Stolpersteine voor 'vergeten' gezin van voetbaltrainer

Op het Dordtse Betlehemplein zijn dinsdagmiddag vier stolpersteine geplaatst voor de in de Tweede Wereldoorlog daar weggehaalde en vermoorde familie Weisz. Vader Arpad was een bekende toptrainer in de dertiger jaren van de vorige eeuw.

Stolpersteine, letterlijk struikelstenen, zijn kleine steentjes die geplaatst worden op plekken waar Joodse gezinnen tijdens de oorlog woonden. Voor de steentjes van de familie Weisz kwamen de ambassadeur van Hongarije en de vrouw van de Italiaanse ambassadeur naar Dordrecht.

"Arpad Weisz was een grote voetballer en haalde daarna als trainer ook de top", zegt de Hongaarse ambassadeur András Kocsis over zijn landgenoot. "Bij diverse Italiaanse topclubs waar hij trainer was, wordt hij geëerd", weet Mariska Perugini.

De Joodse trainer Weisz vluchtte in 1939 met zijn gezin uit Italië, vanwege de rassenwetten van dictator Mussolini. Hij belandde in Dordrecht, waar hij trainer werd van het toen nog op het hoogste voetbalniveau actieve DFC. 

Aan het begin van de oorlog verboden de nazi's hem als trainer verder te werken. In 1942 werd hij met zijn gezin naar Auschwitz gebracht. Zijn vrouw en beide kinderen gingen de gaskamers in. Arpad Weisz zelf moest naar een werkkamp, waar hij een jaar later stierf.

Na de oorlog leek Weisz vergeten. Pas tien jaar geleden, toen oud-voorzitter en archivaris Arie Heijstek van DFC ging werken aan het jubileumboek voor het 125-jarig bestaan van z'n club, herleefde zijn naam. Heijstek haalde - tot in Italië - informatie over Weisz op.

Na het verschijnen van het jubileumboek werd het bijzondere verhaal van Arpad Weisz door tal van media in Europa opgepakt. Heijstek: "Ik ben heel blij dat het uiteindelijk geleid heeft tot het leggen van deze steentjes vandaag."
 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: