Zelfmoordbriefje redt joods gezin van deportatie

Op 30 juli 1942 vertrekt de eerste trein met joden vanuit Rotterdam naar Westerbork. Velen van hen zullen niet terugkeren. De Rotterdamse joden moet zich melden bij Loods 24 aan de Stieltjesstraat op Zuid.

Rond het terrein van Loods 24 stond een muur. Een deel van die muur staat nog altijd aan de Stieltjesstraat. Het is de herdenkingsplek van de deportaties van de joden uit Rotterdam en van de Zuid-Hollandse eilanden. Elk jaar op 30 juli is de herdenking bij 'de Muur'.

Louisa Balk van het Stadsarchief Rotterdam houdt zich bezig de verhalen achter de namen van mensen die zijn weggevoerd. Soms is er een lichtpuntje. Dan blijkt een gezin door een list en onderduiking de Holocaust te hebben overleefd.

Ongerust

Dat verhaal begint op 31 juli 1942, een dag na eerste trein vanuit Rotterdam naar Westerbork. Johannes Koring komt bij bureau Sandelingenplein om inlichtingen te vragen over het gezin Rodrigues-Jacobsohn.

"Hij was ongerust, want zij hadden aangekondigd zelfmoord te plegen als er een oproep van de Duitse autoriteiten zou komen om zich te melden", vertelt Balk. De politie gaat met Koring naar het huis van de familie aan de Mijnsheerenlaan 119c en slaat een ruitje in om binnen te komen.

Afscheidsbrief

In het huis wordt een brief gevonden aan Johannes Koring. In de brief staat dat de familie gezamenlijk zelfmoord pleegt, daarnaast vragen ze Koring om voor hun puberzoons te zorgen die bij hun grootouders logeren.

De familie Rodriques-Jacobsohn bestaat uit Herman Rodrigues, zijn tweede vrouw Amalie Jacobsohn en haar zus Rachel. De eerste vrouw van Herman is Jacoba Koring, de zus van de Johannes Koring die zich ongerust bij de politie heeft gemeld.

Misleid

Louisa Balk: "Jaren later blijkt uit de persoonsgegevens en vreemdelingenkaarten in het politiearchief dat het een vooropgezet plan is geweest om de politie te misleiden." De familie heeft geen zelfmoord gepleegd maar is ondergedoken. Daardoor hebben ze de oorlog overleefd.

"Op de vreemdelingenkaart van Rachel staat dat zij is ondergedoken bij de familie De Geus aan de Lambertusstraat 147 en daarna bij die Johannes Koring zelf. Hij was er vanaf het begin bij betrokken."

Kindermonument

Een ander deel van de familie heeft zich wel gemeld bij Loods 24 op 30 juli 1942. De jongste broer van Amalie en Rachel overleeft het met zijn gezin niet. Hirsch Jacobsohn komt samen met zijn vrouw en zoontje niet terug. Het kind is geboren op 31 juli 1940 en maar twee jaar oud geworden.

Zijn naam staat op het Joods Kindermonument in Rotterdam: Jacob Mozes Jacobsohn. Op dat monument staan 686 namen van overleden kinderen tot twaalf jaar die vanaf Loods 24 zijn gedeporteerd.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: