Carnaval en Rotterdam: een moeizame verhouding

Waar in het zuiden van Nederland op veel plaatsen het openbare leven stil ligt tijdens carnaval, gaat het in Rotterdam over het algemeen vrij geruisloos voorbij. Op het bordes van het stadhuis geen Prins Carnaval en de sleutel van de stad blijft in handen van burgemeester Aboutaleb.

Wilma van Giersbergen van het Stadsarchief Rotterdam heeft het carnaval in Rotterdam onderzocht. "Het is een wat moeizame verhouding", concludeert zij. "Carnavalsvieringen waren vooral op Zuid, maar er werden ook dappere pogingen gedaan om het naar de andere kant van de stad te brengen".

Rivièrahal

Een carnavalsvereniging met een rijke traditie is de toneelvereniging Mutua Amicitia, die vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw carnavalsfeesten organiseert in de Rivièrahal in diergaarde Blijdorp. "Eén centrale plek dus waar alles plaatsvindt, dat is wat anders dan beneden de rivieren waar het allemaal op straat gebeurt".

In 1973 wordt in Trefcentrum Rotterdam aan de Generaal van der Heydenstraat een poging gedaan een heus integratiecarnavalsfeest te houden. De vrijdag is voor alleenstaanden, op zaterdag is het voor homo’s en op zondag is het voor Surinamers, Antillianen en buitenlandse werknemers, maar ook Rotterdammers zijn dan welkom. "Vind je het raar dat het geen succes werd?", lacht Van Giersbergen.

Zuid

Rotterdam-Zuid kent de meeste carnavalsverenigingen. Daar zijn de Noelemakkers in Lombardijen, de Keilebijters in Vreewijk, de Slingeraars in Zuidwijk, de Boergoenzers in Charlois en de Ossenkoppen in Pendrecht.

Ze zijn in deze regio toch niet echt gewend aan het vieren van carnaval. Zo is Oedenvliet (Hoogvliet) wegens gebrek aan accommodatie voor de 300 carnavalsvierders gedwongen het carnavalsfeest over twee weken uit te smeren. Van Giersbergen: "Dat was natuurlijk niet de bedoeling, want carnaval vindt in één weekend plaats. Ook ná aswoensdag nog doorgaan, zoals een boze lezer van Het Vrije Volk opmerkte, was absoluut niet geoorloofd. Carnaval sluit definitief op de dinsdagavond om 24.00 uur precies."

Geen maskers

Vanaf begin jaren zeventig word carnaval gehouden in Ahoy, maar maskers, feestneuzen en ander bedekkend materiaal zijn daar niet toegestaan. Het zou voor de politie aanleiding kunnen zijn om in te grijpen. In 1974 doet het college van B&W een voorstel aan de gemeenteraad om de Algemene Politieverordening te wijzigen, zodat er voortaan vermomd en gemaskerd carnaval gevierd mocht worden in Rotterdam.

In 1975 verwacht Ahoy zo’n 6000 carnavalsvierders, die terecht konden op de grootste dansvloer van Nederland, zo’n 40 x 25 meter. De galerijen zijn als hosruimten beschikbaar. Er zijn verschillende orkesten ingehuurd, zoals de Ramblers, die carnavalsschlagers ten gehore zouden brengen, Imca Marina treedt op en er zijn twee showcorpsen en dansmariekes. Alleen bezoekers van 17 jaar en ouder hebben toegang.

Er is voor het eerst in de Rotterdamse carnavalsgeschiedenis in 1975 ook een lange professionele optocht die door de straten trekt. Dat gebeurt in Charlois waar de Boergoenzers voor het spektakel zorgen.

In 1977 moet Ahoy het carnavalsfeest afgelasten. "Niet zo verwonderlijk", zegt Wilma van Giersbergen "omdat Ahoy tijdens de carnavalsdagen niet beschikbaar was, hadden ze het carnavalsfeest voor het gemak een maand naar voren gehaald."

Rijneinde

In 1974 is de Federatie Rijneinde in het leven geroepen. Carnaval is erg wijkgericht en met dit initiatief worden de verenigingen gebundeld. Het scheelt in de concurrentie en de eerste proeve van verbroedering was het uitbrengen van de plaat 'Carnaval in Rotterdam', gezongen door prins Hugo de Eerste van Rijneinde.

Van Giersbergen: "Een optimistisch Het Vrije Volk, dat vond dat je voor het vieren van carnaval niet naar het zuiden hoefde, leverde verontwaardigde reacties op. Er was wel een stadsprins, maar daar was weinig van te merken. Zolang er geen optocht over de Coolsingel ging en geen stadsprins op het balkon van het stadhuis stond, geloofde men er niet in."

In 1987 proberen de acht carnavalsverenigingen op Zuid met een carnavalsgala de aandacht te trekken. Het is tevergeefs. Rijneinde houdt na het carnaval in Ahoy in 2000 op te bestaan, wegens het minimale aanbod aan nog actieve carnavalsverenigingen in Rotterdam.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: