CRIMINALITEIT

Rechter die Willem Holleeder tot levenslang veroordeelde zou graag nog eens met hem praten

Frank Wieland en de omslag van zijn boek dat onder meer gaat over het Holleeder-proces
Frank Wieland en de omslag van zijn boek dat onder meer gaat over het Holleeder-proces © Rechtbank Amsterdam/Uitgeverij Ambo Anthos
Wat is het verband tussen een hond in doodsstrijd en een onderbroken zitting in de rechtszaak tegen Willem Holleeder? Dat lees je in het boek Het Proces, geschreven door Frank Wieland. Rijnmond spreekt de gepensioneerde rechter, die nog altijd een zwak heeft voor de stad waar hij opgroeide: Gorinchem. En die ervan overtuigd is dat hard straffen niet helpt. "Je kweekt er een land vol desperado's mee."
In een stal bij Hendrik-Ido-Ambacht ligt een zwaargewonde hond. Een Dobermann is het, aangereden door een tractor. De eigenaar beseft dat de hond zo in de kreukels ligt dat hij nooit meer de oude zal worden. Hij belt de dierenarts. Voor een spuitje.
Martin Wieland zet koers naar het boerenerf. Hij heeft zijn jongere broer Frank bij zich, die uit interesse soms hem meegaat. In de stal moet Frank de poot van de Dobermann strak vasthouden, zodat er een ader zichtbaar wordt voor de injectie. “Kijk”, zegt Martin op gedempte toon over het dier, “hij voelt dat hij doodgaat.” Frank siddert. Hij vindt het allemaal afschuwelijk.
Het beeld van de Dobermann in doodsstrijd duikt decennia later plots weer op. Dat is op een van de dagen dat Astrid Holleeder als getuige wordt gehoord in het proces tegen haar broer Willem. Frank Wieland is een van de drie rechters.
Astrid voelt zich een Judas, een verrader, zegt ze. Dat ze hier toch zit om haar broer veroordeeld te krijgen voor vijf liquidaties is omdat het niet anders kán. Want Willem is ziek in zijn hoofd en gevaarlijk voor zijn omgeving. Astrid: “Als je een heel lieve hond hebt die kinderen bijt, moet je die hond in laten slapen om de kinderen te beschermen, hoe naar dat ook is.”
Astrid Holleeder op de nek van haar grote broer Willem, cover van haar boek
Astrid Holleeder op de nek van haar grote broer Willem, cover van haar boek © Lebowski Publishers
Naar, hond, inslapen. Astrids woorden worden de rechter even te veel. Hij schorst de zitting en loopt de zaal uit. Frank Wieland is toe aan een kop koffie.

Lieveheersbeestje

Hij beschrijft het voorval in zijn pas verschenen boek Het Proces, waarin hij terugblikt op 36 jaar rechter zijn. Het is een bijzondere productie, want het gebeurt zelden dat iemand uit zijn beroepsgroep iets prijsgeeft over zichzelf, zeker niet als het om emoties gaat. Een rechter spreekt via zijn vonnis, zo is van oudsher de moraal. Punt uit.
Wieland (74) denkt daar anders over en maakt de lezer soms juist wél deelgenoot van zijn gevoelens en gedachten tijdens een zitting. De man of vrouw in de zwarte toga, die ingrijpende beslissingen neemt over de vrijheid en onvrijheid van anderen, is ook gewoon maar een mens, betoogt hij.
Mensen die schamperen dat een crimineel vast een slechte jeugd heeft gehad, hebben meestal gelijk. Helaas.
Frank Wieland
Op de cover van het boek staat een foto van de voormalig rechter, zittend op een bankje in een cel onder de Amsterdamse rechtbank. “Wel met de deur open”, grinnikt hij.
Dan, weer serieus: “Ik heb mensen tot celstraffen veroordeeld, omdat het vaak niet anders kan. En omdat de samenleving daarom vraagt. Maar ik heb mij altijd gerealiseerd: ook ik had een verdachte kunnen zijn. Mensen die schamperen dat een crimineel vast een slechte jeugd heeft gehad, hebben meestal gelijk. Helaas."

Orakellaantje

Frank Wieland groeit op in een welvarend milieu in Gorinchem. Hij is de benjamin in een gezin met vijf zonen. “Dat was een comfortabele positie. Mijn oudere broers hadden het pad aardig voor mij geëffend.”
Moeder is huisvrouw, vader directeur bij staalbedrijf De Vries Robbé & Co. “De brug over de Merwede is gemaakt met staal van het bedrijf waar mijn vader werkte”, vertelt hij met een vleugje trots. “Net als destijds de staalconstructie en de ramen en deuren van de Bijenkorf in Rotterdam."
De familie woont in het Orakellaantje. “In een villa, die mijn vader zelf had laten bouwen. Ik ben er pas nog geweest en mocht van de huidige bewoners zelfs even binnen kijken. Er was natuurlijk veel veranderd aan het huis, maar sommige dingen waren er gewoon nog. Dat was mooi om te zien.”
Frank Wieland (midden) met zijn moeder en twee broers bij de villa in het Orakellaantje
Frank Wieland (midden) met zijn moeder en twee broers bij de villa in het Orakellaantje © Privé
“Gorinchem”, zegt hij vertederd, “past mij als een oude jas. Zo eentje die favoriet is, omdat hij zo lekker zit. En dat gevoel zal, in tegenstelling tot een echte jas, nooit slijten."
Als kind rijdt hij graag paard of vaart hij met een zeilboot over de Merwede. “Ging ik met vrienden naar Slot Loevestein om een biertje te drinken. En daarna voeren we vrolijk weer terug.”
Wat anderen aan hem opvalt, is zijn behendigheid met woorden. Wieland lijkt ermee te kunnen goochelen. “Mijn broer zei vaak: waarom zeg je iets nou niet gewóón?” Daarom krijgt hij het advies om dominee te worden. Of advocaat.
Het wordt een rechtenstudie. Want met het christelijk geloof heeft hij vanaf zijn puberteit weinig meer. Na zeven jaar advocatuur in Groningen – “Enorm hectisch” – stapt hij over naar de rechterlijke macht. Een strenge, afstandelijke rechter is hij niet. Wieland maakt faam met de informele manier waarop hij verdachten benadert. Hij is ad rem en gaat een scheutje humor niet uit de weg.
“In het Holleeder-proces liep de spanning soms zo hoog op dat ik even het ventiel eruit moest trekken om de zaken weer te normaliseren”, zegt hij. Na een dag bekvechten tussen Willem en zijn zus merkt hij bijvoorbeeld op dat er een lieveheersbeestje over zijn tafel loopt. Om daar droogjes aan toe te voegen: “Dat is een goed teken.”
Frank Wieland in de Gorinchemse achtertuin
Frank Wieland in de Gorinchemse achtertuin © Privé

Drie keer levenslang

We spreken elkaar in een café-restaurant bij de Rotterdamse Veerhaven. Wieland, die in Zaanstad woont, heeft zijn partner meegebracht. Na het interview doen ze samen ‘een dagje Rotterdam’. Het koppel, al decennialang samen, is met het openbaar vervoer gekomen.
Net als een rechercheur, die in een café nooit met zijn rug naar de ingang zal gaan zitten om overzicht te houden, heeft de rechter als reiziger een vaste gewoonte ontwikkeld. Als de trein of de metro arriveert, zet hij op het perron altijd een stap terug. Zodat niemand hem voor het voertuig kan duwen.
Het gebeurt niet vaak, maar een enkele keer komt hij toch iemand tegen die door zijn toedoen in de gevangenis of in een tbs-kliniek is beland. Dat heeft nog nooit tot agressie geleid, zegt hij. Meestal ontstaat er een geanimeerd gesprek, een heel enkele keer volgt bij het afscheid zelfs een omhelzing.
Wieland vermoedt dat dat zo is, omdat hij zich altijd heeft verdiept in de belevingswereld van de verdachte. “Als die het gevoel heeft dat hij gezien is tijdens het proces maakt dat een vonnis acceptabel. Dan volgt er vaak ook geen hoger beroep.”
“Strafrechters”, vervolgt hij, “moeten geen technocraten zijn, maar mensen-mensen met wezenlijke interesse in iemand anders."
Als je me vraagt of ik Holleeder echt in de ziel heb kunnen kijken dan zeg ik: nee. Hij liet het niet toe.
Frank Wieland
In de jaren dat hij rechter was, heeft hij drie keer iemand tot levenslang veroordeeld. De laatste was Willem Holleeder, toch wel ‘de klapper’ van zijn carrière. Inclusief pro forma-zittingen zaten de twee ruim zeventig keer tegenover elkaar. “Op de allereerste dag keken we elkaar aan als een bergbeklimmer en een sherpa in de Himalaya. Zo van: tja, wij moeten samen die berg op en het de komende tijd met elkaar doen.”
Op een dag zegt Wieland dat in elk mens bij de geboorte een wolf en een lam zit. En dat wie je later wordt, afhangt van welk dier je het meest voedt. “Welk dier bent u geworden?”, wil hij van Holleeder weten.
Die heeft zijn antwoord direct paraat. “Een goudvis”, zegt hij. “Die zit ook in een soort kooi.”
Wanneer Holleeder vertelt dat hij bij zijn hartoperatie ‘het licht’ heeft gezien, vraagt Wieland of dat wellicht niet de operatielamp was. “Nee”, zegt Holleeder, “het was een bijna-doodervaring, een lange tunnel met licht. En aan het einde stond Sonja.”
“Het was in elk geval niet Satan met een drietand”, merkt de rechter op.
Holleeder: “Nee, gelukkig niet.”
Er was ‘een zekere chemie’ met Holleeder, zegt Wieland. “Tegen mij was hij heel anders dan tegen de officieren van justitie. Op hen werd hij vaak boos en dan ging het hard tegen hard. Ik denk dat wij elkaar, ieder in onze eigen rol, wel konden waarderen. Maar als je me vraagt of ik Holleeder echt in de ziel heb kunnen kijken dan zeg ik: nee. Ik heb het geprobeerd, maar hij liet het niet toe.”
Willem Holleeder
Willem Holleeder © Rijnmond

Boze reactie

De serveerster komt langs. Wieland en zijn partner bestellen een latte macchiato. “Met havermelk graag.” Thuis, zeggen ze, is zuivel van het menu geschrapt en wordt er nog maar heel weinig vlees gegeten, uit weerzin tegen de manier waarop dieren behandeld worden in de bio-industrie.
Wielands partner, die niet bij naam genoemd wil worden, heeft nog voorgesteld om aan een apart tafeltje te gaan zitten. Om het interview niet te verstoren. “Niet nodig!”, was het antwoord van twee kanten. Neemt niet weg dat hij graag op de achtergrond blijft. En met milde blik aanhoort wat Wieland te berde brengt.
Af en toe komt hij met een aanvulling. Over het boek bijvoorbeeld. “Toen ik de tekst eindelijk mocht lezen dacht ik: wow! Frank schrijft zoals hij praat. Heel beeldend, je ziet het voor je." Of is er een goedbedoeld advies: “In een interview moet je alles goed uitleggen, Frank. Anders begrijpen mensen je verkeerd.”
“Klopt”, zegt Wieland over het laatste, “in een eerder vraaggesprek heb ik me weleens een beetje vergaloppeerd. Toen zei ik iets over wat slachtoffers soms verzuchten tijdens hun spreekrecht in de rechtszaal: dat de dader er waarschijnlijk met een paar jaar celstraf vanaf komt, terwijl zij levenslang hebben. Ik zei toen dat die mensen met dat ‘levenslang’ hun eigen pijn in stand houden. Daar kreeg ik een boze reactie op. Hoe kon ik dát nou verkondigen? Maar wat ik bedoelde is dat je niemand ooit de macht moet geven om jouw leven te verstieren, hoe erg de pijn ook is. Je hoeft niet te vergeven, maar je moet wel verder. Dat kwam in dat interview niet goed genoeg uit de verf.”

Verdriet en verlies

“Het lijkt wel”, gaat hij door, “of mensen tegenwoordig steeds minder goed kunnen omgaan met verdriet en verlies. Terwijl dat naar mijn idee toch gewoon bij het leven hoort. Moet een rechter alles oplossen? Met hardere straffen? Ik zeg: nee, dat is geen oplossing. Een doorgewinterde crimineel denkt echt niet: ‘O, staat er nu negen in plaats van zes jaar op dit vergrijp? Nou, dan zie ik er maar vanaf.”
Het onderwerp gaat hem zichtbaar aan het hart. “Weet je hoeveel geld elke gevangene de samenleving kost? 250 euro per dag! Het is prijscategorie luxe hotel. Terwijl iemand lang in de cel zetten helemaal niets helpt. Alle wetenschappelijke onderzoeken tonen dat aan. Een gevangene die lang in de cel zit, raakt afgestompt. En vaak ook alles kwijt: zijn huis, zijn relatie, kinderen, uitkering, soms een baan. Wat moet zo iemand als hij weer buiten staat? Vrolijk de boel oppakken? Nee, je kweekt er een land vol desperado’s mee.”
Het klopt trouwens ook niet dat in Nederland zo mild gestraft wordt, benadrukt hij. “Rechters, jong en oud, doen zeker wat de samenleving van ze vraagt, ook harder straffen. Maar ze zeggen er niet bij dat het de criminaliteit geenszins oplost."

In het zadel helpen

Wieland is ‘goed’ met Jacco Janssen, vertelt hij, een Rotterdamse rechter die er ook van overtuigd is dat de je met de harde hand niet altijd het meeste succes boekt. Janssen is de man achter de Snelle Toekomstgerichte Meervoudige Kamer-zittingen (STMK). Daarbij komen verdachten snel nadat ze opgepakt zijn voor de rechter, en in ruil voor een bekentenis hulp krijgen aangeboden om iets van hun leven te maken.
De STMK-zittingen zijn er bijvoorbeeld voor jongeren die zich, hunkerend naar snelle sneakers of een peperdure Moncler-jas, laten verleiden om drugsuithaler te worden in de haven. “Rechters moeten creatief zijn”, vindt Wieland, “en aan zo’n verdachte vragen: hoe kunnen wij er samen voor zorgen dat je niet weer in de fout gaat? Rotterdam loopt voorop met deze aanpak. En ik juich dat toe. Iedere persoon die je in het zadel kunt helpen, is een gewonnen ziel.”
Hij kijkt de interviewer guitig aan. “Zo, de kop boven je artikel heb je nu wel, hè?”
Natuurlijk zijn er ook delinquenten aan wie nog weinig eer te behalen valt, erkent hij. In het Marengo-proces rond Ridouan Taghi bijvoorbeeld, waarin drie personen uit de omgeving van kroongetuige Nabil B. werden geliquideerd.
“Twee dagen nadat ik met pensioen ging, werd advocaat Derk Wiersum doodgeschoten”, zegt hij. “Ik vond dat ongekend. Het criminele milieu is harder en meedogenlozer geworden. Ik zou daags na de moord een lezing geven aan een groep jonge advocaten. We hebben getwijfeld of dat wel doorgang moest vinden, maar hebben het toch gedaan. Met vooraf twee minuten stilte, uit respect voor Wiersum.”
Intussen worden talloze rechters, advocaten en officieren van justitie beveiligd. Strafpleiters stoppen uit angst met hun werk, officieren en rechters zeggen ‘nee’ tegen heftige processen, omdat ze geen zin hebben in bodyguards en safehouses.
Wat voor juridisch speelveld heeft Wieland naar zijn idee achtergelaten? "Ik vrees een geweldsspiraal" zegt hij. "De roep is nu vaak: harder straffen. Maar dat is een denkfout. Beter lijkt het om mensen te wijzen op wat het gebruik van harddrugs aan zware, internationale criminaliteit met zich meebrengt. En dat designerdrugs niet van de drogist komen.
Dat de beveiliging tegen cybercriminaliteit bij jou begint. En dat je het geld dat je besteedt aan een veilige maatschappij aan het begin moet uitgeven. Aan jongeren die buiten de boot dreigen te vallen en in de misdaad belanden. Dat je met ze moet praten en ze moet horen. De ander zien, de ander horen, daar gaat mijn boek over."

Vriendenloterij

'Het Proces' verkoopt goed, zegt hij. "Er is al een derde druk. De Vriendenloterij heeft het ook aangekocht. Als prijs. Ook is er een luisterboek van. Dat heb ik zelf ingesproken."
Heeft hij nog reacties op het boek gehad van de Holleeders? Hij schudt het hoofd. "Nee, Willem schijnt in de gevangenis bezig te zijn met zijn eigen boek. Ik zou hem graag nog eens spreken. Hij is een ongoing story in mijn hoofd.”

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl