Vergeten Verhalen: vluchtelingenkamp op Heijplaat

"Van Heijplaat kan ik me herinneren dat het een grote vlakte was met een hek eromheen en er liepen honden. We werden ergens naar binnen gebracht en we waren allemaal zo moe dat we op de grond in slaap zijn gevallen", vertelt Luise Jacobs over haar komst naar Nederland in 1939. Ze is dan zes jaar en komt met een zogeheten kindertransport vanuit Duitsland naar Rotterdam.

De trein waarmee Luise samen met haar oude broer Klaus en jongere zus Leni vanuit Düsseldorf reist, is één van de vele kindertransporten in die tijd. De vader van Luise, Klaus en Leni is joods, hun moeder is katholiek. Vader is in 1938 opgepakt en naar Sachsenhausen overgebracht. Moeder besluit haar kinderen voor de veiligheid naar Nederland te sturen.

Lichtjes

De drie jonge kinderen gaan samen met honderden anderen met de trein. Luise Jacobs: "We waren echt moe, we konden geen toilet vinden in die trein dus heel veel kinderen hadden een natte broek en op een gegeven moment hoorde ik roepen 'kom eens kijken, allemaal lichtjes'. Dus wij met z'n allen voor het raam en later heb ik begrepen dat het Rotterdam was", zegt Luise Jacobs.

In 1938 neemt de stroom vluchtelingen uit Duitsland naar Nederland toe. "Het was niet meer leuk in Duitsland", vertelt Jacobs. "We mochten een heleboel dingen niet meer en werden uitgescholden voor rotjood. Ik wist helemaal niet wat dat betekende".

Heijplaat

De kinderen blijven een aantal weken in Heijplaat. Louisa Balk van het Stadsarchief Rotterdam: "Het was oorspronkelijk een quarantaine inrichting voor zeelieden. Dat is omgebouwd vanwege de vluchtelingenstroom. Er kwam vooral na de Kristallnacht in 1938 een enorme stroom vluchtelingen vanuit Duitsland naar Nederland."

Het terrein op Heijplaat is maar kort als vluchtelingenkamp gebruikt. Er is ruimte voor 300 mensen en er worden niet alleen kinderen opgevangen. Na een paar weken worden de vluchtelingen verspreid over het land. "Dat gebeurde naar geloof", weet Louisa Balk. "Dus de protestanten gingen naar Steenwijk, de joodse kinderen naar een weeshuis en de katholieken gingen naar Brabant."

Luise Jacobs en haar broer en zusje komen in een katholiek opvanghuis in Eersel. Vervolgens wordt Luise naar een nonnenklooster in Amersfoort. Ze heeft haar moeder tijdens de oorlog nog een paar keer gezien. In 1943 is het niet meer mogelijk voor moeder om met de trein naar Nederland te reizen.

Vader Arthur Jacobs is in 1942 vermoord in Schloss Hartheim. Zowel moeder als de drie kinderen overleven de oorlog. Kort na de oorlog wordt moeder Maria ziek. Zij overlijdt in 1947. Luisa en haar zusje verblijven dan nog bij de nonnen in Amersfoort. Haar broer is ergens anders in Nederland onder gebracht.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: