Mogelijk 'roofkunst' in Boijmans

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam heeft dertig objecten en schilderijen in de collectie die mogelijk onder de noemer roofkunst kunnen vallen. Het museum heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar zesduizend stukken. Het gaat om werk dat is aangekocht of verkregen waarvan de herkomst onduidelijk is.

De afronding van het herkomstonderzoek is aanleiding voor de tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’ die zaterdag 13 oktober wordt geopend. Die dag wordt ook de biografie van Dirk Hannema gepresenteerd, directeur van het museum tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast heeft het museum de ‘Boijmans studie’ gepubliceerd, waarin het museum openheid van zaken geeft over de periode rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Wij hebben een extra taak omdat Hannema een directeur is geweest die met de Duitsers werkte, hij was fout. We hebben altijd gezegd dat Boijmans een extra plicht heeft om zich te verantwoorden en dat doen we nu”, zegt de huidige directeur Sjarel Ex van Museum Boijmans Van Beuningen.

Roofkunst

In 1933 zijn de nationaalsocialisten in Duitsland aan de macht gekomen. Vanaf dat moment zijn joden vervolgd en bezittingen afgenomen. Kunstwerken zijn geroofd, geconfisqueerd of onder dwang voor lage prijzen verkocht. Via kunsthandelaren of veilingen zijn die werken soms in Nederlandse musea terecht gekomen, zonder dat deze wisten dat het om geroofde kunst gaat.

Van alle stukken uit de periode van 1933 tot heden in de collectie van Boijmans is onderzocht wanneer ze van eigenaar zijn gewisseld. “Een tijdrovend en complex onderzoek”, zegt Hanna Leijen, hoofd documentatiecentrum van het museum. Een deel van het dertigtal werken dat uit het onderzoek naar voren is gekomen, staat op de landelijke website Museale Verwervingen. Leijen: “Deze zijn online gezet in de hoop dat er meer informatie beschikbaar komt over de herkomst.” Een ander deel ervan is al aangebracht bij de Restitutiecommissie. Deze commissie geeft onafhankelijk en bindend advies over het eventueel teruggeven aan de erfgenamen van de eigenaren.

Voorbeeld

‘Berglandschap met boomstronk’ door Jacob van Geel is een voorbeeld uit de collectie van het museum dat is onderzocht. Het 17e eeuwse schilderij is in 1975 via een legaat bij het museum terechtgekomen. Het komt uit de verzameling van Vitale Bloch.

Deze Russisch-joodse kunsthistoricus, verzamelaar en handelaar is tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere keren ingeschakeld als adviseur bij de eventuele kunstaankopen door de nazi’s. In ruil daarvoor is Bloch niet gedeporteerd.

Uit onderzoek naar ‘Berglandschap met boomstronk’ blijkt dat het schilderij waarschijnlijk eigendom is geweest van de joodse kunstverzamelaar Jos Gosschalk. Hij is in 1943 weggevoerd en moest zijn schilderijen inleveren bij de Duitse roofinstantie Liro. Gosschalk heeft kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt overleefd en is na de oorlog teruggekeerd naar Den Haag. Daar is hij in 1952 overleden.

Erfgenamen

Dit schilderij is aangebracht bij de Restitutiecommissie. Er wordt nu op een uitspraak gewacht. Museum Boijmans Van Beuningen heeft contact opgenomen met de nabestaanden van Gosschalk. Bas Noordenbos is al een aantal jaren bezig met de werken van zijn oudoom Gosschalk. “Dit was nieuw en het was onverwacht dat het initiatief van Boijmans was. Dat geeft een gevoel van rechtvaardigheid ofschoon de afloop nog open ligt”, aldus Noordenbos.

“Wat ik heb gehoord is dat het schilderij van mijn oom naar Bloch is gegaan op het moment dat mijn oudoom al in Kamp Westerbork zat. Op dat moment had hij geen vrijheid van keuze meer. Als ik de commissie was, zou ik dat zwaar laten meewegen.”

Tentoonstelling

De tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’ gaat over het museum en directeur Dirk Hannema in bezettingstijd. In de periode 40-45 is het museum open geweest. Er zijn maar liefst 44 tentoonstellingen geweest. Conservator Peter van der Coelen: “Dat waren niet meer de oude meesters en ook niet de jonge meesters. Het waren vooral tentoonstellingen van prentkunst, dus werk op papier dat iets minder kostbaar was en misschien makkelijker te vervangen.

Daarnaast waren er tentoonstellingen met eigentijdse Rotterdamse kunst. Dus de Rotterdamse kunstenaars die voor de oorlog vaak klaagden dat ze geen kans kregen in Boijmans, werden extra welkom geheten.”

Propaganda

De Duitse bezetter is zich in 1942 inhoudelijk met tentoonstellingen gaan bemoeien. Uiteindelijk zijn er in de jaren 40-45 vier tentoonstellingen geweest met Duits propagandamateriaal. Zo is er tentoonstelling over het Duitse boek te zien geweest, waarin Mein Kampf een prominente plek had.

“Hannema kon dat niet weigeren, ondanks dat hij bezwaar had tegen propagandatentoonstellingen. Dezelfde tentoonstelling was eerder in het Rijksmuseum in Amsterdam te zien en na Rotterdam ging hij naar het Mauritshuis in Den Haag”, aldus Van der Coelen. Aan latere door de Duitsers opgelegde tentoonstellingen werkte Hannema met iets meer enthousiasme mee.

Openheid

Met de tentoonstelling en de publicaties wil Museum Boijmans Van Beuningen openheid geven en de mensen zelf laten oordelen. Directeur Ex: “Naarmate je meer tegenkomt, wordt je genuanceerder. Hannema heeft absoluut afkeurenswaardige dingen gedaan, hij ging in dienst bij Mussert, maar het gekke is dat hij in die positie dingen heeft kunnen doen die voor de kunst en voor het museum en de stad heel goed waren. Een foute man die goede dingen deed”.

Er is jaren onderzoek gedaan naar de collectie en naar Dirk Hannema. “Onderzoek waarin je veel vragen tegenkomt die je liever niet op je bord hebt, maar uiteindelijk ben ik wel van mening dat je ze beter wel kunt beantwoorden dan niet. Of láten beantwoorden”, besluit Ex.

De tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad’ is van 13 oktober tot en met 27 januari 2019 te zien. De biografie van Dirk Hannema, geschreven door Wessel Krul, is vanaf 13 oktober verkrijgbaar.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Boijmans Van Beuningen
Deel dit artikel: