Van wapendropping tot doopjurk

Het is september 1944. Het Rotterdamse verzet krijgt wapens geleverd van de geallieerden. De communicatie hierover verloopt in code via Radio Oranje. De velden waar de droppings moeten plaatsvinden hebben ook een code naam.

De droppingsvelden voor Rotterdamse verzetsgroepen zijn in de wijde omtrek van de stad. Zo worden weilanden gebruikt bij Berkel en Rodenrijs, Zoetermeer, Benthuizen en Boskoop. Behalve wapens worden er ook geheim agenten gedropt.

Vier ogen zien meer dan twee

Het veld in Boskoop heeft codenaam Sunbeam. Daar worden op 22 september 1944 wapens gedropt door Britse vliegtuigen. Via Radio Oranje zijn plaats en tijd doorgegeven met de code 'vier ogen zien meer dan twee'.

Maar er is een probleem. Een onbekende verzetsgroep heeft in de omgeving veel kraaienpoten op de wegen gegooid met als doen banden van auto's lek te krijgen. De Duitse commandant in Boskoop beveelt dat er een burgerwacht van zestien man moet zijn om de wacht te houden.

Vrijwilligers

Er melden zich direct zestien vrijwilligers. Allemaal leden van het verzet die te maken hebben met de aanstaande dropping! Jan Uittenbogaard is één van de leden van de verzetsgroep. Hij heeft een militaire achtergrond en is gespecialiseerd in het geven met morse-seinen.

Uittenbogaard zorgt vanaf de grond voor het contact met de bemanning van de vliegtuigen. De dropping kan doorgaan en Jan Uittenbogaard seint. Parachutes met wapens voor het verzet in Rotterdam landen op 'Sunbeam'.

De wapens worden naar Rotterdam gebracht en de parachutes worden door de verzetsmensen verstopt. Pas na de oorlog komen ze weer tevoorschijn. De vrouw van Jan Uittenbogaard maakt er een doopjurk van voor haar zoontje. En die doopjurk is nu te zien in Museum Rotterdam 40-45 Nu aan de Coolhaven.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: