Expositie over Fabeltjeskrant niet toevallig in Rotterdam

Mijnheer de Uil, juffrouw Ooievaar, Truus de Mier, de gebroeders Bever en andere bewoners van het Grote Dierenbos. Ze komen allemaal uit de coulissen voor de tentoonstelling 50 jaar Fabeltjeskrant, die - en dat is niet toevallig - vanaf deze week te zien is in Rotterdam.

In LP2 (een deel van Las Palmas op de Wilheminapier) zijn de poppen en decors van het programma te bewonderen. Er is een huiskamer uit de jaren zestig nagebouwd, met een zwart-wit televisie waarop de eerste aflevering van de Fabeltjeskrant draait. Je kunt wandelen door het Grote Dierenbos. En ook de ontstaansgeschiedenis van het programma komt aan bod.

De openingsdatum van de tentoonstelling - 29 september - is niet toevallig. Want eerste aflevering van de Fabeltjeskrant werd exact vijftig jaar eerder uitgezonden.

Tot 1993 zou het programma op de buis blijven. In totaal gingen 1640 afleveringen de lucht in. Allemaal volgens een vast stramien. Te beginnen met een liedje.

Hallo, Mijnheer de Uil
Waar brengt u ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh ja, naar Fabeltjesland!

De verteller van het programma, meneer De Uil, bracht de kijkers dagelijks rond 19.00 uur op de hoogte van het wel en wee in het Grote Dierenbos. Oftewel: "hoe het met de dieren is gesteld."

Elk programma sluit hij af met de woorden: "En straks maar knus naar jullie warme nestjes en denk erom: oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker!" Een betere bedtijd-bode konden ouders zich niet wensen.

De Fabeltjeskrant kende een breed scala aan karakters: de klussende broers Ed en Willem Bever, betweter juffrouw Ooievaar, de altijd drukke Truus ("tuut-tuut-tuut") de Mier, mompelaar Momfer de Mol en levensgenieter Lowieke ("hatsekidee") de Vos, om er een paar te noemen.

Precies als mensen

Geestelijk vader het programma was Leen Valkenier (1924-1996) uit Rotterdam-Vreewijk, die de personages uit het Grote Dierenbos grotendeels baseerde mensen uit zijn omgeving. Want, zoals meneer De Uil steevast in elke aflevering verkondigde: "Dieren zijn precies als mensen..."

Zo stond moeder Valkenier model voor Truus de Mie en kon in juffrouw Ooievaar verpleegkundige Jopie Donkersloot, "een prima donna die mooi kon declameren", worden herkend.

Momfer de Mol met zijn zachte 'g' vertoonde veel verwantschap met een jongen uit Brabant, die in de oorlog in Rotterdam moest onderduiken. En meneer De Uil leek behoorlijk op "beroepsouwehoer" Jan Straaijer, die net als Leen Valkenier bij Toneelgroep Vreewijk zat en daar de boel aan elkaar praatte.

De vreedzame Bor de Wolf, de baas van centrale ontmoetingsplek Het Praathuis, leek nog het meest op Valkenier zelf.

De basis voor de Fabeltjeskrant werd al ver voordat het programma op de buis kwam gelegd. In de Tweede Wereldoorlog kwam Leen Valkenier vaak met een groep vrienden in een kerkgebouwtje bij elkaar om liedjes en sketches te maken. Niet zelden was de Duitse bezetter daarbij het mikpunt van spot.

De kerk was de enige plek waar dat kon, weet Peter de Klerk, initiatiefnemer van de expositie. "Want tijdens de bezetting was het samenkomen van mensen verboden, behalve in kerken."

Volgens De Klerk heeft Valkenier met de avonturen van de vilten poppen in het Grote Dierenbos een heel eigen twist aan de term fabel gegeven. "Fabels hebben vaak iets heel moraliserends. Daar is Valkenier vanaf gestapt. Met de Fabeltjeskrant hield hij een spiegel voor. Zodat we om elkaar en om onszelf konden lachen."

De tentoonstelling over de Fabeltjeskrant is tot 2 december te zien in LP2 Las Palmas. Openingstijden: woensdag t/m zondag van 10.00 tot 18.00 uur.

 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: