Vlaardingse ambachtsheer op Nachtwacht stond graag in de schijnwerpers

Op een van de bekendste schilderijen van Nederland staat zeer prominent een Vlaardinger afgebeeld. Wilhem van Ruytenburgh is door zijn felgekleurde kleding de meest opvallende figuur die te zien is op De Nachtwacht.

De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn is in 1642 geschilderd. Het werk is het topstuk van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. "Wilhem van Ruytenburgh is een hele belangrijke figuur voor Vlaardingen. Eigenlijk voor de hele Maasmond", vertelt Jeroen ter Brugge van het Rijksmuseum. "Hij was Ambachtsheer van Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht".

Het wereldberoemde schilderij is bekend onder de naam Nachtwacht, maar heeft tegenwoordig als officiële titel: De officieren en andere schutters van wijk 2 in Amsterdam onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Wilhem van Ruytenburgh, beter bekend als de Nachtwacht.

Mode uit Frankrijk

Ambachtsheer van Vlaardingen Van Ruytenburch woonde in Amsterdam. Hij was daar koopman. Hij had een prominente plek op het schilderij omdat hij naast zijn werk luitenant was van de schutterij. Verder valt hij op door zijn felgekleurde pak, in tegenstelling tot de meeste anderen op het doek. Van Ruytenburgh draagt een geel pak van zeemleer dat volgens de toen laatste Parijse mode op maat was gemaakt.

Ter Brugge: "Voor Rembrandt was dat felle gekleurde pak ideaal, maar we weten dat Wilhem van Ruytenburgh wel van een beetje aandacht hield. Hij stond graag in de schijnwerpers. Hij probeerde zich ook status aan te meten."

Van Ruytenburgh was vermogend maar dat betekende niet dat hij ook status had. Hij was oorspronkelijk niet van adel. "De status probeerde hij te bereiken door gedrag en bezittingen te verkrijgen die het oud geld ook had", aldus Ter Brugge.

Heerschap

In die periode draaide het vooral om landbezit en adellijke titels. In 1611 kocht de vader van Van Ruytenburgh de ambachten Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht en daardoor mochten zij zich Heer van Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht noemen. Maar echt blauw bloed hadden ze daarmee niet. 

Wel leverde het allerlei rechten op. Van Ruytenburgh mocht de helft van de Vlaardingse vroedschap aanstellen, de gemeenteraad van toen. Daarmee had hij veel invloed op de lokale politiek. "Dat een buitenstaander kon bepalen wat de politieke koers van de stad was, vonden ze in Vlaardingen niet fijn", weet Ter Brugge.

Recht van de wind

Ook had Van Ruytenburgh het recht om baljuw te zijn. Daarmee kon hij rechtspreken. Zo kon hij over leven en dood beslissen, maar hij inde ook boetes en dat was lucratief. Verder had hij het recht van de wind. "Dat bepaalde dat molens alleen met zijn toestemming en met een bepaalde afdracht mochten draaien. Zonder molen kon zo'n stad niet bestaan, dus er stroomde daarmee veel geld in zijn portemonnee."

Het land dat Van Ruytenburgh bezat heette destijds de Buitenweide. Tegenwoordig kennen we dat als de Oostwijk in Vlaardingen. Wilhem van Ruytenburgh liet er rond 1620 een buitenplaats bouwen: het Hof. Dat is in 1830 gesloopt.

In het huidige Vlaardingen herinnert maar weinig aan de oude ambachtsheer. Wilhem van Ruytenburgh is in de Grote Kerk van Vlaardingen begraven. Dat was ook de traditie in de tijd van de ambachtsheren. "De kerkvoogdij heeft aan de ambachtsheren beloofd dat ze tot in lengte van dagen zouden blijven liggen. Maar kort nadat de ambachtsheerlijkheid in 1830 aan de stad Vlaardingen werd verkocht, heeft de kerkvoogdij de grafkelder geruimd", besluit Ter Brugge.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: