Gevangen op de zolder van de rivierpolitie

'Als je daar komt, moet je niet zwaaien want dan sluiten ze me weer alleen op in een cel. Daar ga je wel niet dood van, maar het is toch niet prettig', schrijft Isaäk van der Meer op 4 februari 1942 aan zijn vrouw.

Hij zit gevangen op een zolder van het bureau van de Rivierpolitie in Rotterdam. De brief zal zijn vrouw nooit bereiken. Het plan om hem mee te geven aan een gevangene die wordt vrijgelaten, mislukt.

De brief zit in het Politiearchief. Het hele archief van de Gemeentepolitie Rotterdam wordt bewaard in het Stadsarchief Rotterdam. Een deel van die documenten zijn geheim. Pas na 75 jaar mogen ze openbaar gemaakt worden. In januari 2018 zijn de stukken uit 1942 vrijgekomen.

Sicherheitsdienst

Mariëtte van der Ent van het Stadsarchief onderzoekt het politiearchief. Daarin zit ook de arrestantencorrespondentie. "Het gaat over iedereen die werd vastgehouden door de Rotterdamse politie, voor henzelf of voor de Duitsers.

De Sicherheitspolizei had in Rotterdam geen ruimte om arrestanten vast te houden dus droegen ze de gemeentepolitie op dat namens hen te doen."

Het bureau aan het Haagse Veer heeft in die tijd twee verdiepingen waar cellen en zalen zitten. Ook de zolder van het gebouw van de Rivierpolitie aan de Sint Jobshaven wordt gebruikt.

Het werkgebied van de Sicherheitspolizei in Rotterdam is ongeveer Zuid-Holland Zuid. Er zitten dus niet alleen Rotterdammers gevangen maar ook mensen uit onder meer de Hoeksche Waard, Drechtsteden, de Zuid-Hollandse eilanden en de Alblasserwaard.

Isaäc van der Meer komt uit Rotterdam en is op 20 januari 1942 gearresteerd, omdat hij een krant van de Anti-Revolutionaire Partij in zijn bezit heeft. Dat blijkt uit zijn opnamekaart. In het politiearchief zijn al die opnamekaarten opgenomen.

Gezanik

Over zijn verhoor op het kantoor van de Sichterheitsdienst aan de Heemraadssingel schrijft Van der Meer:

'Na een heleboel gevraag en gezanik is er een proces-verbaal van gemaakt en werd ik naar het Haagse Veer gebracht en aldaar in een cel ingesloten. Na een paar dagen alleen te hebben gezeten, hebben ze me naar een verdieping lager gebracht, naar een gemeenschappelijke cel voor vijf man waar ik een week heb vertoefd. En toen moest ik naar de rivierdienst en nu zit ik daar met 45 man op de zolderetage'.

Verder schrijft hij 'iedere dag op de heele uren kom ik even voor het raam', maar hij laat zijn vrouw dus ook weten dat ze niet moet zwaaien. "Helaas gebeurt toch waar hij voor vreesde", weet Mariëtte van der Ent. Bovenaan de brief heeft iemand geschreven '4 II 42 teruggeplaatst naar het CB'.

Op 10 februari 1942 is Van der Meer vrijgelaten, blijkt uit het archief. Verder is over hem bekend dat hij destijds 34 jaar is en van beroep timmerman. Samen met zijn vrouw Maartje Mulder en zijn zoon van bijna acht jaar, woont hij in de Polderstraat in Rotterdam-Feijenoord.

1942

"Er gebeurde veel in 1942", vertelt Van der Ent. Vanaf 1942 worden joden weggevoerd uit Rotterdam. "Er zijn veel mensen weggevoerd via Loods 24. Mensen die zich niet gemeld hadden en later werden opgepakt, kwamen voor één of meer nachten aan het Haagse Veer te zitten.

Het interessante aan die arrestantencorrespondentie is - omdat hij chronologisch is - dat je kunt zien wie er samen is binnengebracht. Het gebeurt nog al eens dat mensen die joodse onderduikers hielpen, samen worden binnengebracht met die onderduikers."

Heftig

Mariëtte van der Ent is al een tijd bezig met het onderzoeken van het politiearchief. "Zo nu en dan was het echt heel heftig. Er is heel veel informatie bewaard gebleven over de identificatie van de slachtoffers van het bombardement van 31 maart 1943. Dat zijn stukken waar je echt wel akelig van wordt".

De stukken tot en met 1942 uit het archief van de Gemeentepolitie zijn 'vrij'. Dat betekent dat ze ingezien kunnen worden bij het Stadsarchief. Om stukken van 1942 te kunnen bekijken, moet een aanvraag worden gedaan.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: