Bijzondere verzameling van Willem van Aken

Wat is een apoina? Of een labaa? Ze hebben in elk geval één overeenkomst: beide dieren (want dat zijn het) komen voor in de menagerie van Rotterdammer Willem van Aken aan het begin van de negentiende eeuw.

In de collectie van het Stadsarchief Rotterdam is een klein gidsje te vinden met de titel opgave van de merkwaardigste dieren, welke zich bevinden in de menagerie van den heer W. van Aken. Het gidsje komt uit het jaar 1825.

“Het bevat inderdaad een aantal merkwaardige namen”, zegt Lara Schoemaker van het Stadsarchief. Naast de apoina en labaa, worden er bijvoorbeeld ook de quack en de slot genoemd.

Menagerie

Een menagerie is eigenlijk de voorloper van de dierentuin. Het is een verzameling wilde en exotische dieren die in gevangenschap worden gehouden. Het begrip menagerie is in de zeventiende eeuw ontstaan in Frankrijk.

“Maar al ver daarvoor, is het houden van onder meer leeuwen, krokodillen en olifanten een statussymbool voor bijvoorbeeld Franse keizers. Het is een uiting en macht en rijkdom”, weet Lara Schoemaker.

In de zeventiende eeuw willen ook stadhouders en graven een menagerie. In navolging daarvan gaan ook rijke kooplieden op hun buitenplaatsen menagerieën aanleggen. Het aantal menagerieën neemt daardoor in de loop van de achttiende eeuw enorm toe.

Publiek

Het zijn privécollecties maar ook het grote publiek wil de bijzondere dieren zien. Daarom ontstaan er reizende dierenverzamelingen. Schoemaker: “Zo wordt de menagerie steeds meer een attractie zoals een kermis, waar een menagerie dan ook vaak bij aanhaakte”.

De menagerie van Van Aken heeft dus een collectie merkwaardige dieren. Willem van Aken is één van de vier zonen van Anthony van Aken. In 1791 koopt de Rotterdamse poelier Anthony van Aken een bekende Amsterdamse menagerie.

Hier wordt de basis gelegd voor de menagerie Van Aken. Begin negentiende eeuw groeit deze uit tot een van de beroemdste rondtrekkende dierenverzamelingen van die tijd. Alle vier de zonen (Herman, Willem, Anthony jr en Cornelis) komen in het vak terecht en trekken met hun menagerieën in wisselende samenstellingen door Europa.

Handel

De Van Akens handelen daarnaast ook in exotische dieren. Willem heeft bovendien net als broer Anthony jr, een poelierszaak. Rond 1817 vormt Willem met zijn broer Herman het bestuur van een menagerie die het predicaat ‘Groote Koninklijke’ draagt.

Het gidsje in het Stadsarchief waarin de merkwaardigste dieren, welke zich bevinden in de menagerie van den heer W. van Aken staan, is een soort catalogus. De dieren zijn ook beschreven.

Apoina en labaa

Zo staat er over de apoina te lezen: een vreemd dier, hetwelk den navel op den rug heeft, waaruit het een naar muscus riekend vocht loost. Het gaat waarschijnlijk om een soort navelzwijn. De labaa’s zijn als volgt beschreven: fraai getijgerde Dieren, 2 volwassen en 1 halfwassen, welke nimmer levend alhier te zien geweest zijn.

Lara Schoemaker is met collega’s op zoek gegaan naar meer informatie over de labaa. “Het is moeilijk te vinden maar we hebben een document op internet gevonden over een beest in Suriname wat laba wordt genoemd. Vermoedelijk gaat het om een knaagdier wat nu paca wordt genoemd.”

Quack en slot


En dan zijn er nog een quack en de slot. De quack is een viervingerige aap, aan wien het gemis van den duim door den staart, zoals die van den slang, vergoed wordt. En de slot wordt beschreven als een allerzeldzaamst viervoetig dier, bijzonder merkwaardig om deszelfs gestalte en teekenen.

Over de slot hebben de medewerkers van het Stadsarchief verder niet meer kunnen vinden. Schoemaker: “We moeten ons realiseren dat de systematiek van sommige dierengroepen in die tijd nog nauwelijks ontwikkeld was, en er vele volksnamen in gebruik waren. Vaak dezelfde namen voor verschillende dieren en omgekeerd.”

De Van Akens doen veel aankondigingen in de kranten over de bijzonderheden van hun menagerieën. Zeker als ze een nieuw beest hebben dat nooit eerder in Nederland is vertoond. Een directeur van een menagerie moet steeds opnieuw manieren vinden om het publiek te verleiden te komen kijken.

Voortplanting

Op een gegeven moment zijn er geen dieren meer uit de oerwouden van Afrika en Amerika die niet al eens zijn vertoond. Willem van Aken meldt dan zijn successen. Bijvoorbeeld dat hij er in geslaagd is een leeuwenpaar in gevangenschap te voortplanten.

In de Rotterdamse Courant van 26 juni 1824 staat het bericht dat Willem van Aken het genoegen heeft zijn stadsgenoten en verdere natuurbeminnaren te verwittigen dat zijne leeuwin voor de derde maal binnen 9 maanden geworpen heeft.

De welpen worden twee maanden later tentoongesteld. Rotterdam heeft de primeur van deze unieke gebeurtenis. Van Aken heeft bij deze tentoonstelling, samen met een andere menagerie, een grote tent naast het Schielandhuis.

De twee menagerieën zijn samen zo groot, dat het niet in de past. Een olifant en neushoorn moeten worden ondergebracht in een aparte tent op de Zeevischmarkt (waar nu de Leuvehaven is).

Lara Schoemaker: “Maar dat werd dan ook weer als bijzonder beschreven want: deze dieren, hoewel landgenoten waren, waren ze in de vrije natuurstaat onverzoenlijke vijanden en vormen alzoo bij elkander ten toon gesteld een merkwaardig geheel en kolossaal aanzien.”

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: