'Meer geld nodig voor hulpdiensten na terroristische aanslag'

Er moet meer geld naar de hulpdiensten zodat die beter voorbereid kunnen zijn op een aanslag. Dat zegt Maikel Lenssen, die zich bij veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond bezighoudt met beleidsadvies na terreuraanslagen.

Het gaat hem er vooral om dat politie, brandweer- en ambulancemedewerkers meer tijd en ruimte krijgen om samen te oefenen met bijvoorbeeld de dienst speciale interventies (DSI).

De afgelopen weken trainden onder meer brandweer, politie en ambulancemedewerkers uit de regio samen in het leegstaande Daniël den Hoed ziekenhuis op Zuid. Volgens de veiligheidsregio maken dat soort oefeningen bij een echte aanslag het verschil tussen leven en dood.

Lenssen stelt dat niet alleen specialisten van bijvoorbeeld DSI moeten oefenen, maar zeker ook agenten, ambulance- en brandweermedewerkers. Zij zijn degenen die er als eerste zijn als er een aanslag is gepleegd. “Bij een aanslag hebben de slachtoffers vaak levensbedreigende verwondingen zoals bijvoorbeeld slagaderlijke bloedingen. Verwondingen waardoor slachtoffers snel kunnen overlijden. Ook brandweermedewerkers worden daarom getraind om de bloedingen te stoppen. Door met elkaar te trainen en kennis en vaardigheden uit te wisselen in realistische oefeningen maken we het verschil tussen leven en dood.”

Lenssen constateert dat er wel extra geld is geïnvesteerd in politie, defensie, marechaussee en inlichtingendiensten en in mindere mate of helemaal niet in de brandweer en ambulancedienst. Lenssen vindt dat jammer.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: