RDM: van kale vlakte tot bloeiende werf en compleet dorp

Ruim 7 duizend foto's van de RDM zijn door het Stadsarchief Rotterdam online gezet. Het gaat om gedigitaliseerde glasnegatieven uit het bedrijfsarchief van de roemruchte werf op Heijplaat. De afbeeldingen geven een mooi beeld van de geschiedenis van het Rotterdamse bedrijf.

De RDM is op 23 januari 1902 opgericht. Engelien de Ruijter van het Stadsarchief: "Het bedrijf kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Het had een voorgeschiedenis van 46 jaar."

De voorloper van RDM was door de Schotse werktuigkundige Duncan Christie opgericht in 1856. De werf stond op een plek die Ambacht Schoonderloo heette, het huidige Lloydkwartier in Rotterdam. De werf kreeg later de naam De Maas en maakte - vooral na de opening van de Nieuwe Waterweg - een flinke groei door.

Nieuwe locatie


De erfpachtperiode in Schoonderloo verliep in 1905 en kon niet worden verlengd, omdat de huidige Sint Jobshaven op die plek gegraven zou worden. De Maas moest dus op zoek naar een nieuwe locatie.

De Ruijter: "Het oog viel op een zandplaat aan de zuidelijk Maasoever tegenover Schiedam. Er werd een consortium opgericht met een aantal belanghebbenden bij de scheepvaart. Dat consortium bestond uit onder anderen bankiers en reders van bedrijven als de Holland Amerika-Lijn, Van Ommereren, Müller en Co."

Het doel van het consortium was niet alleen om De Maas op een andere plek voort te zetten, maar ook om flink uit te breiden. "Ze hadden geconstateerd dat de bestaande Rotterdamse werven flink verouderd waren. Het waren gemeentelijke werven en er werd naar hun idee te weinig in geïnvesteerd", aldus De Ruijter.

Rotterdamsche Droogdok Maatschappij


Het consortium had een duidelijk doel voor de toekomst: er moest een droogdokmaatschappij komen die zou beschikken over genoeg ruimte voor één, maar het liefst meerdere drijvende dokken en met reparatiewerkplaatsen dicht in de buurt. Ook de locatie moest aan voorwaarden voldoen: de nieuwe werf moest ten westen van de spoorbruggen liggen, zodat het mogelijk zou zijn om grote zeeschepen te bouwen.

"Zo kon het bedrijf de concurrentie met andere binnenlandse en buitenlandse havens aan", vertelt De Ruijter. Het consortium kreeg een terrein op Heijplaat in het visier.

Voor 44 duizend gulden werd er 4,5 hectare grond aangekocht. Marius de Gelder werd directeur van de nieuw te bouwen werf. Hij was tot die tijd ingenieur bij de Koninklijke Marine.

Samen met zijn vader (hoofdingenieur van de Indische Waterstaat) ontwierp hij in het najaar van 1901 een plan voor het graven van een dokbassin op Heijplaat. Op 23 januari 1902 werd voor notaris Van Vollenhoven in Rotterdam een acte gepasseerd waarbij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij N.V. werd opgericht. RDM was de eerste particuliere droogdokmaatschappij in Rotterdam.

De eerste jaren van de RDM


Het nieuwe bedrijf kampte meteen al met een aantal problemen. Het terrein liep bij hoogwater regelmatig onder. Dit werd verholpen door het terrein op te hogen met grond uit de gegraven dokhaven.

Een ander euvel was het gebrek aan gekwalificeerd personeel. De Ruijter: "De driehonderd personeelsleden van de oude werf gingen wel over naar Heijplaat, maar er misten wel vakmensen. Een aantal van hen werd door directeur De Gelder uit Schotland gehaald."

Langzaam verrezen op Heijplaat allerlei kantoren en werkplaatsen. Zo had de RDM een eigen gieterij, een modelmakerij en een ketelmakerij. In 1903 arriveerden de eerste twee zelfontworpen dokken uit Glasgow, de Prins Hendrik Dokken.

De Ruijter: "Als snel bleek dat alleen het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden te weinig zekerheid bood. Als back-up was het belangrijk dat het nieuwe bedrijf zich ook op scheepsbouw zou richten. Directeur De Gelder besloot zelf op pad te gaan om buitenlandse reders te overtuigen van de diensten van de RDM."

Scheepsbouw


In 1905 werd de kiel gelegd voor het eerste zeeschip dat bij de RDM gebouwd zou worden: het stoomschip Alwina. Kort daarna stroomden de opdrachten voor de bouw van grotere schepen binnen. Rond 1910 werd het duizendste schip ter reparatie en onderhoud gedokt.

In 1911 waren er zeven schepen tegelijk in aanbouw die allemaal binnen een jaar in de vaart moesten komen. Vanwege gebrek aan hellingen en personeel moest toen de bouw van passagiersschepen voor de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij - tot grote ergernis van de directie - afgewezen worden.

Te weinig personeel


De ligging van de werf, ver van de stad, had veel voordelen qua ruimte en groeimogelijkheden. Maar daardoor stuitte de RDM uiteindelijk op personele problemen. De arbeiders moesten van heinde en verre komen. Zodra er bijvoorbeeld een spoedreparatie gedaan moest worden buiten de normale werkuren, was het lastig om over genoeg werknemers te beschikken.

"Een kleine oplossing voor dit probleem was het optrommelen van landbouwers en vissers uit Pernis in geval van een spoedklus. Volgens afspraak werd er dan een ton in de mast gehesen op een van de loodsen, zodat in de verre omtrek te zien was dat er werk te doen was bij de RDM", vertelt De Ruijter.

Maar de meer gespecialiseerde vakmensen waren veel lastiger te krijgen. Zij kozen er vaak voor werk dichter bij huis te zoeken, bijvoorbeeld bij Wilton of de Maatschappij Fijenoord.

Tuinsteden


Al snel na de oprichting van de RDM werd nagedacht over woningbouw in de nabijheid van de werf. Directeur De Gelder had het plan opgevat bij de RDM een Tuindorp te laten bouwen. De tuinsteden waren sinds het einde van de negentiende eeuw vooral in Engeland in opkomst. Ze moesten de arbeiders bevrijden van de slechte woonomstandigheden in de steden.

Het wonen in het groen combineerde de genoegens van het dorpse landelijk leven met het wonen en werken in de stad en de fabrieken. Dit zou leiden tot gezondere en productievere arbeiders.

Bovendien kon in deze fabrieksdorpen ook een bepaalde controle worden uitgeoefend op de vrije tijd van de werknemers. Er waren bijvoorbeeld geen cafés. Op die manier werd geprobeerd alcoholisme terug te dringen.

Vreewijk


Het eerste tuindorp in Nederland werd in 1913 gesticht. Bankier en voorzitter van de Kamer van Koophandel K. P. van der Mandele richtte de N.V. Eerste Rotterdamsch Tuindorp op die in Rotterdam-Zuid een tuindorp zou gaan bouwen: Vreewijk.

"Door allerlei omstandigheden liep de realisatie van Tuindorp Vreewijk vertraging op, waardoor Heijplaat ervandoor ging met de eer van het eerste Rotterdamse Tuindorp", weet De Ruijter.

De RDM kocht een bouwterrein ten oosten van Pernis dat gebruikt zou worden voor de bouw van huizen voor de werknemers. Tussen 1914 en 1918 werden vierhonderd arbeiderswoningen op een L-vormig terrein gebouwd. Voor het kantoorpersoneel waren er aparte woningen en voor de directeur en ingenieurs van de RDM werden vrijstaande villa’s aan de Courzandseweg gebouwd.

Ook aan de ongehuwde arbeiders was in de woningplannen gedacht. Voor hen werd een jonggezellenhuis ingericht. Dat was eigenlijk een groot hotel voor vijftig personen met een gemeenschappelijke eet- en recreatiezaal.

Alle woningen hadden voor- en achtertuintjes en de tuinen die aan de openbare weg lagen, werden aangelegd door een tuinarchitect op kosten van de Maatschappij Tuindorp. De woningen voor de arbeiders bestonden uit een woonkamer, een zitkamer, een keuken en maximaal drie slaapkamers.

Gezondheid


Een paar jaar na de ingebruikname van de woningen op Heijplaat werd door de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst een enquête gehouden onder kinderen van de derde klas van de openbare lagere school. Daaruit bleek dat de kinderen van de tuindorpbewoners qua lengte en gewicht beter scoorden dan gemiddeld in Rotterdam. Die gunstige uitkomsten werden toegeschreven aan de heilzame invloed van lucht, licht en doelmatige huisvesting.

De nieuwe bewoners van Tuindorp Heijplaat kwamen uit alle windstreken. Iedereen was nieuw dus daardoor ontstond er al snel een bijzondere sfeer. Het verenigingsleven kwam direct goed van de grond en er kwamen winkels, kerken, lagere scholen en Feestgebouw Courzand.

Archief


De Ruijter: "Bij het Stadsarchief beheren we sinds 1992 het archief van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Daarbij hoorde ook een grote serie glasnegatieven van in totaal ruim zeven duizend. Het gaat om afbeeldingen die door de bedrijfsfotografen van de RDM zijn gemaakt over een periode van ruim tachtig jaar: van 1903 tot in de tachtiger jaren. Het zijn deels nogal technische foto’s van constructies en scheepsonderdelen, maar er zitten ook een groot aantal mooie afbeeldingen bij voor een breder publiek. Bijvoorbeeld over de bouw van de HAL schepen, de s.s. Nieuw-Amsterdam en de s.s. Rotterdam en de totstandkoming van Tuindorp Heijplaat."

De negatieven zijn gedigitaliseerd en voorzien van informatie. De foto's zijn voor iedereen beschikbaar op de Beeldbank van het Stadsarchief Rotterdam.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: