'Buurtpreventie moet ook achter de voordeur van bewoners kijken'

Buurtpreventieteams, bestaande uit vrijwillige buurtwachten, zouden op meer moeten letten dan alleen op inbrekers en de veiligheid op straat. Dat adviseert het expertisecentrum Jeugd, Samenleving en Opvoeding (JSO) aan de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeenten in de regio.

De vrijwilligers focussen zich op dit moment vooral op een schone, hele en veilige buurt. JSO ziet graag dat er ook áchter de voordeur van bewoners gekeken wordt. Ze zouden ook sociale problemen als eenzaamheid, alcoholisme en kindermishandeling kunnen signaleren en doorgeven aan de gemeente of gespecialiseerde instanties. 

De proef met Buurtpreventie-PLUS is het afgelopen jaar uitgevoerd in onder meer Oud-Beijerland, Maassluis en Rotterdam. Rob van der Rest, buurtwachter in de Rotterdamse Tarwewijk, ontvangt het advies niet met open armen. "Daar zijn we niet voor opgeleid!"

"Hoe kan je zoiets bepalen? Wij lopen door die wijk en zien maar een korte periode een stukje van de straat.", legt Van der Rest uit. "Het is niet onze taak, als bewoner van de wijk, om dan aan te bellen. Daar zijn professionals voor."

Te complex


Volgens Van der Rest is het voor de vrijwilligers van de buurtpreventie te complex om ook te letten op dingen die zich achter de voordeur afspelen. "Een kind kan wel huilen, omdat een kind iets doet wat pa en ma niet willen. Dan is het nog niet aan ons om te zeggen: 'goh, daar is wat mis'." 

"Je kan kijken naar je naaste buren, maar dat heeft ook weer een risico. Ik kan niet precies constateren wat er is. Dat kan alleen als de buurman strontlazarus op straat ligt."

Signalerende rol


Dat niet iedereen positief is over het advies, beaamt ook Vincent Kokke van JSO. "Dat is ook wel in onze bevindingen terug te zien, dat niet iedereen even enthousiast is. Ze zijn er niet voor opgeleid."

Hij ziet de buurtwachters dan ook meer in een signalerende rol. "We moeten het zo weten te organiseren, dat zij heel makkelijk een melding kunnen doen, zodat een professional vervolgens met de betreffende bewoner contact kan leggen."

Niet pluis


Volgens Kokke weten mensen die betrokken zijn in een wijk vaak meer dan ze uiten. "Dan hebben ze een niet-pluis gevoel. Het idee is dat ze met dat gevoel meer kunnen doen: door het te herkennen, erkennen en te melden, kunnen we ook misschien escalatie van problematiek voorkomen."

"Mensen zijn bang om te klikken", vervolgt Kokke. "Maar in dit geval gaat het niet om klikken, want je hebt geen oordeel. Je moet je gevoel laten spreken, je legt het ergens neer en die persoon/professional gaat een diagnose stellen. Is er niks aan de hand, dan is er niks aan de hand."

 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Oud-Beijerland Maassluis Rotterdam
Deel dit artikel: