Dordts Dolhuis overvallen door algeheel rookverbod

"Moeten we ons nu dan door een haag van rokers naar de voordeur banen?" Ad van Loon, eigenaar van uitgaansgelegenheid Dolhuis in Dordrecht, is overvallen door het nieuws dat rookruimtes in horecagelegenheden dicht moeten.

Dat bepaalde het gerechtshof in Den Haag dinsdag. De uitzonderingspositie die de rookruimtes sinds het rookverbod in de horeca (ingegaan in 2008) hadden is volgens de rechter ongeldig.

Niet-rokers zouden volgens het hof sociale druk voelen om naar mensen in rookruimtes toe te gaan. Dat herkent Van Loon niet. "Wij merken heel duidelijk dat er in de categorie 20- tot 30-jarigen minder gerookt wordt, dan bij 50-plussers. Op onze bluesmiddagen staan onze rookruimtes bijvoorbeeld stampvol. Bij jonger publiek is dat veel minder."

Een andere reden om die uitzondering in te trekken is omdat medewerkers van cafés en restaurants aan rook blootgesteld worden als ze de hokken opruimen.

Van Loon: "Laten we duidelijk zijn: ik heb mijn hele leven nog nooit gerookt en heb de hype erom ook nooit gesnapt. Maar in een afgesloten hok met een afzuiginstallatie vond ik eigenlijk nog aanvaardbaarder dan door een haag van rokers naar de deur van een café of restaurant banen."

Als rokers door het verbod op straat gaan roken, verwacht het Dolhuis niet direct problemen met de buurt. In 2013 klaagde een buurman nog over overlast, doordat de nooddeur van het rookhok open gedaan werd. Dat is volgens de club geen probleem meer. "De nooddeur is nadien nooit meer open gegaan, er zit een alarm op."

De rechtszaak was aangespannen door de  vereniging Clean Air Nederland (CAN). De rookruimtes gaan volgens hen in in tegen de internationale afspraken die Nederland heeft ondertekend. In 2016 bepaalde een lagere rechtbank nog dat de ruimtes mochten blijven bestaan. 

Met de uitspraak staat nog niet vast dat alle rookruimtes worden gesloten. Er kan nog in hoger beroep worden gegaan tegen het oordeel.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Dordrecht
Deel dit artikel: