VERGETEN VERHALEN

Tabaksrook in de anus blazen met een tabaksklisteerspuit, zo redde Rotterdam rond het jaar 1800 drenkelingen

Conservator Mayke Groffen met de tabaksklisteerspuit
Conservator Mayke Groffen met de tabaksklisteerspuit © Rijnmond
"Door het mondstuk blaas je de tabaksrook in de aars van de drenkeling." Deze woorden vormen een deel van de gebruiksaanwijzing van de zogenoemde tabaksklisteerspuit. Het is een bijzonder museumstuk en ook een vernuftig apparaat om drenkelingen te redden. Noem het een AED avant la lettre.
In het depot van Museum Rotterdam haalt conservator Mayke Groffen een houten kistje tevoorschijn: "Het is een heel intrigerend stuk. De tabaksklisteerspuit is het centrale ingrediënt van een doosje dat nog veel meer spullen bevat die allemaal bedoeld waren om de drenkeling te kunnen reanimeren."
Het doosje komt vermoedelijk uit 1790. "Het stadsbestuur van Rotterdam liet dergelijke kistjes plaatsen in alle herbergen die langs het water lagen. Eigenlijk een beetje zoals de moderne AED-koffers op allerlei publiek toegankelijke plekken hangen", weet Groffen.
Het houten kistje waarin de tabaksklisteerspuit en andere reddingsmiddelen worden bewaard
Het houten kistje waarin de tabaksklisteerspuit en andere reddingsmiddelen worden bewaard © Rijnmond
'Klisteer' in het woord tabaksklisteerspuit komt van klysma. De tabaksklisteerspuit wordt dan ook gebruik om tabak in de anus van een slachtoffer te blazen. Dat moet opwekkend werken, waardoor een drenkeling bij kennis kan worden gebracht.
In het houten kistje zitten allerlei attributen en een complete gebruiksaanwijzing. Eén voor één haalt Groffen ze uit het doosje: "Het hoofdingrediënt is dus de tabaksklisteerspuit, die bestaat uit twee delen. Eén onderdeel is een lange staaf die in het fondement van de lijder wordt gestoken en in het andere deel stop je de tabak en dat heeft een mondstuk."
De tabaksklisteerspuit bestaat uit twee delen
De tabaksklisteerspuit bestaat uit twee delen © Rijnmond
Het museumstuk is helemaal compleet, dat maakt het zo uniek. "Er zit een verpakkinkje bij met zwam en tabak", vervolgt Groffen. "Die zwam wordt gebruikt als brandversneller, daar doe je een plukje tabak op, dat wordt aangestoken. Van tevoren moet je zorgen dat de endeldarm schoon is, daarvoor zitten er een spateltje en een lepeltje in het kistje."
Een zakje zwam en tabak wordt in het kistje bij de tabaksklisteerspuit bewaard
Een zakje zwam en tabak wordt in het kistje bij de tabaksklisteerspuit bewaard © Rijnmond
Maar dat is nog niet alles. Een drenkeling kan ook gered worden door mond-op-mondbeademing. Het 18e-eeuwse reddingspakket heeft ook hiervoor spullen, laat Mayke Groffen zien: "Er zit ook een metalen blaaspijp in die je voor mond-op-mondbeademing kan gebruiken. En een flesje met de 'geest van ammoniakzout' en dan 'kietelt men er mede in de neusgaten'. Dus ook een opwekkend, prikkelend middel. We hebben hier ook wijnsteen, dat is een middel dat gebruikt werd om het slachtoffer te laten braken."
In het doosje zit ook een papieren gebruiksaanwijzing voor de spullen in het kistje en een soort bijsluiter. Op dat papier staat 'een kort onderrigt tot herstelling van drenkelingen'. De tabaksklisteerspuit is geen specifiek Rotterdamse vinding: "Nee, het werd veel vaker gebruikt. Zo'n tabaksklisteerspuit was een redelijk bekend middel, wat ook nog wel op verschillende plekken bewaard is gebleven. Maar dat wij hier een compleet kistje hebben met allerlei onderdelen, een gebruiksaanwijzing en nog een korte les erbij, dat is wel heel bijzonder. Het is wel een uniek collectiestuk."
Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing © Rijnmond
Museum Rotterdam heeft het kistje sinds 1906 is de collectie. Het is destijds geschonken door de Commissie van Drenkelingen. "Ze vonden het in 1906 dus al de moeite waard om zo'n oud stuk, wat zij allang niet meer gebruikten, toch te bewaren en aan het museum te geven", legt Groffen uit.
"Want we vinden het nu oud, maar in 1906 was het ook al oud. Ongeveer in 1790 zijn ze hiermee begonnen en ze hebben het denk ik tot 1820, 1830 gebruikt. Al in 1906 keken ze er met veel respect naar." Het museumstuk is vermoedelijk uit het jaar 1790. "De naam van de Commissaris der Drenkelingen staat erop en we hebben kunnen achterhalen dat hij in 1791 Leproosmeester was. Het lijkt dus aannemelijk dat het kistje uit die tijd stamt en nog tot aan het begin van de 19e eeuw is gebruikt."
Een Leproosmeester is de beheerder van het Leprooshuis. "Dat was eigenlijk het ziekenhuis waar de mensen met een besmettelijke ziekte werden opgevangen en geïsoleerd", vertelt Groffen. Het Rotterdamse Leprooshuis heeft aan de Schie gestaan. Museum Rotterdam heeft een schilderij waarop het staat afgebeeld.
Het Leprooshuis aan de Schie (ca 1660-1669), in de verte de Laurenskerk
Het Leprooshuis aan de Schie (ca 1660-1669), in de verte de Laurenskerk © Museum Rotterdam
Maar wat moet er gebeuren als het setje uit het houten doosje is gebruikt? "Hygiëne zoals we dat nu kennen, was er rond 1800 niet. Net als de wetenschap over de overdracht van bacteriën en virussen. Maar het was toch wel heel duidelijk dat alles schoon, heel en compleet moest zijn", vertelt Mayke Groffen terwijl ze het opschrift aan de zijkant van de doos laat zien.
"Er staat een instructie op dat als de verzegeling van de doos is verbroken of als het een keer gebruikt is, dat dan het complete pakketje moeten worden teruggebracht naar de Commissaris der Drenkelingen. Die zorgde dan dat het werd schoongemaakt en weer compleet was. Dan werd het opnieuw verzegeld en naar de herberg teruggebracht."

Om te lachen, maar toch zo gek nog niet

Het zegt wel iets over de manier waarop het Rotterdamse stadsbestuur destijds zorg draagt voor zijn burgers en probeert hen te beschermen, vindt Groffen. Het is een tijd waarin veel mensen niet leren zwemmen. Museum Rotterdam heeft de Rotterdamse Reddingsbrigade het doosje met de tabaksklisteerspuit laten zien: "Ze vonden het hartstikke leuk. Ze moesten er in eerste instantie heel hard om lachen. Het ziet er natuurlijk heel wat anders uit dan onze moderne apparatuur. Maar wat ik zo leuk vond was wel dat ze zeiden: 'Ja, misschien werkt het wel. Ik kan me best voorstellen, zo'n oppepper. Dat prikkelt inderdaad, ja.' Ze vonden het eigenlijk toen ze er verder over nadachten, helemaal niet gek."

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl