150 jaar geleden: het Rotterdamse De Vletter-oproer

Het is woensdag 150 jaar geleden dat Rotterdam het toneel was van fikse rellen. Arbeiders probeerden politiebureaus te bezetten en op verschillende plekken braken gevechten uit tussen betogers en de politie. Deze gebeurtenis is de geschiedenis in gegaan als het ‘De Vletter-oproer’.

Jacob de Vletter was de man die aan het begin stond van de betogingen in de laatste dagen van oktober 1868. De Vletter is op 30 juli 1818 in Rotterdam geboren en werkte oorspronkelijk als onderwijzer in de stad.

Gewone man

In de jaren na 1860 verdiende hij zijn brood als zaakwaarnemer. De Vletter kwam vooral op voor de gewone man. Hij behartigde vaak de belangen van kleine ondernemers als die een conflict hadden met de overheid.

“Door wat hij meemaakte in zijn contacten met politie en justitie, kwam hij tot de conclusie dat wat voor de kleine ondernemers vaak strengere regels golden dan voor de rijken en machtigen", zegt Anne Jongstra van het Stadsarchief Rotterdam. Voor de wet was iedereen gelijk, maar De Vletter constateerde dat in de praktijk jan-met-de-pet altijd aan het kortste eind trekt.

Zijn de rijken om hun geld onmisbaar in onze maatschappij? De geringe dagloners zijn dat meer omdat zij toch de spillopers zijn die de raderen waarop de maatschappij draait, in beweging houden.
Jacob de Vletter

De Vletter ontwikkelde zich vanaf 1866 steeds meer als een politiek activist. In oktober 1868 nam hij het op voor groenteschippers en marktventers die hun lig- en standplaatsen kwijt waren geraakt door een besluit van de gemeenteraad van Rotterdam.

Er volgden acties en protestvergaderingen. Die werden geleid door Jacob de Vletter. De onrust in de stad nam toe, omdat het gemeentebestuur de belastingen verhoogde en omdat de huurprijzen stegen. Steeds meer mensen sloten zich aan bij de acties.

Vechtpartijen

Op 28 en 29 oktober 1868 trokken groepen actievoerders door de stad. Er volgden opstootjes en vechtpartijen tussen de demonstranten en de politie. Op 30 oktober verzamelde een menigte zich bij het huis van De Vletter. Die las een verklaring voor, waarin hij zei dat hij het geweld van de overheid zou blijven bestrijden.

Het bleef onrustig in Rotterdam. Er waren felle gevechten met de politie en De Vletter leek de greep op zijn achterban kwijt te zijn. “Uiteindelijk riep hij op tot orde en rust, maar de geest was uit de fles”, aldus Jongstra.

Veldslagen

In de nacht van 31 oktober op 1 november waren er ware veldslagen in de stad. De situatie liep zo uit de hand, dat de hulp van het leger moest worden ingeroepen om de boel weer onder controle te krijgen. Jacob de Vletter werd gearresteerd en burgemeester Van Vollenhoven liet een waarschuwing uitgaan dat de politie vuurwapens gebruikt tegen iedereen die zich zou verzetten.

Uiteindelijk werd De Vletter in de zomer van 1869 veroordeeld tot tien jaar tuchthuis voor zijn rol bij het oproer. De hoge straf was waarschijnlijk bedoeld om een voorbeeld te stellen. Voor veel Rotterdammers was de veroordeling het bewijs dat de gewone man het altijd verliest van de rijken en machtigen. Voor hen was Jacob de Vletter een soort martelaar geworden.

Werklieden verbond

Anne Jongstra: “Eén van de mensen die daar handig gebruik van maakte, was een nep-edelman uit Den Haag: Philippe Roesgen von Floss. Hij presenteerde zich als de opvolger van De Vletter.” Roesgen von Floss schreef felle artikelen in het net opgerichte Volksblad en hield spreekbeurten in de stad.

Hij had er succes mee. Op zijn aandringen gingen ambachtslieden als schoenmakers en kleermakers zich organiseren in vakverenigingen. Deze clubs stonden aan de basis van de Rotterdamse afdeling van het Algemeen Nederlands Werklieden Verbond, dat in 1871 mede op Rotterdams initiatief is opgericht.

“Indirect heeft het De Vletter-oproer dus bijgedragen aan het ontstaan van een arbeidersbeweging in Rotterdam”, besluit Anne Jongstra van het Stadsarchief.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws vergetenverhalen
Deel dit artikel: