't Asoosjale orkest naar verkiezing Stuk van het Jaar

De hoes van het album Stem op Mij van 't Asoosjale Orkest moet de titel Stuk van het Jaar naar Rotterdam halen. Het Stadsarchief Rotterdam stuurt deze plaat in voor de jaarlijkse landelijke verkiezing die in oktober gehouden wordt.

Het thema van dit jaar is 'Opstand'. De plaat Stem op Mij van 't Asoosjale Orkest is uit 1972. René Spork van het Stadsarchief: "Rotterdam ploetert in die tijd voort aan de wederopbouw. Terwijl Rotterdamse bestuurders trots verkondigden dat de Wederopbouw was voltooid, signaleerde hoogleraar sociale psychologie Rob Wentholt bij de bevolking een groeiend onbehagen over de binnenstad."

Wentholt is verboden aan de Nederlandse Economische Hogeschool, de voorloper van de Erasmus Universiteit. Zijn publicatie 'De binnenstadsbeleving en Rotterdam' (1968) was een geschenk van het Rotterdamse filiaal van Vroom & Dreesmann ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan.

Koud en kil

Voor zijn onderzoek sprak Wentholt met 125 Rotterdammers. De vragen die hij stelde waren simpel: wat vindt u van het centrum van Rotterdam en is het prettig wonen in de stad? De reacties waren genadeloos: het centrum werd kil, koud, stijf, zakelijk, onherbergzaam, lelijk, en ongezellig gevonden.

Spork: "Wat moet je met een bestuur dat meer oog lijkt te hebben voor stenen dan voor mensen? Bewoners eisen inspraak en richten actiegroepen op, ze komen in opstand. Actiegroepen zoals die van het Oude Westen roeren zich. Dat je, als je voor een dubbeltje geboren bent nooit een kwartje wordt, daar hoef je je toch niet bij neer te leggen? Jan-met-de-pet krijgt in 1972 muzikale steun uit onverwachte hoek."

Protestliedjes

Onder de naam ’t Asoosjale Orkest brengt een viertal Rotterdammers opmerkelijke liedjes uit als Stem op mij, de WW en We zijn zo lui. "Zie daar de verworvenheden van de welvaartsstaat waarin de gewone man het hoofd boven water probeert te houden. Zij tegen wij: stem op mij", aldus Spork.

Over de totstandkoming van het orkest zingen de leden in een liedje: ‘We liepen met z’n vieren op de ouwe rommelmarkt, En gingen daar ’ns neuzen bij de kraam van lange Bart, We kochten een harmonika, een sax en een gitaar, We pikten een paar bekkens en ’t orkest was klaar, Na zeven weken stampen klonk ’t best, Dat werd ’t Asoosjale Orkest’.

Leden van 't orkest

Het orkest bestond uit: Kees Korbijn (1926-2012), bijgenaamd Lange Bart (zang en banjo);
Ton van Meer, bijgenaamd Toon de Soep/Antoine Bouillon op saxofoon; Cor Coenen, bijgenaamd Cor met de handjes op accordeon en Jacky van Dam (eigenlijke naam Jaap Plugers) op trom.

Volgens Jacky van Dam (Rotterdam, 1938) speelde het Orkest in het begin ook met Luut Buijsman (van de Kilima’s). Jacky was zelf al wereldberoemd in Rotterdam met ‘Hand in Hand kameraden’ (1962) en ‘Japie de Portier’ (1960), uit de tijd dat Jacky nog portier was van de Oase Bar van de gebroeders Valkhoff in de Schilderstraat. Hij is nu het nog enig levende lid van het Asoosjale Orkest.

Stuk van het Jaar

De albumhoes van Stem op Mij die door het Stadsarchief wordt ingezonden voor de verkiezing Stuk van het Jaar is getekend door Ton Ravesloot. De plaat is uiteraard opgenomen in de rijke muziekverzameling van het Stadsarchief.

Ton Ravesloot

Ravesloot maakte zelf als muzikant deel uit van de carnavaleske De Drie Jacquets. Het trio, vrijwel altijd gekleed in jacquet met bolhoed, is bekend van de hit ’t Autootje. Dat carnavaleske/vrolijke is terug te zien in de tekenstijl van Ravesloot. Zijn getekende hoesontwerp toont een groepje uitbundige zwervers met in een fraai lettertype de naam van de groep: ’t Assoosjale Orkest, geschreven op zijn jaren zeventigs, dus ‘t A-s-oo-sj-a-le Orkest.

Kees Korbijn

Terug naar ’t Asoosjale Orkest en hun frontman Kees Korbijn. Korbijn (Rotterdam, 4 september 1926 - 9 oktober 2012) was zanger van zeemans- en volksliederen. Korbijn werd geboren in de Rotterdamse volkswijk Bloemhof. Al op jonge leeftijd wilde hij zanger worden nadat hij drie mannen met een gitaar op straat had zien optreden.

Op 18-jarige leeftijd, zong hij zijn eerste gage bijeen in de hongerwinter van 1945, in de vorm van enkele boterhammen met stroop. Daarna zong hij voornamelijk in de plaatselijke kroegen zoals De Michiel Bar. Samen met de bekende volkszanger Johnny Hoes nam hij enkele producties op.

Landelijk bekendheid kreeg hij met het Asoosjale Orkest. Met deze band trad hij in de jaren zeventig op met een repertoire aan maatschappijkritische liederen. Lokaal speelden ze onder meer in het Café van Bob van Niekerk aan de Kruiskade. Later deden ze TV optredens voor diverse landelijke omroepen, zoals de VARA, de AVRO en de NCRV. In die tijd 'solliciteerde' Korbijn als werkloze directeur van het Asoosjale Orkest naar de baan van burgemeester van Den Haag. Rond 1982 viel het doek voor ’t Orkest.

Radio Rijnmond

De laatste jaren van zijn leven speelde Korbijn nog wekelijks in het programma Archief Rijnmond op Radio Rijnmond zijn 'Blik op de week'. Hij leverde liedjes op bestelling, die hij tot op hoge leeftijd per racefiets bezorgde. Ook bleef hij optreden in onder andere bejaardentehuizen.

Als liedjesschrijver heeft Korbijn het meeste succes gehad met werk voor zangeres Helga (Annie de Cocq), zoals ‘’Niemand heeft je ooit gezien’ en ‘Vlammetjes’ (in Vlaanderen uitgebracht door Guido Belcanto in 1990).

Korbijn was gehuwd met Truus van Tol. Samen met haar nam hij enkele liedjes op, zij onder haar artiestennaam Jenny Roos. Hij overleed in oktober 2012 op 86-jarige leeftijd in tuindorp Vreewijk.

De verkiezing Stuk van het Jaar wordt in oktober - de Maand van de Geschiedenis - gehouden. Stemmen kan via de website Stuk van het Jaar. Eind oktober wordt de winnaar bekend gemaakt. Het Stadsarchief Rotterdam heeft de verkiezing in 2013 gewonnen met het toegangskaartje van de Europacupfinale Feyenoord-Celtic in Milaan op 6 mei 1970.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: