Jan wordt John als eerbetoon aan bevrijders

Jan Klip wordt in 1923 in Rotterdam geboren. Na de Tweede Wereldoorlog verandert hij zijn voornaam in John. Een naam in de taal van de bevrijders.

Van zijn ervaringen tijdens de oorlog heeft hij aantekeningen gemaakt. In een aantal multomappen is zijn verslag kort geleden geschonken aan Museum Rotterdam 40-45 NU. "Er zitten ook foto's bij. Het is bijna een reisverslag", zegt Johan van der Hoeven van het museum.

Als de oorlog in 1940 uitbreekt, zit Klip nog op de HBS. Hij heeft een passie voor talen en geschiedenis. In mei 1942 vindt hij werk bij een winkel met huishoudelijke artikelen. De oorspronkelijk joodse firma is door de bezetter overgenomen.

Er is een Duitse bewindvoerder aangesteld en (dan nog) Jan Klip fungeert als tolk. In november 1942 moet hij zich bij het arbeidsbureau melden om in Duitsland tewerkgesteld te worden.

Uitstel

Van een kennis hoort vader Klip dat er een mogelijkheid is om uitstel te krijgen. De Luftwaffe heeft behoefte aan gekwalificeerd personeel. De Luftwaffe heeft dringend behoefte aan gekwalificeerd personeel en de Opleidingsschool voor de Vliegtuigindustrie aan de Beukelsdijk biedt een opleiding tot plaatwerker. Na drie maanden krijgt Jan zijn diploma.

Op 20 januari 1943 krijgt John een oproep om zich te melden. Een week later vertrekt hij naar Hamburg. Tot Osnabrück verloopt de reis voorspoedig, daarna staat de trein uren stil een bombardement door geallieerde vliegtuigen. Jan maakt kennis met lotgenoten: Marcel uit de Eendrachtsstraat, Johan uit de Poortlandstraat en Henk uit Amsterdam.

Barakken

Op 3 februari komen de mannen aan in Rostock. Het is donker en koud, 15 graden onder nul. Na uren lopen komen ze bij barakken. "Het verblijf ziet er redelijk uit, maar de douches zijn ver weg en te weinig voor de honderden dwangarbeiders", schrijft Klip in zijn aantekeningen.
"Maar er is ook goed nieuws: het eten, dat bereid wordt door een Nederlandse kok, is redelijk en voldoende."

Het lukt Jan tot ieders verbazing om een pension in de stad te kunnen betrekken. Van der Hoeven: "Ze waren geen gevangenen, dwangarbeiders moesten werken maar konden zich redelijk vrij bewegen." Samen met Henk trekt Jan in bij Frau Falck, zij is oorlogsweduwe, en heeft een zoon Günther.

Heinkel

De Nederlanders in Rostock moeten werken aan de bouw van de Duitse bommenwerper Heinkel 219. In zijn verslag schrijft Klip dat de vraag naar vliegtuigen met de dag groter wordt en dat de voorman de mensen opjaagt.

Er zijn ook dwangarbeiders uit Frankrijk. Zij hebben veel taalproblemen. De Fransen spreken geen woord Duits en de Duitsers verstaan de Fransen niet. Jan Klip spreekt zijn talen goed. Hij moet de opdrachten vertalen voor de Fransen. Zo maakt hij kennis met Gaston Million, een Franse krijgsgevangene uit Le Thillot in de Vogezen. Er ontstaat een vriendschap die meer dan vijfenzestig jaar zal duren.

Wenen

De geallieerden kunnen steeds verder in Duitsland bombardementen uitvoeren. Uit angst dat de productie van de Heikel 219 gestopt zou worden, besluiten de Duitsers het te verhuizen naar Wenen. De Heinkel is van levensbelang voor de Luftwaffe.

Op 15 september 1943 vertrekt Jan met zijn vrienden naar Wenen. Berlijn wordt zonder problemen bereikt en omdat de trein pas twee dagen later naar Wenen vertrekt, is er tijd om de stad te bezichtigen met als hoogtepunt een bezoek aan de Tiergarten.

Johan van der Hoeven van Museum Rotterdam 40-45 NU: "Het leuke is dat John foto’s heeft kunnen maken en heel veel ansichtkaarten heeft gekocht. met als resultaat een prachtig album!"

Verlof

Eind februari 1944 mag Jan twee weken op verlof naar huis. Hij schrikt van de vele gebieden in de stad die getroffen zijn door bombardementen. Vooral het bombardement op Rotterdam West van 31 maart 1943 maakt diepe indruk.

Terug in Wenen krijgt Jan te horen dat hij het materiaalbeheer onder zijn hoede krijgt. Op 26 juni 1944 is er groot alarm en worden het vliegveld, de fabrieken en de onderkomens gebombardeerd. Alles wordt verwoest. John overleeft het en vindt alleen het handvat van zijn koffer terug. Hij wordt ondergebracht bij een gezin in Wenen en krijgt wat kleren.

Dolle dinsdag

Op 25 augustus stapt John op de trein naar Rotterdam met een Urlaubschein waarop vermeld staat: Slachtoffer van vijandig bombardement. Op 13 september loopt het verlof af, maar op 5 september is het dolle dinsdag geweest en het treinverkeer staakt. Reizen naar Duitsland is niet mogelijk.

Jan blijft in Rotterdam en krijgt op 10 november te maken met de razzia. Hij moet weer zijn koffer pakken. Via Waddinxveen gaat de tocht naar Utrecht. Daar kan hij ontsnappen en uiteindelijk vindt hij onderdak bij een boer. Begin december kan Jan eindelijk weer naar huis. Hij maakt de honderwinter in Rotterdam mee.

Jan wordt John

Uiteindelijk, op 8 mei 1945, staat Jan met een vlag op de Kortekade en ziet de Canadezen langsrijden. Tanks en jeeps, afgeladen met uitzinnige Rotterdammers en bloemen rijden voorbij. Jan eet voor het eerst weer chocolade, door een Canadees vanaf een tank naar hem toegeworpen. Hij verandert zijn voornaam in John.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: