Vergeten Verhalen: schoolsparen met zegeltjes

Schoolsparen is jarenlang een gebruik geweest op veel scholen in Nederland. Leerlingen konden in de klas zegeltjes kopen van een dubbeltje, kwartje of gulden. Een volle spaarkaart leverde een behoorlijk rendement op.

Halverwege de negentiende eeuw is het schoolsparen bedacht door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. "Zij vonden het heel belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd om leren gaan met geld", weet directeur Tijs van Ruiten van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Het was volgens de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen belangrijk dat kinderen leren spaarzaam te zijn. Van Ruiten: "Dat is een tijd waarin fabrieksarbeiders hun loonzakje er nog wel eens in één keer doorheen konden jagen in de kroeg."

Overwerk

Het schoolsparen ging op veel plaatsen door in de twintigste eeuw. Dat wringt soms, omdat niet alle gezinnen geld hebben om zegeltjes te kopen. Van Ruiten: "We hebben kort geleden een schenking gekregen: het spaarbankboekje van iemand uit Rotterdam. De schenker heeft verteld dat zijn ouders overwerk deden om de kinderen mee te kunnen laten doen met het schoolsparen."

De spaarkaart van deze Rotterdamse schoolspaarder zit vol met zegels van een dubbeltje en een kwartje. Er is één zegel van een gulden. Van Ruiten: "Die zegel werd gekocht als de kinderbijslag binnen kwam."

Winst

Het schoolsparen was lucratief. "Het rendement was tien procent", weet Tijs van Ruiten. "Als je in de 25 cent-periode een volle spaarkaart had, dan zat er voor 25 gulden aan zegels op. Als je die inleverde bij de spaarbank, dan werd er 27,50 gulden op je spaarrekening bijgeschreven."

Bij het Onderwijsmuseum zijn verhalen van mensen bekend die geld van hun spaarrekening haalden, om er schoolspaarzegels van te kopen. Van Ruiten: "Vervolgens kochten ze heel veel zegeltjes en leverden ze de volle spaarkaart een dag later weer in. Dan hadden ze binnen een dag tien procent winst gemaakt". De spaarbanken namen al gauw maatregelen. Er kwam een maximum op het aantal te kopen spaarzegels.

Kritiek

Er zijn vanaf het begin mensen tegen het schoolsparen geweest. Belangrijkste kritiek is dat kinderen te jong zouden zijn voor sparen. Al in 1874 schreef een criticus: "Sparen uit gewoonte leidt tot gierigheid, aangezien het gemoed tussen noodzakelijke en niet-noodzakelijke uitgaven onmogelijk kan worden onderscheiden door jonge kinderen."

Maandagcent

Uit het schoolsparen vloeide het sparen voor een goed doel voort. "Dat is in 1934 ontstaan vanuit de Tuberculosevereniging. Schoolkinderen werd gevraagd om elke maandag één cent te doneren voor de tuberculosebestrijding. Dat zou 800.000 gulden per jaar op kunnen leveren", aldus Van Ruiten over de maandagcent.

Het schoolsparen is langzaamaan verdwenen. "Vooral in de jaren negentig zijn de meeste scholen ermee gestopt. De laatste vermelding die ik heb gevonden is uit 2011, toen is in Assendelft gestopt met schoolsparen", vertelt Van Ruiten.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: