MUZIEK

Ralf krijgt late roeping dankzij Doe Maar: ‘Waarom heb ik altijd Amerikaantje gespeeld?’

Ralf Mastwijk in zijn muziekkamer, thuis in Dordrecht.
Ralf Mastwijk in zijn muziekkamer, thuis in Dordrecht. © Roland Vonk
Het begon met het overlijden van Henny Vrienten, in april vorig jaar. Dat was voor de Rotterdamse popmuzikant Ralf Mastwijk (43) aanleiding om weer eens naar oude nummers van Doe Maar te luisteren, en naar het solowerk van Vrienten. Nogal andersoortig werk dan wat Ralf zelf jarenlang heeft gespeeld met onder meer de vrij succesvolle Engelstalige Rotterdamse band Face Tomorrow, maar hij vond het fantastisch. En toen brak er een licht door. Hij dacht: “Waarom heb ik nooit in het Nederlands geschreven? Waarom heb ik altijd Amerikaantje gespeeld?”
Ralf begon aan een project, naast zijn baan als docent ondernemerschap aan de Avans Hogeschool in Breda. Een Nederlandstalig liedjesproject. Hij nam zich voor om een jaar lang elke maand een Nederlandstalig liedje te schrijven op basis van zijn eigen - Rotterdamse - ervaringen, ook al woont hij alweer even in Dordrecht. Hij zou zo’n liedje ook steeds opnemen en uitbrengen. Dan had hij na een jaar een heel Nederlandstalig album bij elkaar.

Bevrijding

Ralf: “Toen ik eraan begon voelde het als een bevrijding. Het was heel apart. Als ik vroeger een liedje schreef begon ik met de muziek. Dan pakte ik een gitaar en schreef een gitaarriff. Dat was de basis. Pas daarna dacht ik waar het over moest gaan, en het eerste dat al brabbelend in me opkwam schreef ik op, een zinnetje dat toevallig ergens op sloeg. Dat werd dan de tekst. Maar nu begin ik met de vraag: wat wil ik vertellen? Welk gevoel wil ik overbrengen? Ik begín met de tekst. Dat is totaal anders. Het staat heel dicht bij mijn eigen belevingswereld. Puur omdat ik in het Nederlands ben gaan zingen.”
“Ik had ook al heel snel héél véél teksten. In mijn telefoon houd ik een lijstje bij met teksten en liedideeën. Ik heb nu geloof ik alweer iets van vijftig liedjes liggen. Niet allemaal af hoor, maar toch. Ik ben wat ouder, heb wat meegemaakt in het leven. Dan heb je meer te vertellen. Er zit bijvoorbeeld nog heel veel in mijn hoofd van de tijd dat ik opgroeide in het Oude Noorden van Rotterdam. Daar ging mijn eerste liedje over. Het Oude Noorden was destijds echt een ruige buurt. Op straat hoorde je Public Enemy. En als je niet kon voetballen, was je gewoon de lul. Ik kon niet voetballen. Ik zat wel op jazzballet en maakte muziek. Ik fantaseerde. En thuis draaiden mijn ouders - naast de Stones, Pink Floyd en de Dire Straits - klassieke muziek.”

Beetje soep

“Ik weet nog dat ik een keertje thuis kwam van het uitlaten van de hond en dat ik tegen mijn moeder zei: ‘Zo gek, er zat een man op een trappetje echt een heel klein beetje soep op te warmen op een lepel.’ Mijn moeder werd razend. Die man zat natuurlijk lekker z’n heroïne op te warmen. Zo was de buurt toen.
Mijn ouders zijn heel links. Vroeger van de CPN, daarna GroenLinks, SP, noem maar op. En die hadden besloten om in deze buurt te blijven wonen. Langzaamaan gingen alle Nederlandse gezinnen weg, maar wij bleven. Mijn ouders wilden dat hun kinderen dit allemaal meemaakten. Dat ze leerden dat de wereld niet alleen maar hosanna is. Als ik bij vriendjes thuis kwam, liep er al gauw iemand te blowen, en was er niks in de koelkast, bijvoorbeeld. Maar wel een grote bak voor de deur. Terwijl: wij woonden in een schoon huis, met een gevulde koelkast, met allemaal gezond eten. Daar gaat dat eerste liedje dat ik heb gemaakt over, het liedje Mijn Rotterdam, over die twee werelden in één buurt.”

Straatmuzikant

Dat eerste Nederlandstalige liedje van Ralf verscheen in april van dit jaar - onder de naam Klinkt Goed - en in de maanden erna volgden liedjes over grootstedelijke irritaties, over een straatmuzikant van de Lijnbaan, over de moeder van Ralf, over hoe snel het leven gaat, over een baantje bij een callcenter en over een ongemakkelijk weerzien met een buurmeisje. En al die liedjes heeft Ralf steeds opgenomen in de studio van zijn buurman in Dordrecht, Arjan de Wit.
Ralf Mastwijk (links) en buurman Arjan de Wit, aan het opnemen in de studio van Arjan.
Ralf Mastwijk (links) en buurman Arjan de Wit, aan het opnemen in de studio van Arjan. © Roland Vonk
Voorlopig is Klinkt Goed een mooi hobby-project. Waar geld bij moet. Voor het uitbrengen van een echte album van die twaalf liedjes die er na een jaar moeten liggen is Ralf via Voor de kunst een crowdfundingsactie gestart. Die loopt tot het eind van deze maand. Het genre van Klinkt Goed omschrijft Ralf daarbij als Rotjepop, Nederlandstalige pop met een duidelijk Rotterdamse inslag, zowel door de onderwerpen als door de directe benadering.

Conservatorium

Niet alleen in de muziek, ook privé heeft Ralf geen rechte weg afgelegd. Dat hij als zoon van zeer progressieve ouders Business Administration is gaan studeren roept vragen op. “Ja, dat klinkt bizar. Ik ben na de middelbare school nogal zoekende geweest. Heb ook nog een tijdje op het conservatorium gezeten in Utrecht. Daar ben ik mee gestopt met de smoes dat ik al in een band zat - Face Tomorrow - waarmee ik optrad en platen maakte. Maar als ik nu terugkijk naar de jongen die ik toen was, dan zie ik iemand die onzeker was, die dingen moest leren die hij niet kon, jazz, ingewikkelde muziek. Het was voor mij het makkelijkste om te zeggen: ik ga zelf wel verder.”
Een bijbaantje bij een callcenter bleek de opmaat tot een nieuwe stap. “Daar leerde ik binnen een bedrijf werken. Ik werd snel gepromoveerd tot teamleider, en ik vond dat heel leuk. Vooral die organisatorische, sociaalpsychologische kant vond ik interessant. Ik had niet de drang om veel geld te verdienen of ondernemer te worden, ik vond het vooral interessant hoe het toegaat in een bedrijf. Hoe krijg je mensen een bepaalde kant op? Hoe zet je dat neer? Zo ben ik terechtgekomen bij de opleiding BCO in Amsterdam. Beleid, communicatie en organisatie. En aansluitend ben ik de master van Business Administration gaan doen, en dan de softere kant: Management Studies. Het eerste jaar was oké, daarna was het drie jaar de hel voor mij. Ik wist niet wat ik ermee moest gaan doen. Maar ik móest het van mezelf afmaken. Ik dacht: ik ga niet nóg een studie afbreken.”

Burn-out

Na zijn studie was Ralf weer zoekende. Hij had een papiertje van een opleiding waar hij zich niet thuis had gevoeld, en begon aan baantjes die niet echt bevredigden. Intussen trouwde hij, en kreeg kinderen. Mooi, maar nog meer ballen om hoog te houden. De muziek zorgde nog voor afleiding, maar toen, in 2012, werd Face Tomorrow opgeheven. Ralf raakte in een burn-out. Hij wilde iets gaan doen dat maatschappelijk meer betekenis had.
En daar kwam de Avans Hogeschool op zijn pad. Hij geeft daar nu les aan toekomstige ondernemers. “En dat vind ik te gek. Dat wordt vaak vergeten, maar als je iets wilt bereiken met muziek, moet je ondernemen. En daar moet je wel de vaardigheden voor hebben. Die kan ik heel goed overbrengen op mijn studenten.”

Geen illusies

“En doordat ik les geeft kan ik me nu veroorloven om liedjes te maken en dingen uit te brengen die commercieel gezien waarschijnlijk weinig zoden aan de dijk zetten. Ik heb daar geen illusies over. Ik vind het vooral hartstikke leuk om die liedjes te delen met de wereld. Dat is het voornaamste. Ik heb er verder geen pretenties mee.”
Ralf realiseert zich wel dat het maken van Nederlandstalig werk een vrij late roeping is. “Ik zei het laatst nog tegen mijn vrouw: ‘Jeetje, ik wou dat ik terug kon gaan, en tegen mijn twintigjarige zelf kon zeggen: maak het jezelf niet zo moeilijk, zing over wat je kent, in de taal die je spreekt.’ Maar goed: beter laat dan nooit.”

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl