ARCHIEF RIJNMOND 8 juli 2018 - Mantelzorger

Afgelopen week ben ik aan een nieuwe ‘carrière’ begonnen. En heb ik mogelijk iets over mezelf geleerd.

Het begon ermee dat mijn vrouw bij een heel onbenullige val een enkel brak. Op drie plaatsen.
Die enkel is in zeer tijdelijk gips gezet. Binnenkort wordt mijn vrouw eraan geopereerd en komen er platen en schroeven in.
Intussen heeft onze zitkamer thuis veel weg gekregen van een kleine ziekenzaal, met een hoog-laag bed erin, een rolstoel, een roltafel en een looprek.
De actieradius van mijn vrouw is zeer, zeer beperkt.

Ik ben door deze omstandigheden vrij plotseling tot min of meer mantelzorger gebombardeerd.
In de warmte die dezer dagen toch al heerst, en waar ik vrij slecht tegen kan, draag ik water aan, haal ik dingen van andere verdiepingen in huis die mijn vrouw nodig heeft, ik doe boodschappen, kook eten, doe de afwas, doe de was, stofzuig, help mijn vrouw met aankleden, laat de hond uit en neem op me wat er verder zoal bij een huishouden komt kijken.

Normaliter is het meer zo dat mijn vrouw voor míj zorgt dan andersom – ik had bijvoorbeeld in jaren niet meer gekookt – maar sinds haar onfortuinlijke val móet ik wel.

Dat doe ik op zich met alle liefde.
Maar de eerlijkheid gebiedt te zegen dat ik afgelopen week nu en dan doodop was. Doodop en compleet overprikkeld.

Ik ben gewend om tamelijk met rust gelaten te worden. Om me langdurig te kunnen opsluiten tussen de muziek op mijn jongenskamer thuis. Maar nu voelde ik steeds een belletje van verantwoordelijkheid rinkelen. Moest ik iets doen? Was ik nodig? Schoot ik niet tekort?

Het lijken me onrustige vragen en gevoelens waar menig mantelzorger tegenaan loopt.

Ze deden me ook denken aan iets dat ik me bij herhaling heb afgevraagd.

Ik heb geen kinderen.
Althans niet voor zover ik weet.
Maar stel dat ik wel kinderen had gehad, hoe zou ik het er dan als vader vanaf hebben gebracht?
Wat zou ik ervan hebben gebakken?
Zou ik daar tegenop gewassen zijn geweest, tegen jonge levens, kinderen, huisgenoten die mede van mij afhankelijk zijn en steeds iets van me willen?
Zou ik die aandacht hebben kunnen opbrengen?

De twijfel die ik hier altijd over heb gehad, werd afgelopen week versterkt.

Toen ik zelf een jochie was, dacht ik wel: als ik later groot ben en zelf een zoon heb, ga ik het beter doen dan mijn vader. Mijn vader hield wel van zijn kinderen, en hij had een enorm plichtsbesef. Maar heel ‘aanwezig’ was hij niet. Ik dacht: ik ga later wèl steeds mee naar het voetballen van mijn zoon. Ik ga ook zèlf met hem voetballen. En ik ga allerlei andere jongensdingen met hem doen. Ik toon ook oprechte belangstelling in waar mijn zoon verder mee bezig is. Ik veer niet alleen op als hij met iets komt dat toevallig raakt aan mijn eigen intellectuele belangstelling.

Die gedachte van lang geleden zal altijd ongetest blijven. Maar als ik nu zie hoeveel onrust het mantelzorgerschap me brengt, dan vrees ik het ergste.
Of is dat wezenlijk anders, mantelzorger zijn of ouder van een kind?

Vrij helder staat mij een beeld bij.

Mijn vader was arts. En pas laat heeft hij zich gespecialiseerd tot chirurg. Hij was al iets van 43 toen hij aan die opleiding begon in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam.
Wij woonden in Berkel en Rodenrijs.
Mijn ouders, mijn drie oudere zussen en ik.

Als mijn vader ’s nachts dienst had, sliep hij in het ziekenhuis.
Als hij thuis was, zat hij ’s avonds vaak te studeren.
Nou ja, hij was dan in zekere zin wel ‘thuis’, maar niet ìn huis.
Wij hadden een caravan. Die stond naast ons huis. En daar zat mijn vader geregeld ’s avonds met zijn boeken. In alle rust.
Binnen een gezin met vier kinderen, hij in de caravan.

Ik probeer te voorkomen dat ik dat patroon van afwezigheid herhaal. Onder gewone omstandigheden als echtgenoot, en nu als mantelzorger. Maar ik vrees wel dat ik dat doe tegen de stroom van mijn eigen genen in.

Ik zal blij zijn als alles weer ‘normaal’ is.
Had ik al gezegd dat mijn vrouw ge-wel-dig kookt?


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. You’d be so nice to come home to – Trio Tony Viola

LOUIS DAVIDS
Montage eigen opnames van Van Huilenbroeck’s Pretpaleis, Torpedo Theater Amsterdam, 12 juni 2018
3. Omdat ik zoveel van je houd – Nien Besselink & Bas Grevelink
4. Doe ’t electrisch – Sjoerd Brouwer
5. Zuiderzee – Louis Davids
6. De kleine man – Louis Davids
7. Rassenhaat – Bas Grevelink
8. De kleine man - Ensemble

AANKONDIGINGEN
9. Americanas – Metropole Orchestra Big Band

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: