Rotterdam volgt 38 geradicaliseerde moslims

Nederlandse gemeenten houden zeker 160 geradicaliseerde moslims in de gaten. Ze doen dat in samenwerking met de politie en veiligheidsdiensten. Amsterdam (59), Rotterdam (38), Arnhem (20) en Den Haag (tientallen) volgen de meeste personen.

Dat blijkt uit een rondgang van de Volkskrant langs gemeenten, die voor de zogeheten persoonsgerichte aanpak geld krijgen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het gaat bijvoorbeeld om teruggekeerde Syriëgangers of jongeren die naar extremisme neigen.

Het werkelijke aantal mensen dat op de lokale radar staat ligt hoger, schrijft de krant, omdat maar negen van de 25 gemeenten die de Volkskrant benaderde de aantallen kwijt wilden. In de regio Rijnmond doet Schiedam bijvoorbeeld geen uitspraken over aantallen.

Terreurverdachte Hardi N. uit Arnhem kon eind september mede dankzij een melding van de gemeente bij de inlichtingendiensten worden aangehouden. Hij wordt samen met zes anderen verdacht van het voorbereiden van een grote terroristische aanslag in Nederland. De groep zou daarbij veel slachtoffers hebben willen maken.

Companen van N. hadden zich gevestigd in Rotterdam en Vlaardingen. Ook zij zijn gearresteerd. Bij de groep werden grondstoffen voor explosieven en wapens gevonden.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb zei kort na de aanhouding van de zeven verdachten dat onder meer was gereageerd op "verdachte verhuisbewegingen" vanuit Arnhem naar de regio Rijnmond. Hij liet weten dat hij dankbaar was voor de samenwerking met woningcorporaties.

Baard

Niet iedereen is blij met de persoongerichte aanpak (PGA) van gemeenten. Soms is het dragen van een baard genoeg, zeggen advocaten die met de PGA te maken hebben. Verzet tegen de aanpak is ook lastig: de beslissing om iemand te volgen wordt achter gesloten deuren genomen en de instanties geven geen inzage in de reden waarom.

Onderzoeker Annemarie van de Weert in De Volkskrant: "Er worden ongetwijfeld inschattingsfouten gemaakt, omdat iedereen bij de beoordeling reageert vanuit zijn eigen referentiekader. Wat jij een risico vindt, is over het algemeen een puur subjectieve beoordeling. Dat kan vooral een valkuil zijn in de voorfase; de zogenaamde vroegsignalering van radicalisering."

Als voorbeeld haalt ze een niet-islamitische jongen aan, die op school had geïnformeerd naar de koran. Het joch kreeg daarvoor de politie op zijn dak. Die concludeerde dat van radicalisering geen sprake was. Zijn moeder had sinds kort een islamitische vriend.

Deel dit artikel: