen blijkt uit het proces-verbaal van de politie dat later bij de rechtszaak wordt gebruikt.

"We varen hier langs het Pasje van Borsele en die bulkcarrier verliest nogal wat olie, een heel spoor vanaf de boei tot in het pasje. Ehm, zo te zien gaat nog steeds door, over."

Een paar dagen later komt de Borcea weer terug in Nederlandse wateren. Via de Westerschelde gaat het schip richting Noordzee. Onderweg stroomt er weer een behoorlijke lading stookolie het water in, maar nog steeds grijpt niemand in.

Olie op het strand


Op 8 januari 1988, een paar uur nadat het schip richting het noorden is vertrokken, komen de eerste berichten binnen dat olie begint aan te spoelen op de stranden. Eerst bij Schouwen Duiveland, daarna Goeree-Overflakkee en Voorne Putten.

Bij Ouddorp is over meer dan een kilometer lengte een strook van zes meter breed bezaaid met olie. En er lijkt geen einde aan te komen.

Dan komen de hulpdiensten wél in actie. Er wordt met vliegtuigen gezocht naar de vervuiler. Ook Rijkswaterstaat zoekt naar de dader. Dat de Borcea erachter zit, is dan nog niet duidelijk.

Vrijwilligers


Ondertussen wordt duidelijk dat er duizenden vogels het slachtoffer zijn geworden van de olielekkage. Duizenden vogels, bedekt onder een dikke laag olie, zijn al omgekomen.

Drieduizend vogels die nog in leven zijn worden naar 17 verschillende opvangplaatsen gebracht. Een van de grootste is Vogelklas Karel Schot in Rotterdam.

"Ja, het was nogal een operatie", blikt Koos van Donk terug. "Je moet selecteren welke vogels ‘te redden zijn’. Zijn ze niet ondervoed of gewond? Je voelt aan het borstbeen. En dan ga je schoonmaken."

Samen met de vrijwilligers worden de vogels schoongeborsteld met afwasmiddel bij de opvang aan het Rotterdamse Afrikaanderplein. Er is extra ruimte gemaakt om alle vogels te helpen. Tweederde van de opgevangen vogels kan later weer vrijgelaten worden. De rest overleeft het niet.

Het is waarschijnlijk de grootste klus ooit voor de Vogelklas. In januari 1988 worden 531 vogels op het Afrikaanderplein geholpen. Bij andere olierampen in 1999 (Erika, Frankrijk) en 2003 (Tricolor, België) kwamen er tussen de 200 en 300 vogels.

Speurtocht


Ondertussen ging de zoektocht naar de vervuiler nog steeds door. Het was niet zo simpel als het volgen van het oliespoor. Het verband tussen de olie in Zeeland en de vervuiling voor de kust wordt niet gelegd.

Daarom duurde het tot 15 januari voordat de overheid een seintje kreeg uit het noorden van Noorwegen. Daar is op dat moment de Borcea gearriveerd.

De monsters die de Noorse politie heeft overgedragen aan de Nederlandse politie bleken dezelfde te zijn als de olie op het strand van Goeree-Overflakkee.

Diplomatieke bureaucratie


Vervolgens ging het mis. De Noorse politie trok zijn handen van de zaak af. De Nederlandse officier van justitie kreeg geen enkele medewerking en ook krijgt hij van de kapitein geen toegang tot het schip.

Toen na een maand de Noorse rechter toestemming gaf voor een doorzoeking van de hut van de kapitein, bleken alle belangrijke stukken weg te zijn. Die stukken waren meegenomen door een Roemeense diplomaat; het schip is staatseigendom.

Later blijkt dat de kapitein al op 5 januari op de hoogte was van het lek. Van de Roemeense overheid kreeg hij de opdracht om alles te ontkennen en desnoods bewijsmateriaal aan te passen.

Schadeclaim


De Nederlandse overheid dient vervolgens een schadeclaim in voor de gemaakte opruimkosten. Ook de Vogelbescherming begint een rechtszaak tegen de Roemeense staatsrederij. De twee partijen eisen samen 3,7 miljoen gulden.

De kapitein van de Borcea wordt voor de rechter gedaagd. Hij kan maximaal twee jaar gevangenisstraf en een boete van 25.000 gulden krijgen. Uiteindelijk krijgt hij drie maanden cel, maar is er zelf bij de inhoudelijke behandeling niet bij.

De Vogelbescherming krijgt 100 duizend gulden schadevergoeding voor het schoonmaken en opvangen van 5.000 vogels. Daarvan gaat 11.000 gulden naar de Vogelklas. De Houtsnip in Hoek van Holland krijgt 18.000 gulden.

Van Donk: "Dat bedrag was verre van genoeg om alle kosten te dekken. Je moet de accommodatie klaarmaken, voeding, wasmiddel kopen en klaarleggen. Veel van die spullen hebben we natuurlijk niet in voorraad."

De schadeclaim van de overheid wordt in 1995 afgewezen. Het argument dat de kapitein de Nederlandse overheid niet op tijd had gewaarschuwd, zodat de schade beperkt kon blijven, gaat niet op, vindt de Nederlandse rechter.

Deel dit artikel: